Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. J.E. Herlaar).
Procesverloop
Overwegingen
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde aan eiser op 24 november 2025 een maatregel van bewaring op op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 24 december 2025.
Verweerder stelde dat de maatregel noodzakelijk was vanwege het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou belemmeren. Eiser betwistte de gronden voor bewaring niet, maar voerde aan dat vanwege zijn ernstige psychische problemen een lichter middel passend zou zijn. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende had gemotiveerd dat geen minder dwingende maatregel toereikend was.
De rechtbank nam mee dat eiser herhaaldelijk had aangegeven niet terug te willen keren naar Egypte, zijn paspoort had vernietigd en meerdere keren met onbekende bestemming was vertrokken. Ook werd vastgesteld dat de zorg in detentie passend was en dat geen onrechtmatigheid van de maatregel bestond. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De rechtbank wees op de ambtshalve toetsing van de rechtsmatigheid van de maatregel, waaronder het beginsel van non-refoulement en het belang van het familie- en gezinsleven, maar vond geen belemmeringen voor de verwijdering van eiser. De uitspraak werd gedaan door rechter S.N. Abdoelkadir op 31 december 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.