Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:26856

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 december 2025
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
C/09/693918 / JE RK 25-1861
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArt. 1:265c BWBesluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, die momenteel bij zijn grootouders verblijft. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de vader en moeder gezamenlijk het ouderlijk gezag hebben, maar dat de omgang tussen de moeder en de minderjarige is gestagneerd vanwege zorgelijke gedragingen van de moeder.

De gecertificeerde instelling motiveert het verzoek met recente signalen dat de moeder de minderjarige belast met haar angsten en onzekerheden, wat eerder ook aanleiding was voor de maatregelen. De moeder heeft geen inzicht gegeven in haar GGZ-dossier, wat een voorwaarde is voor onbegeleide omgang. De vader heeft nog geen geschikte woonruimte gevonden om met zijn nieuwe partner en de minderjarige te wonen.

De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor verlenging zijn vervuld. De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing worden verlengd voor de duur van een jaar, omdat het in het belang van de minderjarige is dat hij in een stabiele en veilige omgeving blijft, met monitoring van zijn ontwikkeling en het bevorderen van contactherstel met de moeder.

De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na de uitspraak.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige worden verlengd voor de duur van een jaar.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/693918 / JE RK 25-1861
Datum uitspraak: 30 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2] ,
[de grootmoeder]en
[de grootvader],
hierna te noemen: de grootouders (vaderszijde) (tevens pleegouders),
wonende te [woonplaats 2] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 30 oktober 2025;
- het advies van de Raad, dat ter zitting van 30 december 2025 door de gecertificeerde instelling is toegelicht en nadien is nagestuurd.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 december 2025. Daarbij was [naam] , namens de gecertificeerde instelling aanwezig.
1.3.
De vader, de moeder en de grootouders zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij wel juist zijn opgeroepen.
1.4.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] uitgenodigd voor een kindgesprek. [de minderjarige] is niet verschenen.

2.De feiten

2.1.
[de minderjarige] is erkend door de vader.
2.2.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.3.
[de minderjarige] verblijft de grootouders.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 8 juli 2025 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 9 januari 2026 en voor dezelfde duur de machtiging verlengd [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de gecertificeerde instelling de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De gecertificeerde instelling heeft het verzoek, samengevat en zakelijk weergegeven, als volgt gemotiveerd.
3.2.
[de minderjarige] ontwikkelt zich momenteel goed bij de grootouders. Hij krijgt voldoende bescherming, affectieve aandacht, structuur en grenzen en hij wordt gestimuleerd in zijn ontwikkeling. De vader is elke dag bij de grootouders en draagt deels de verantwoordelijkheid voor de opvoeding en verzorging van [de minderjarige] . In het afgelopen anderhalf jaar heeft de gecertificeerde instelling een positieve ontwikkeling gezien waarbij zorgelijke uitingen van de moeder niet meer op de voorgrond stonden, waardoor de omgang tussen haar en [de minderjarige] steeds meer uitgebreid kon worden. Op basis van deze positieve ontwikkeling zijn de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing op 8 juli 2025 door de kinderrechter verlengd tot 8 januari 2026 met als doel om de maatregelen uiteindelijk af te sluiten. Echter zijn er in de afgelopen periode zorgelijke signalen naar voren gekomen in de omgang tussen de moeder en [de minderjarige] en is deze omgang om deze reden gestagneerd. [de minderjarige] zegt in gesprekken met de jeugdbeschermer dat hij door de moeder belast wordt met haar gedachten op gebied van seksualiteit, spiritualiteit en discriminatie. Het gedrag van de moeder, waarbij zij [de minderjarige] belast met haar angsten en onzekerheden, was een van de gronden geweest voor de initiële noodzaak voor de maatregelen en lijken nu opnieuw op de voorgrond te zijn getreden. Tot op heden heeft de moeder hiernaast geen inzicht willen geven in haar GGZ-dossier, wat wel als bodemeis gesteld is voor onbegeleide omgang met [de minderjarige] . Op grond van de recente uitspraken van [de minderjarige] maakt de gecertificeerde instelling zich (opnieuw) zorgen over de psychische gesteldheid en opvoedvaardigheden van de moeder. Het is hiernaast niet gelukt om een regeling van de zorg- en opvoedtaken vast te leggen tussen de ouders en hun communicatie verloopt moeizaam. Gelet op de zorgen en de noodzaak om opnieuw in te zetten op rust en stabiliteit voor [de minderjarige] , waarbij tevens moet worden gewerkt aan het op een veilige wijze toewerken naar contactherstel tussen hem en de moeder en aan het toewerken, wanneer mogelijk, naar het opstellen van een verdeling van de zorg- en opvoedtaken, is een verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk. Aangezien [de minderjarige] door de zorgen omtrent de moeder niet bij de moeder kan wonen en het de vader nog niet is gelukt om een geschikte woning te vinden waar hij met zijn nieuwe partner, dochter en [de minderjarige] kan wonen, is een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] tevens noodzakelijk.

4.De beoordeling

4.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
4.2.
De zorgen over de ontwikkeling van [de minderjarige] zijn in de afgelopen periode helaas opnieuw toegenomen. Hoewel het erg goed leek te gaan in het gezin en het doel was om de maatregelen te gaan afsluiten, zijn er opnieuw zorgelijke signalen vanuit [de minderjarige] naar voren gekomen dat de moeder belastende uitspraken naar hem doet op het gebied van seksualiteit, spiritualiteit en discriminatie. De zorgen over de psychische gesteldheid van de moeder hebben er tevens toe geleid dat de omgang tussen hen is gestagneerd. Ook zijn er opnieuw spanningen tussen de ouders, is er nog geen verdeling van de zorg- en opvoedtaken opgesteld en verloopt de samenwerking tussen de gecertificeerde instelling en de moeder moeizaam. De kinderrechter is van oordeel dat het in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk is dat hij veilig, onbelast en positief contact met zijn moeder kan hebben. Gelet op hetgeen hiervoor moet worden ingezet en omdat het in het belang van [de minderjarige] tevens noodzakelijk is dat zijn ontwikkeling in de huidige situatie wordt gemonitord, blijft de betrokkenheid van een jeugdbeschermer noodzakelijk. De kinderrechter hecht eraan te benadrukken dat het belangrijk is dat alle betrokkenen in de komende periode weer de samenwerking aangaan om te zorgen dat [de minderjarige] weer de rust en stabiliteit krijgt die hij nodig heeft om zich te kunnen focussen op zijn eigen ontwikkeling.
4.3.
Gelet op het voorgaande is de ondertoezichtstelling steeds nodig. De kinderrechter verlengt daarom de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] voor de duur van een jaar.
4.4.
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. [2]
4.5.
De kinderrechter overweegt daartoe dat het erg positief is dat [de minderjarige] zich zo goed ontwikkelt bij de grootouders, dat de vader zo betrokken is in de opvoeding en dat het erg knap is van de betrokkenen dat zij een woonconstructie hebben bedacht voor [de minderjarige] die zo goed werkt. Nu het door de problematiek bij de moeder en de woonsituatie van de vader nog niet mogelijk is voor [de minderjarige] om bij zijn ouders te wonen en nu hij duidelijk de rust, affectie en zorg krijgt van de grootouders die hij nodig heeft, is het in zijn belang noodzakelijk dat hij voorlopig bij hen kan blijven wonen.
4.6.
De kinderrechter verlengt daarom de machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening van pleegzorg van [de minderjarige] voor de duur van een jaar.
4.7.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [3]
4.8.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 9 januari 2027;
5.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 9 januari 2027;
5.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 december 2025 door mr. M.M.C. Limbeek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. van Leeuwen als griffier, en op schrift gesteld op 19 januari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.
3.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.