ECLI:NL:RBDHA:2025:26806
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening met betrekking tot Bulgarije
Eiser, van Tadzjiekse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, maar de minister nam zijn aanvraag niet in behandeling omdat Bulgarije volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet op Bulgarije van toepassing is vanwege gebrekkige toegang tot gezondheidszorg en zijn medische situatie.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, mede gelet op eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak en het AIDA-rapport 2024. Eiser heeft onvoldoende concrete aanwijzingen geleverd dat Bulgarije fundamentele systeemfouten vertoont of dat hij als bijzonder kwetsbaar moet worden beschouwd volgens het Tarakhel-arrest.
Ook is niet gebleken dat eiser vanwege zijn hepatitis B en D en psychische klachten niet naar Bulgarije kan reizen. De minister hoefde geen aanvullend onderzoek te verrichten of individuele garanties te vragen. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en het bestreden besluit in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.