In deze zaak heeft de kinderrechter van de Rechtbank Den Haag op 30 december 2025 een beschikking gegeven over de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, hierna te noemen [minderjarige]. De zaak betreft een verzoek van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming, die als gecertificeerde instelling optreedt. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de ouders van [minderjarige], de vader en de moeder, belast zijn met het ouderlijk gezag, maar dat [minderjarige] momenteel bij zijn pleegouders verblijft, die zijn grootouders aan vaderszijde zijn. De kinderrechter heeft de procedure op 30 december 2025 met gesloten deuren gehouden, waarbij de vader en de pleegouders aanwezig waren, maar de moeder niet. De kinderrechter heeft de mening van [minderjarige] gehoord en vastgesteld dat er zorgen zijn over de stabiliteit van zijn woonsituatie en de draagkracht van de pleegouders. De kinderrechter heeft besloten om de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar, tot 8 januari 2027. Dit is noodzakelijk om de zorg en opvoeding van [minderjarige] te waarborgen en om te voorkomen dat hij in een onveilige situatie terechtkomt. De kinderrechter heeft ook benadrukt dat er duidelijke afspraken moeten komen over het contact tussen [minderjarige] en zijn ouders, en dat de gecertificeerde instelling moet zorgen voor voldoende ondersteuning voor de pleegouders. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.