ECLI:NL:RBDHA:2025:26814

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
19 januari 2026
Zaaknummer
NL25.27497
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens onvoldoende bewijs identiteit en familierechtelijke relatie

Eiser, een minderjarige met de Jemenitische nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging bij zijn vader. De minister wees de aanvraag af omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt wie zijn moeder was en de familierechtelijke relatie met haar. Ook ontbrak een toestemmingsverklaring van de moeder voor het vertrek van eiser naar Nederland.

Eiser stelde in beroep dat zijn identiteit en die van zijn moeder wel waren vastgesteld en dat de moeder toestemming had gegeven. De rechtbank oordeelde echter dat de minister terecht twijfelde aan de authenticiteit van de overgelegde documenten, mede vanwege het ontbreken van een duidelijke verklaring over de herkomst van de Somalische geboorteakte en het ontbreken van een scheidingsakte tussen de ouders.

Verder was de moeder van eiser niet beschikbaar voor nader onderzoek, ondanks het aanbod van een interview. De rechtbank vond dat de belangen van het minderjarige kind weliswaar meegewogen waren, maar dat zonder toestemming van de moeder geen mvv kon worden verleend. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.27497

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [v-nummer], eiser

(gemachtigde: mr. P.C.M. van Schijndel),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
1.1.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 29 april 2024 (het primaire besluit) afgewezen. Met het bestreden besluit van 26 mei 2025 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2. De rechtbank heeft het beroep op 13 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: referent, de gemachtigde van eiser en A. Polo als tolk. Verweerder is met bericht vooraf niet ter zitting verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
3. Eiser is geboren op [geboortedatum] 2010 en heeft de Jemenitische nationaliteit. Eiser heeft op 27 juni 2022 een aanvraag ingediend voor een mvv met als verblijfsdoel ’verblijf als familie- of gezinslid’ bij zijn vader, [referent] (hierna: referent).
4. Verweerder heeft de aanvraag van eiser afgewezen, omdat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een mvv nareis. Eiser heeft de identiteit van zijn moeder en de familierechtelijke relatie tussen hem en zijn moeder niet aannemelijk gemaakt. Ook heeft eiser geen toestemmingsverklaring overgelegd van zijn biologische moeder waaruit blijkt dat zij toestemming geeft voor zijn vertrek naar Nederland. Op basis van een integrale beoordeling krijgt eiser het voordeel van de twijfel en is nader onderzoek aangeboden in de vorm van een interview met de achterblijvende moeder, maar de moeder van eiser is niet beschikbaar voor nader onderzoek. Hierdoor kan verweerder de nareisvraag ook niet beoordelen in het kader van artikel 8 van Pro het EVRM [1] .
Wat vindt eiser in beroep?
5. Eiser stelt dat uit de stukken die in deze procedure zijn overgelegd blijkt waarom het verzoek om een mvv moet worden ingewilligd. Eisers identiteit is aannemelijk gemaakt. De identiteit van de moeder is in voldoende mate vast komen te staan. Daarbij staat in het primaire besluit dat de familierechtelijke relatie tussen eiser en zijn vader en moeder aannemelijk is gemaakt. Uit de overgelegde documenten volgt ook dat de moeder van eiser ermee instemt dat hij naar referent reist in het kader van gezinshereniging. De vader en moeder van eiser zijn toen eiser erg jong was gescheiden. Verweerder gaat voorbij aan het belang van eiser om herenigd te worden met referent. Eiser is 15 jaar oud, heeft zijn moeder al jarenlang niet meer gezien en verblijft nu in Egypte.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
6. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Identiteit en familierechtelijke relatie
7. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich in het bestreden besluit op het standpunt mogen stellen dat de identiteit van de moeder van eiser niet aannemelijk is gemaakt. Verweerder heeft namelijk de identiteit van de moeder van eiser niet aannemelijk hoeven achten op basis van het overgelegde ‘certificaat van identiteit’. Verweerder heeft daarbij mogen betrekken dat Somalische documenten, zoals het certificaat, niet worden erkend volgens paragraaf B1/4.3.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000. Verweerder heeft er ook op mogen wijzen dat geen uitleg is gegeven over hoe eiser aan dit certificaat is gekomen, terwijl eerder in de procedure is verklaard dat de moeder van eiser geen identiteitsbewijzen had.
7.1.
Verweerder heeft zich ook niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de familierechtelijke relatie tussen eiser en zijn moeder niet is aangetoond. Nog los van het feit dat de identiteit van de moeder niet aannemelijk is gemaakt, heeft verweerder er ook op mogen wijzen dat van eiser en referent verwacht mag worden dat zij verklaren hoe zij aan de documenten die zij in bezwaar hebben overgelegd zijn gekomen. Verweerder heeft erop mogen wijzen dat er onvoldoende uitleg is gegeven over het verkrijgen van de Somalische geboorteakte van eiser die is opgesteld en afgegeven in 2022. Zo is er onvoldoende uitleg gegeven over waarom de geboorteakte van eiser pas in 2022 is geregistreerd. Referent heeft ook niet uitgelegd wat hij heeft moeten doen om als vader te worden geregistreerd op de geboorteakte.
7.2.
Verweerder heeft daarbij ook voldoende gemotiveerd waarom hij is afgeweken van zijn eerdere conclusie in het primaire besluit. Verweerder heeft daarbij naast wat hiervoor over de in bezwaar overgelegde documenten is overwogen, ook mogen meewegen dat in de aanvraagprocedure steeds is verklaard dat bepaalde documenten niet te verkrijgen zijn, maar dat na het gesprek met eisers gemachtigde wel een aantal documenten overgelegd konden worden. Daarbij heeft verweerder er ook op mogen wijzen dat niet valt in te zien waarom deze documenten niet in de aanvraagprocedure konden worden overgelegd en waarom de verklaringen over het niet kunnen overleggen wisselen.
Scheiding
8. Verweerder heeft zich op het standpunt mogen stellen dat eiser de scheiding tussen referent en zijn moeder niet aannemelijk heeft gemaakt. Eiser heeft verklaard dat hij geen scheidingsakte kan overleggen vanwege het vermist raken daarvan tijdens de oorlog en anderzijds omdat deze verloren zou zijn gegaan in een brand. Nog afgezien van de vraag of deze verklaringen elkaar tegenspreken, heeft verweerder mogen betrekken dat niet valt in te zien waarom het niet mogelijk is om een nieuwe scheidingsakte of duplicaat daarvan te verkrijgen. Verweerder heeft erop mogen wijzen dat de geboorteakte en huwelijksakte tussen referent en zijn huidige echtgenote ook in Jemen zijn opgevraagd in 2022. Uit het feit dat op de huwelijksakte tussen referent en zijn huidige echtgenote staat dat hij gescheiden is, blijkt niet dat referent gescheiden is van de moeder van eiser.
Toestemmingsverklaring
9. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat gezinshereniging op de wijze zoals door eiser gevraagd er niet toe mag leiden dat hij op onrechtmatige wijze aan het ouderlijk gezag van zijn moeder wordt onttrokken. Eiser en referent hebben geen toestemmingsverklaring overgelegd van de biologische moeder van eiser. Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij niet in staat is de toestemmingsverklaring te ondertekenen. Referent heeft verklaard dat de moeder van eiser analfabeet is. Verweerder heeft er echter terecht op gewezen dat dit niet betekent dat zij de toestemmingsverklaring niet kan ondertekenen. Daarbij heeft verweerder mogen betrekken dat zij in Somalië wel een certificaat van identiteit heeft kunnen aanvragen en een verzoek heeft ingediend bij de rechtbank in Somalië om door de rechtbank te laten vaststellen dat zij toestemming geeft voor het reizen van eiser.
9.1.
Relevant is verder dat de moeder van eiser in beeld is. Referent heeft verklaard dat eiser altijd contact heeft onderhouden met zijn moeder. Verweerder heeft zich daarom niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat er zonder nader onderzoek niet voorbij kan worden gegaan aan de band tussen eiser en zijn moeder. Verweerder heeft aangegeven dat de achterblijvende moeder van eiser de mogelijkheid heeft om in Jemen, Kenia of Ethiopië geïnterviewd te worden. Eiser heeft daarop aangegeven dat zij wel naar [plaats] kan reizen, maar niet naar het buitenland. Verweerder heeft er op mogen wijzen dat wisselend is verklaard over waarom de moeder van eiser niet zou kunnen uitreizen voor het doen van nader onderzoek. Zo heeft referent bij de aanvraag verklaard dat de moeder alleen voor haar kinderen zorgt, geen man heeft en daarom niet de mogelijkheid heeft om naar een buurland van Somalië te reizen. Tijdens de hoorzitting in bezwaar heeft referent echter verklaard dat de moeder van zijn zoon een echtgenoot heeft. De enkele stelling die ter zitting voor het eerst naar voren is gebracht, namelijk dat de moeder van eiser om in het buitenland te komen door Al Shabaab gebied moet reizen – wat daar ook van zij – is weer anders dan wat eerder is verklaard en doet daarom niet af aan het standpunt van verweerder over de wisselende verklaringen.
Belang van eiser
10. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat de belangen van eiser (als minderjarig kind) voldoende zijn meegewogen. Verweerder heeft er op mogen wijzen dat juist omdat er rekening wordt gehouden met de belangen van eiser, niet zonder toestemming van zijn moeder een mvv kan worden verleend. Verweerder wijst er dan ook niet ten onrechte op dat er niet zonder het doen van nader onderzoek voorbij kan worden gegaan aan wie de achterblijvende moeder is, of zij toestemming geeft voor het vertrek van haar zoon en of er sprake is van een scheiding tussen referent en de moeder van eiser. Hierdoor kan onvoldoende worden vastgesteld dat er niet wordt meegewerkt aan het onttrekken van een minderjarig kind aan het ouderlijk gezag.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijg en het bestreden besluit in stand blijft.
12. Eiser krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, rechter, in aanwezigheid van mr. L.W.H. Schippers, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.