In deze zaak heeft de kinderrechter van de Rechtbank Den Haag op 30 december 2025 een beschikking gegeven over de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2014. De kinderrechter heeft de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming als gecertificeerde instelling betrokken bij de procedure. De ouders van de minderjarige zijn belast met het ouderlijk gezag, maar de minderjarige verblijft momenteel bij zijn grootouders. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de ouders niet zijn verschenen op de zitting, ondanks dat zij correct waren opgeroepen. De kinderrechter heeft ook een kindgesprek met de minderjarige georganiseerd, maar deze is niet verschenen.
De kinderrechter heeft de feiten en omstandigheden in overweging genomen, waaronder de eerdere verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing. De gecertificeerde instelling heeft verzocht om een verlenging van deze maatregelen, omdat er zorgen zijn over de ontwikkeling van de minderjarige en de omgang met de moeder. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de zorgen over de moeder opnieuw zijn toegenomen, wat heeft geleid tot een stagnatie in de omgang tussen de moeder en de minderjarige. De kinderrechter heeft geconcludeerd dat het noodzakelijk is om de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen om de veiligheid en ontwikkeling van de minderjarige te waarborgen.
De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd voor de duur van een jaar, tot 9 januari 2027, en heeft de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De beslissing is openbaar uitgesproken en kan door belanghebbenden worden aangevochten in hoger beroep.