De minderjarige heeft de rechtbank verzocht om wijziging van de omgangsregeling, omdat zij vaak ruzie heeft met haar vader en stress ervaart bij verblijf daar. Zij wenst minder vaak bij haar vader te verblijven en niet meer te overnachten, met voorkeur voor contact op vrijdagavond.
De rechtbank heeft gesprekken gevoerd met de minderjarige, ouders en de Raad voor de Kinderbescherming. De vader erkent verschillen in perceptie van ruzie en benadrukt het belang van communicatie en opvoedkundige bijsturing. De moeder steunt grotendeels de verzoeken van de vader.
De rechtbank constateert dat beide ouders verschillende opvoedstijlen hanteren maar bereid zijn te communiceren. Daarom wordt ambtshalve een co-ouderschapsregeling vastgesteld met een gelijk aandeel in zorg en opvoeding. De zorgregeling kan in onderling overleg tussen de minderjarige en ouders worden aangepast.
De rechtbank wijst verzoeken tot dwingende hulpverlening af, omdat dit van de ouders zelf moet komen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en is uitgesproken op 22 december 2025 door kinderrechter A.S. Perniciaro.