ECLI:NL:RBDHA:2025:26792
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek rechterlijke machtiging opname en verblijf op grond van de Wet zorg en dwang
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) heeft een verzoek ingediend voor een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van cliënt op grond van artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd) voor de duur van zes maanden. Cliënt verblijft momenteel in een zorgaccommodatie en wordt bijgestaan door een advocaat. De rechtbank heeft het verzoek behandeld op 19 december 2025.
Tijdens de zitting heeft cliënt aangegeven tevreden te zijn met haar huidige verblijf en de zorg die zij ontvangt. Zij wenst niet terug naar huis, maar wil in de huidige accommodatie blijven of verhuizen naar dezelfde locatie als haar echtgenoot. De afdelingsarts en verzorgende bevestigden dat cliënt aanvankelijk verbaal verzet toonde, maar dat dit verzet inmiddels is verdwenen. Mantelzorgers gaven aan overbelast te zijn geraakt door de zorg thuis.
De rechtbank concludeert dat niet langer sprake is van actief verzet tegen opname en verblijf, waardoor niet wordt voldaan aan de criteria voor het verlenen van een rechterlijke machtiging. Het verzoek wordt daarom afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wordt afgewezen omdat cliënt geen actief verzet meer toont.