ECLI:NL:RBDHA:2025:26656

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
17 januari 2026
Zaaknummer
C/09/695293 / JE RK 25-2043
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in het kader van jeugdzorg

Op 17 december 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven over de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, hierna te noemen [minderjarige]. De kinderrechter heeft de zaak behandeld in een zitting met gesloten deuren, waarbij de vader van [minderjarige] aanwezig was, terwijl de moeder zich had afgemeld. De kinderrechter heeft de relevante stukken, waaronder het verzoekschrift van de gecertificeerde instelling, in de beoordeling meegenomen. De gecertificeerde instelling, Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden, heeft verzocht om de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] te verlengen, omdat er positieve veranderingen zichtbaar zijn in haar gedrag en zij openstaat voor behandeling. De vader steunt dit verzoek en heeft zelf ook hulpverlening gezocht om beter om te gaan met de situatie.

De kinderrechter heeft vastgesteld dat [minderjarige] de afgelopen periode positieve stappen heeft gezet en dat het noodzakelijk is om de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen, zodat zij in een stabiele omgeving kan blijven werken aan haar ontwikkeling. De kinderrechter heeft de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beschikking direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De beschikking is openbaar uitgesproken en op schrift gesteld op 24 december 2025. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag, waarbij belanghebbenden binnen drie maanden na de uitspraak of betekening in beroep kunnen gaan.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/695293 / JE RK 25-2043
Datum uitspraak: 17 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in Den Haag,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in Den Haag.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 28 november 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 december 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- [naam] namens de gecertificeerde instelling.
De moeder is niet verschenen. De moeder heeft zich per e-mail afgemeld voor de zitting.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] is voorafgaand aan de zitting met de kinderrechter in gesprek gegaan. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
[minderjarige] is erkend door de vader.
2.2.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
2.3.
[minderjarige] verblijft in een logeerhuis van [zorginstantie 1].
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 juni 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 20 juni 2026.
2.5.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 juni 2025 een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 20 december 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Sinds enkele weken lijkt er een positieve verandering te zijn ontstaan bij [minderjarige]. [minderjarige] lijkt open te staan voor behandeling om beter met haar emoties om te leren gaan. Omdat [minderjarige] niet naar school gaat, is de leerplichtambtenaar betrokken en [minderjarige] is verwezen naar [zorginstantie 2]. De coach van [zorginstantie 2] gaat onderzoeken welke vorm van onderwijs passend is bij de situatie van [minderjarige]. Verder is het belangrijk dat er systemische hulp voor het gezin komt in het belang van [minderjarige]. Eerdere therapie binnen het gezin is niet van de grond gekomen. Ook de vader en de moeder moeten beter met elkaar gaan samenwerken. De stijgende lijn van [minderjarige] moet worden voortgezet. Daarvoor is het van belang dat [minderjarige] in de rustige en stabiele omgeving van het logeerhuis kan blijven wonen en [minderjarige] zich vanuit daar verder kan gaan ontwikkelen. Op deze manier komt er geen druk te liggen op de ouder-kindrelatie en kunnen de moeder en de vader hun rol als ouder vervullen zonder voortdurend in conflict te raken.

4.De standpunten

4.1.
Door de vader is naar voren gebracht dat het gedrag van [minderjarige] in positieve zin is veranderd. De vader staat achter [minderjarige] en gelooft in haar. De vader hoopt dat [minderjarige] uiteindelijk weer één keer in de week kan langskomen bij de vader en zijn gezin. De vader is afgelopen jaar zelf met hulpverlening gestart om te leren omgaan met de situaties die met [minderjarige] samenhangen. Mocht het tussen de vader en [minderjarige] beter gaan dan staat de vader open om de hulpverlening bij [zorginstantie 3] weer op te pakken. De vader is van mening dat [minderjarige] op de goede weg is en is het eens met de verlenging van de uithuisplaatsing.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [1] De kinderrechter overweegt daartoe als volgt.
5.2.
[minderjarige] heeft de afgelopen periode positieve stappen gezet. Zij is gestart met haar behandeling en [zorginstantie 2] is betrokken om op zoek te gaan naar een passende dagbesteding en passend onderwijs voor [minderjarige]. Het is van belang dat [minderjarige] vanuit een stabiele omgeving aan zichzelf kan blijven werken en toekomt aan haar ontwikkeling. Een thuisplaatsing bij de moeder is op dit moment nog niet haalbaar omdat er nog te vaak conflicten zijn tussen [minderjarige] en de moeder. Verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing is daarom noodzakelijk.
5.3.
Gelet op het voorgaande ziet de kinderrechter aanleiding om de machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 20 juni 2026, te verlengen.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 20 juni 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. B. van der Laken als griffier, en op schrift gesteld op 24 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek.