Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
3. Verweerder heeft aan het verlengingsbesluit de navolgende gronden voor
3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;
Eiser heeft bij aanvang van de asielprocedure als identiteit [identiteit 1] met geboortedatum [geboortedatum 1] 1998 opgegeven. Tijdens de asielprocedure heeft eiser echter aangegeven een andere identiteit te hebben, te weten: [identiteit 2] , geboren op [geboortedatum 2] 1992. Eiser heeft daartoe een echt bevonden nationaal identiteitsbewijs overgelegd. Verweerder is blijkens de uitspraak van de rechtbank, zittingsplaats Noord-Holland) van 18 juni 2025, rechtsoverweging 5 (NL25.11703 en NL25.11704 ) ook uitgegaan van de identiteit [identiteit 2] , geboren op [geboortedatum 2] 1992. De rechtbank is met eiser van oordeel dat echter niet is gebleken dat deze identiteit ook is gebruikt om een Laissez-Passer (LP) te verkrijgen. Uit het verslag van de presentatie ten overstaan van een vertegenwoordiger van de Bengaalse autoriteiten wordt namelijk slechts de eerst door eiser opgegeven identiteit genoemd. Ook is de door verweerder aangenomen identiteit niet genoemd bij de mogelijkheid om aliassen op te geven. De rechtbank concludeert dan ook dat verweerder de aangenomen identiteit kennelijk niet kenbaar heeft gemaakt bij de Bengaalse autoriteiten. Verweerder heeft, na hier over bevraagd te zijn op zitting, ook geen nadere informatie gegeven. De rechtbank is van oordeel dat verweerder gelet op het voorgaande onzorgvuldig en daarmee onvoldoende voortvarend heeft gehandeld. De rechtbank is van oordeel dat reeds daarom het verlengingsbesluit voor vernietiging in aanmerking komt. De overige beroepsgronden behoeven dan ook geen bespreking meer.
Beslissing
- beveelt de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel met ingang van 24 december 2025;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.814,-.
N. Mekenkamp, griffier.De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: