De gecertificeerde instelling verzocht om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige, die sinds juni 2025 onder toezicht staat en in een logeerhuis verblijft. De zitting vond plaats met gesloten deuren, waarbij de vader en een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling aanwezig waren. De moeder was afwezig.
De minderjarige heeft positieve ontwikkelingen doorgemaakt en staat open voor behandeling. Er is betrokkenheid van zorginstanties om passend onderwijs en dagbesteding te vinden. De kinderrechter acht het verlengen van de uithuisplaatsing noodzakelijk omdat een terugkeer naar huis nog niet mogelijk is door conflicten met de moeder.
De vader steunt de verlenging en werkt zelf aan verbetering van de situatie. De kinderrechter verlengt de machtiging tot 20 juni 2026, de duur van de ondertoezichtstelling, en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden.