ECLI:NL:RBDHA:2025:26806
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling asielaanvraag en interstatelijk vertrouwensbeginsel in het kader van Dublinverordening
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag op 15 december 2025, wordt het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag beoordeeld. Eiser, van Tadzjiekse nationaliteit, had een aanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie was afgewezen op basis van de Dublinverordening, waarbij Bulgarije als verantwoordelijk land werd aangewezen. De rechtbank heeft op 9 december 2025 de zaak behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde aanwezig waren, evenals de gemachtigde van de minister en een tolk.
De rechtbank oordeelt dat de minister zich terecht op het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan beroepen. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij als bijzonder kwetsbaar moet worden beschouwd, zoals bedoeld in het Tarakhel-arrest. De rechtbank stelt vast dat eiser niet heeft aangetoond dat hij vanwege zijn medische klachten niet naar Bulgarije kan reizen. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die bevestigen dat Bulgarije voldoet aan de vereisten voor de behandeling van asielzoekers.
Eiser heeft aangevoerd dat de toegang tot gezondheidszorg in Bulgarije gebrekkig is, maar de rechtbank oordeelt dat de minister zich op het standpunt mag stellen dat de medische voorzieningen in Bulgarije vergelijkbaar zijn met die in Nederland. De rechtbank concludeert dat er geen aanleiding is voor de minister om individuele garanties te vragen aan Bulgarije en dat de asielaanvraag van eiser terecht niet in behandeling is genomen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft en eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt.