Uitspraak
Zorgregeling en gezagsgeschil
Beschikking op het op 27 oktober 2025 ingekomen verzoek van:
Procedure
Verzoek en verweer
- te bepalen dat de kinderen in de huidige woonsituatie van de moeder te [plaats 1] hun hoofdverblijf bij de vader te [plaats 2] zullen hebben;
- te bepalen dat, in de huidige woonsituatie van de moeder te [plaats 1] , er sprake zal zijn van een regeling tussen de moeder en de kinderen waarbij de kinderen gedurende één weekend per veertien dagen bij de moeder verblijven van vrijdag 17.00 uur tot zondag 19.00 uur waarbij de moeder de kinderen op zaterdag naar de voetbalwedstrijden zal brengen en ophalen;
- te bepalen dat aan haar vervangende toestemming zal worden verleend voor de inschrijving van [minderjarige 2] op haar adres in de basisregistratie personen en voorts zal bepalen dat de in dezen te wijzen beschikking in de plaats treedt van de benodigde handtekening van de man op het inschrijfformulier;
- te bepalen dat de man zijn medewerking dient te verlenen aan het ouderschapsplan, welk is opgenomen in de beschikking van het gerechtshof Den Haag van 11 september 2024, gewezen onder zaaknummers 200.318.060/01 en 200.318.067.01, overeengekomen zorg- en contactregeling, waarbij de kinderen de ene week bij de vrouw zullen verblijven en de andere week bij de man en waarbij het wisselmoment zal plaatsvinden op vrijdag na school, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00, althans op straffe van verbeurte van een in goede justitie te bepalen dwangsom, voor iedere dag of deel hiervan dat de man niet aan de beschikking voldoet, althans een in goede justitie te bepalen beslissing zal nemen;
- te bepalen dat aan haar vervangende toestemming zal worden verleend voor inschrijving van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij [BSO] , locatie [locatie] , en voorts zal bepalen dat de in dezen te wijzen beschikking in de plaats treedt van de benodigde handtekening van de man op het aanmeldformulier;
Feiten
- Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2016 tot [datum 2] 2024.
- Zij zijn de ouders van de volgende thans nog minderjarige kinderen:
De rechtbank is van oordeel dat aan het belang van de vrouw om buiten de woonomgeving van de man te gaan wonen ook tegemoet kan worden gekomen indien zij in een straal van bijvoorbeeld 30 kilometer van het woonadres van de man gaat wonen. Zij woont dan buiten de directe woonomgeving van de man zodat zij afstand kan nemen van de situatie, maar ook wordt aan de belangen van de man en de kinderen tegemoet gekomen omdat de man dan in staat is een substantiële rol in het leven van de kinderen te spelen. Naar het oordeel van de rechtbank dient de vrouw dan ook zo spoedig mogelijk te gaan wonen in een straal van 30 kilometer van het woonadres van de man.
Beoordeling
Beslissing
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2018 te [geboorteplaats 1] ,
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats 2]