Op 17 december 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven over de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, hierna te noemen [minderjarige]. De kinderrechter heeft de zaak behandeld in een zitting met gesloten deuren, waarbij de vader van [minderjarige] aanwezig was, terwijl de moeder zich had afgemeld. De kinderrechter heeft de relevante stukken, waaronder het verzoekschrift van de gecertificeerde instelling, in de beoordeling meegenomen. De gecertificeerde instelling, Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden, heeft verzocht om de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] te verlengen, omdat er positieve veranderingen zichtbaar zijn in haar gedrag en zij openstaat voor behandeling. De vader steunt dit verzoek en heeft zelf ook hulpverlening gezocht om beter om te gaan met de situatie.
De kinderrechter heeft vastgesteld dat [minderjarige] de afgelopen periode positieve stappen heeft gezet en dat het noodzakelijk is om de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen, zodat zij in een stabiele omgeving kan blijven werken aan haar ontwikkeling. De kinderrechter heeft de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beschikking direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De beschikking is openbaar uitgesproken en op schrift gesteld op 24 december 2025. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag, waarbij belanghebbenden binnen drie maanden na de uitspraak of betekening in beroep kunnen gaan.