Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: S. Faddach).
Procesverloop
Overwegingen
Ambtshalve toetsing
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De Minister van Asiel en Migratie legde op 10 februari 2025 aan eiser, een vreemdeling van Algerijnse nationaliteit, de maatregel van bewaring op op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 17 februari 2025.
Eiser betwistte de zware en lichte gronden voor de bewaring niet, maar voerde aan dat de minister een lichter middel had moeten toepassen. Hij gaf aan dat hij zich slechts eenmaal aan het toezicht had onttrokken, per ongeluk in een verkeerde trein was gestapt en daardoor in Zwitserland terecht was gekomen. De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende had gemotiveerd dat een lichter middel niet volstond, mede gezien het feit dat eiser meerdere asielaanvragen had ingediend en zich tweemaal met onbekende bestemming naar het buitenland had begeven.
De rechtbank voerde ook een ambtshalve toetsing uit en concludeerde dat de bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek niet onrechtmatig was. Gezien de feiten en omstandigheden werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door rechter N.M. Spelt en griffier R.A. Oelen op 21 februari 2025. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.