De kinderrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 30 december 2025 besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2012, voor de duur van een jaar tot 8 januari 2027.
De minderjarige verblijft bij de pleegouders, grootouders van vaderszijde, die hem een stabiele en gestructureerde omgeving bieden. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag, maar zijn momenteel niet in staat om duurzaam in de basisbehoeften van de minderjarige te voorzien. De gecertificeerde instelling verzocht om verlenging vanwege de noodzaak van continuïteit en stabiliteit, mede gezien de ambivalentie van de minderjarige over zijn woonplaats en het moeizame contact met de moeder.
De vader en pleegouders stemden in met het verzoek, waarbij zij aangaven dat de zorg zwaar valt en dat er behoefte is aan vaste omgangsafspraken. De kinderrechter constateerde dat ondanks het ontbreken van een advies van de Raad, de voorwaarden voor verlenging zijn vervuld. De verlenging is noodzakelijk om de stabiliteit en duidelijkheid voor de minderjarige te waarborgen en om het perspectief voor de toekomst te onderzoeken.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na dagtekening.