ECLI:NL:RBDHA:2025:26788

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
19 januari 2026
Zaaknummer
C/09/695711 / FA RK 25-9218
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening van een aansluitende zorgmachtiging op basis van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Op 19 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven in een zaak betreffende de verlening van een aansluitende zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden, op verzoek van de officier van justitie. Het verzoek was ingediend naar aanleiding van de geestelijke gezondheidsproblemen van de betrokkene, die lijdt aan schizofrenie en middelenmisbruik. De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene niet aanwezig wilde zijn bij de mondelinge behandeling, maar dat zijn afwezigheid geen belemmering vormde voor de beoordeling van het verzoek. De rechtbank heeft de noodzaak van verplichte zorg onderbouwd met medische verklaringen en het zorgplan, en heeft geconcludeerd dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. De rechtbank heeft de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk geacht: toedienen van medicatie, verrichten van medische controles, en opname in een accommodatie. De beschikking is gegeven door mr. L. Kelkensberg, rechter, en is uitgesproken ter openbare zitting. De zorgmachtiging is verleend tot en met 19 december 2026.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/695711 / FA RK 25-9218
Datum beschikking: 19 december 2025

Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteland] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] , te [plaats] ,
advocaat: mr. A.A. van Harmelen te 's-Gravenhage.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 8 december 2025, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 27 november 2025 ondertekende medische verklaring van J.H. Enterman, psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een zorgkaart van 12 november 2025;
- een zorgplan van 12 november 2025;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 2 december 2025;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een brief van de officier van justitie van 11 november 2025 waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn;
- een uittreksel uit het curateleregister.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 19 december 2025. Daarbij zijn gehoord:
- de advocaat van betrokkene;
- de verpleegkundig specialist, mevrouw [naam 1] ;
- de verpleegkundige, [naam 2] .
Omdat betrokkene niet naar de zittingslocatie wilde komen heeft de rechtbank hem in zijn woning bezocht en hem daar uitdrukkelijk gevraagd of hij aanwezig wil zijn bij de mondelinge behandeling. Betrokkene gaf te kennen niet bij de mondelinge behandeling aanwezig te willen zijn. De rechtbank heeft daarmee vastgesteld dat betrokkene wenst niet te worden gehoord en heeft de zitting voortgezet buiten aanwezigheid van betrokkene.
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

De advocaat heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Betrokkene staat achter het verzoek en wil ook niet weg van de afdeling waar hij momenteel verblijft. Van vrijwilligheid kan volgens de advocaat niet worden gesproken.
De verpleegkundig specialist heeft ter zitting aangegeven dat betrokkene chronisch psychotisch is en dat dit onveranderd is gebleven na het wisselen van medicatie. Binnenkort zal betrokkene naar een andere wonjng op het terrein verhuizen om de overlast voor andere bewoners te beperken. In een eerder stadium is gesproken over doorstroom naar begeleid wonen. Daarvan is echter geen sprake meer; betrokkene heeft juist extra toezicht nodig. Het is van belang om betrokkene stabiel te houden, daar zal aan gewerkt worden gedurende de looptijd van de zorgmachtiging. Betrokkene stelt zich echter zorgmijdend en afwerend op.

Beoordeling

Op 13 januari 2025 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden tot en met 13 januari 2026.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan psychische stoornissen, te weten schizofrenie en middelenmisbruik.
Deze stoornissen leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- ernstige immateriële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Uit de stukken blijkt dat sprake is van een chronische psychose met achterdocht, paranoïde en grootheidswanen. Betrokkene is ermee bekend luidruchtig te zijn en veel te schreeuwen, wat zorgt voor overlast bij omwonenden en agressie oproept. Daarnaast bestaat het risico dat hij vanuit zijn psychotische toestandsbeeld een delict pleegt.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene verzet zich tegen verlenen van verplichte zorg. Betrokkene is afwerend en vermijdend in het contact. Betrokkene ontkent en bagatelliseert zijn psychotische problematiek en het daaruit voortvloeiende ernstig nadeel. Hij meent geen medicatie nodig te hebben en is in de veronderstelling dat de medicatie gevaarlijk is voor zijn gezondheid. Orale medicatie wordt dan ook niet geaccepteerd door hem. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteland] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 19 december 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. L. Kelkensberg, rechter, bijgestaan door P.S.R. Nieman als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 19 december 2025.