ECLI:NL:RBDHA:2025:26659

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
17 januari 2026
Zaaknummer
C/09/694641 / JE RK 25-1946 en C/09/694766 / JE RK 25-1965
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarigen in het kader van jeugdbescherming

Op 17 december 2025 heeft de kinderrechter in de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven over de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van vier minderjarigen, te weten [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4]. De zaak is behandeld in het kader van jeugdbescherming, waarbij de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering als gecertificeerde instelling betrokken is. De ouders van de minderjarigen, [de moeder] en [de vader], zijn belast met het ouderlijk gezag, maar er zijn zorgen over de opvoedingssituatie. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de ontwikkeling van de kinderen ernstig bedreigd wordt door een onrustige gezinssituatie, waarbij ook sprake is geweest van fysieke mishandeling. De ouders hebben moeite om aan de opvoedbehoeften van de kinderen te voldoen, wat leidt tot een gebrek aan emotionele stabiliteit en veiligheid.

De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling van de minderjarigen verlengd voor de duur van een jaar, omdat de hulpverlening nog niet voldoende van de grond is gekomen en er behoefte is aan structurele pedagogische ondersteuning. Daarnaast is er een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] verleend, omdat zij momenteel bij haar vriend en schoonmoeder verblijft en daar veiligheid en structuur ervaart. De kinderrechter heeft echter ook zorgen geuit over het gebrek aan zicht op de situatie van [minderjarige 1] en de noodzaak om de woonsituatie te monitoren. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissingen direct gelden, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De ouders hebben de mogelijkheid om tegen deze beslissing in hoger beroep te gaan bij het gerechtshof Den Haag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/694641 / JE RK 25-1946 en C/09/694766 / JE RK 25-1965
Datum uitspraak: 17 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige 1],geboren op [geboortedatum 1] 2009 in [geboorteplaats 1], [land],
hierna te noemen: [minderjarige 1]
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2013 in [geboorteplaats 1], [land],
hierna te noemen: [minderjarige 2],
[minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2019 in [geboorteplaats 2],
hierna te noemen: [minderjarige 3],
[minderjarige 4], geboren op [geboortedatum 4] 2020 in [geboorteplaats 2],
hierna te noemen: [minderjarige 4].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
en
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats],
advocaat mr. B.J. de Bruijn uit Den Haag,
hierna gezamenlijk te noemen: de ouders.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 14 november 2025;
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 19 november 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 december 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de ouders met hun advocaat, bijgestaan door een tolk in de taal Urdu;
- [naam 1] en [naam 2] namens de gecertificeerde instelling.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 2] en [minderjarige 1] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn met elkaar gehuwd.
2.2.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4].
2.3.
[minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] wonen bij hun ouders.
2.4.
[minderjarige 1] verblijft bij haar vriend en schoonmoeder.
2.5.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 19 december 2024 [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] onder toezicht gesteld tot 19 december 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de gecertificeerde instelling een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een netwerkpleeggezin te verlenen voor de duur van een jaar. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek over de ondertoezichtstelling als volgt gemotiveerd. Er is sprake van een onrustige gezinssituatie waarbij sprake is geweest van fysieke mishandeling. Momenteel zijn er geen signalen dat dit nog steeds gebeurt. Het lukt de ouders niet altijd om voldoende aan te kunnen sluiten bij de specifieke opvoedbehoeften van de kinderen. De vader werkt hard en wordt overvraagd. De moeder heeft last van chronische pijnen. De ouders bieden geen sensitieve en responsieve zorg, tonen onvoldoende pedagogische kennis en vaardigheden en kunnen de kinderen daardoor geen veilige hechtingbasis bieden. Ook communiceren de ouders niet rustig en duidelijk met elkaar of met betrokkenen, komen zij afspraken niet na en accepteren zij hulpverlening slechts beperkt. Hierdoor ontbreekt structuur in het dagelijks leven van de kinderen en is de psychosociale belasting groot. De vorige jeugdbeschermer is plots uitgevallen. Mede hierdoor is de hulpverlening onvoldoende van de grond gekomen. De komende periode zal gewerkt worden aan de structurele pedagogische ondersteuning van de ouders. De samenwerking met de ouders moet verbeterd worden zodat er duidelijke kaders ontstaan door middel van netwerkberaad en hulpverlening. Verlenging van de ondertoezichtstelling is noodzakelijk zodat de jeugdbeschermer de regie kan voeren.
3.3.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek over de machtiging uithuisplaatsing als volgt gemotiveerd. [minderjarige 1] verblijft sinds juni 2025 bij haar vriend en schoonmoeder. Hier ervaart zij veiligheid, liefde en structuur. [minderjarige 1] heeft aangegeven het contact met haar ouders te willen behouden. Echter brengt het contact met de ouders [minderjarige 1] ook emotionele onveiligheid en stress. De thuissituatie is onvoldoende stabiel waardoor thuis wonen op dit moment niet mogelijk is. Er is vanuit de jeugdbeschermer onvoldoende zicht op de situatie van [minderjarige 1] bij haar vriend en schoonmoeder. [minderjarige 1] heeft geen dagbesteding en volgt geen onderwijs. De ingezette hulp, waaronder begeleiding en ondersteuning bij zelfstandigheid, heeft nog niet het beoogde resultaat gehad. De mogelijkheden voor een open woongroep zullen de komende periode ook bekeken worden. Om [minderjarige 1] haar woonsituatie veilig te monitoren en te begeleiden is een machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk.

4.De standpunten

4.1.
Door en namens de ouders is naar voren gebracht dat de hulpverlening hen de afgelopen periode niets heeft gebracht. De hulpverleners komen en gaan zonder te helpen. De vader wil graag dat [minderjarige 1] naar school gaat. [minderjarige 2] gaat wel naar school en daar is de school verantwoordelijk voor [minderjarige 2]. De vader werkt veel en heeft niet altijd zicht op de kinderen. De ouders zijn tevreden met gezinscoach [naam 3]. Door de advocaat is naar voren gebracht dat de vader openstaat voor hulpverlening, en de moeder niet. De ouders zijn bang dat de kinderen uit huis geplaatst zullen worden. De ouders verzetten zich niet tegen de ondertoezichtstelling mits zij structurele hulp ontvangen, goede diagnostiek wordt uitgevoerd en concrete en haalbare doelen worden gesteld met een vaste jeugdbeschermer. Verzocht wordt om de ondertoezichtstelling voor een half jaar toe te wijzen en het overige deel aan te houden.
4.2.
Door en namens de ouders is verweer gevoerd tegen het verzoek tot de machtiging uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een netwerkpleeggezin. De ouders vinden dit een ongeschikte plek. Het is belangrijk dat er zicht komt op de situatie van [minderjarige 1] bij haar vriend en schoonmoeder. Primair wordt verzocht om de machtiging tot uithuisplaatsing af te wijzen en subsidiair om het verzoek toe te wijzen voor een beperkte duur.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Hoewel de kinderrechter erkent dat de ouders de basisbehoeftes aan de kinderen kunnen bieden, lukt het hen onvoldoende om aan te sluiten bij de opvoedbehoeften van de kinderen en hen emotionele stabiliteit en veiligheid te bieden. Door de scholen van de kinderen zijn zorgen geuit over het welzijn van de kinderen. Er bestaan zorgen over [minderjarige 1], die niet naar school gaat en waarop geen zicht is, over [minderjarige 2], die op school niet aan leren toekomt en over [minderjarige 4] en [minderjarige 3], die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen. De draagkracht van de ouders is beperkt. De vader werkt veel en de moeder heeft last van chronische pijnen. De moeder kan extra ondersteuning gebruiken bij de opvoeding, om rust te krijgen en ontlast te worden. De kinderrechter benadrukt dat het teleurstellend is dat er in de afgelopen periode weinig hulpverlening van de grond is gekomen, mede doordat de vorige jeugdbeschermer is uitgevallen. Het gedwongen kader van een ondertoezichtstelling is nodig om zicht te krijgen houden op de ontwikkeling van de kinderen. De komende periode is het van belang dat jeugdbeschermer met de ouders in kaart brengt welke hulpverlening er nodig is, ervoor zorgt dat de hulpverlening van de grond komt en daar regie over voert. Tijdens de gesprekken met de ouders dient de jeugdbeschermer gebruik te maken van een tolk, zodat de ouders en de jeugdbeschermer elkaar begrijpen en de ouders ook weten wat de jeugdbeschermer wil inzetten. Gelet op de stappen die nog gezet moeten worden zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] verlengen voor de duur van een jaar.
5.3.
Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [2] De kinderrechter overweegt daartoe als volgt.
5.4.
Het is positief dat [minderjarige 1] veiligheid, structuur en liefde ervaart in het netwerkpleeggezin, maar er zijn ook flinke zorgen door de ouders geuit. [minderjarige 1] heeft geen dagbesteding en volgt geen onderwijs. Bovendien heeft de jeugdbeschermer geen zicht op [minderjarige 1] haar woonsituatie bij de vriend en schoonmoeder. De jeugdbeschermer moet in kaart gaan brengen of de woonsituatie van [minderjarige 1] in het netwerkpleeggezin veilig is en wat de opties van een open woongroep zijn. [minderjarige 1] kan niet naar huis terugkeren omdat de situatie daar op dit moment onvoldoende stabiel is. Gelet het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing in een netwerkpleeggezin op dit moment noodzakelijk en in het belang van [minderjarige 1] is.
5.5.
Omdat er op dit moment geen zicht is op [minderjarige 1] en het netwerkpleegezin zal de kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een netwerkpleeggezin toewijzen voor de duur van drie maanden en de behandeling van het overige aanhouden. De kinderrechter verzoekt de gecertificeerde instelling uiterlijk een week voor de nader te bepalen zitting een
schriftelijke updatete verzenden waarin zij de kinderrechter nader informeert over [minderjarige 1] en haar woonsituatie en de gecertificeerde instelling haar standpunt kenbaar maakt ten aanzien van het aangehouden verzoek.
5.6.
De beslissing tot ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [3]
5.7.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] tot 19 december 2026;
6.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een netwerkpleeggezin met ingang van 17 december 2025 tot 17 maart 2026;
6.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
6.4.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot een nader te bepalen zitting,
gelegen vóór 17 maart 2026, tegen welke zitting de gecertificeerde instelling, de vader, de moeder, de advocaat van de ouders en [minderjarige 1] voor het kindgesprek dienen te worden opgeroepen;
6.5.
gelast de gecertificeerde instelling om uiterlijk één week voor de nader te bepalen zitting aan de kinderrechter en de belanghebbenden een
schriftelijke updatetoe te zenden waarin zij ook haar standpunt kenbaar maakt ten aanzien van het aangehouden deel van het verzoek.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. B. van der Laken als griffier, en op schrift gesteld op 24 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW.
2.Artikel 1:265b, eerste lid, BW.
3.Artikel 2 Besluit gezagsregisters.