ECLI:NL:RBDHA:2025:26706

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
18 januari 2026
Zaaknummer
C/09/694105 / FA RK 25-8334
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanhouding beslissing over wijziging zorgregeling in afwachting van beschermingsonderzoek

Partijen, voormalig gehuwd en ouders van vier minderjarige kinderen, hebben gezamenlijk gezag en een ouderschapsplan waarin de kinderen om het weekend bij de vader verblijven en de vakanties worden gedeeld. De vader verzoekt om uitbreiding van de zorgregeling en wijziging van de vakantieregeling, met een dwangsom bij niet-nakoming.

De moeder verzet zich tegen uitbreiding vanwege zorgen over overmatig alcoholgebruik van de vader en de veiligheid van de kinderen. De omgang tussen vader en kinderen is op advies van hulpverlening stopgezet. De Raad voor de Kinderbescherming heeft een beschermingsonderzoek ingesteld vanwege ernstige zorgen over de opvoedsituatie bij beide ouders en de verstoorde relatie tussen partijen.

De rechtbank acht het niet wenselijk om voorafgaand aan de uitkomsten van het onderzoek een beslissing te nemen en bepaalt dat de omgang zo snel mogelijk moet worden hervat onder begeleiding van hulpverlening. De behandeling van het verzoek wordt aangehouden tot 1 februari 2026, waarbij partijen zich uiterlijk twee weken daarvoor moeten uitlaten over de voortgang.

Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing over de wijziging van de zorgregeling aan in afwachting van het beschermingsonderzoek.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-8334
Zaaknummer: C/09/694105
Datum beschikking: 18 december 2025

Wijziging zorgregeling

Beschikking op het op 5 november 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres
advocaat: mr. N. Schuermann te Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H. van der Heide-Boertien te ’s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
- het verzoekschrift;
- het bericht van 12 november 2025, met bijlagen, van de vader;
- het bericht van 20 november 2025 van de moeder;
- het aanvullend verzoekschrift;
- het bericht van 26 november 2025 van de moeder.
De minderjarigen [minderjarige 1] heeft zich schriftelijk uitgelaten over het verzoek en [minderjarige 2] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 9 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat, de moeder met haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. Van de zijde van de moeder zijn pleitnotities overhandigd.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2020 tot [datum 2] 2025.
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats],
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats],
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2020 te [geboorteplaats] en
- [minderjarige 4], geboren op [geboortedatum 4] 2021 te [geboorteplaats].
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- De kinderen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 5 maart 2025 is – voor zover hier aan de orde –:
- de echtscheiding tussen partijen uitgesproken;
- bepaald dat het aangehechte ouderschapsplan deel uitmaakt van de echtscheidingsbeschikking;
- bepaald dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de moeder hebben;
- bepaald dat de moeder huurster zal zijn van de woning aan het adres [adres], [postcode] [plaats] met ingang van de dag waarop de beschikking tot echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand;
- bepaalt dat de man € 100,- per kind per maand dient te betalen aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen, met ingang van de dag van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt, na aanvulling:
- de zorgregeling uit te breiden, waarbij [minderjarige 3] en [minderjarige 4] om de week van maandag uit school tot en met woensdagochtend naar school bij de vader zijn;
- de vakantieregeling te wijzigen, waarbij de kinderen de helft van de kerstvakantie en tevens twee weken in de bouwvakantie bij de vader zijn,
- een dwangsom ten bedrage van € 100,- per dagdeel te verbinden aan de zorgregeling indien de moeder de zorgregeling niet nakomt met een maximum van € 5.000,-,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Partijen hebben ten tijde van de echtscheidingsprocedure een ouderschapsplan opgesteld, dat aan de echtscheidingsbeschikking is gehecht. Hierin hebben partijen ten aanzien van de reguliere zorgregeling afgesproken dat de kinderen om het weekend bij de vader zijn. Ten aanzien van schoolvakanties zijn partijen overeengekomen dat deze bij helfte worden gedeeld. De vader heeft echter zorgen over de opvoedsituatie bij de moeder. Zo zou de moeder onder andere hebben aangegeven dat zij de zorg voor de vier kinderen van partijen zwaar vindt. Om deze reden wenst de vader de reguliere zorgregeling uit te breiden. Ten aanzien van de vakantieregeling geeft de vader aan dat het voor hem niet haalbaar is om de kinderen de helft van de schoolvakanties bij zich te hebben. Om deze reden wil de vader de regeling inzake de schoolvakanties wijzigen, in die zin dat de kinderen bij hem zijn de helft van de kerstvakantie en twee weken in de zomervakantie tijdens de bouwvak.
Hoewel de moeder het in beginsel in het belang van de kinderen acht dat zij met beide ouders contact hebben, heeft zij de omgang tussen de vader en kinderen op advies van de betrokken hulpverlening eenzijdig stopgezet. Zij heeft namelijk op haar beurt grote zorgen over de opvoedsituatie bij vader. Hiertoe voert zij aan dat aan de zijde van de vader sprake is van overmatig alcoholgebruik. Volgens de moeder zijn de kinderen bang voor de vader op het moment dat hij alcohol heeft gedronken. Zo zou er dan sprake zijn van scheldpartijen en zou hij dreigen de moeder en haar nieuwe partner iets aan te doen. Om deze reden acht zij het op dit moment niet veilig voor de kinderen om omgang met de vader te hebben.
Op de zitting is gebleken dat er recent een jeugdbeschermingstafel-bijeenkomst heeft plaatsgevonden en de Raad is overgegaan tot een beschermingsonderzoek. De Raad maakt zich niet alleen ernstig zorgen over de opvoedsituatie bij zowel de vader als de moeder, maar ook over de ernstig verstoorde relatie tussen partijen. Op de zitting werd duidelijk zichtbaar dat partijen voortdurend naar elkaar wijzen en de schuld bij de ander leggen. Het lukt hen niet om te reflecteren op hun eigen handelen en daarin hun eigen verantwoordelijkheid te nemen. Dit baart de rechtbank ernstige zorgen. Gelet hierop, acht de rechtbank het niet wenselijk om vooruitlopend op de uitkomsten van het raadsonderzoek een beslissing te nemen over een eventuele uitbreiding van de zorgregeling. De rechtbank begrijpt dat er op dit moment op initiatief van de betrokken hulpverlening geen omgang tussen de vader en de kinderen plaatsvindt. De rechtbank acht het echter wel van belang dat de omgang tussen de vader en de kinderen zo snel mogelijk wordt hervat. Hierbij moet de betrokken hulpverlening beoordelen wanneer en op welke wijze de omgang tussen de vader en de kinderen kan plaatsvinden.
De rechtbank zal in afwachting van de uitkomsten van het beschermingsonderzoek de beslissing ten aanzien van de definitieve zorgregeling aanhouden zoals na te melden.

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt dat de behandeling van de verzoeken van de vader zullen worden aangehouden tot
1 februari 2026 pro formain afwachting van de uitkomsten van het beschermingsonderzoek;
bepaalt dat partijen zich uiterlijk twee weken voor voornoemde pro formadatum dienen uit te laten over de voortgang van deze procedure;
*
houdt iedere beslissingen
ten aanzien van de zorgregeling en de dwangsomaan.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. de Jong-Kwestro, kinderrechter, bijgestaan door mr. A.J.A. Olthoff als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 december 2025.