Op 22 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven in een zaak betreffende de vaststelling van geboortegegevens van verzoekster, die op 29 april 2025 een verzoekschrift indiende. Verzoekster, vertegenwoordigd door haar advocaat mr. F. Engelbertink, verzocht de rechtbank om de noodzakelijke gegevens voor het opmaken van haar geboorteakte vast te stellen, aangezien zij geen geboorteakte kon overleggen die overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie was opgemaakt. De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage werd als belanghebbende aangemerkt en had geen bezwaar tegen de vaststelling van de geboortegegevens. De rechtbank heeft kennisgenomen van diverse stukken, waaronder brieven van de ambtenaar en F9-formulieren van verzoekster. De rechtbank heeft de zaak zonder zitting behandeld, met instemming van partijen.
De rechtbank oordeelde dat verzoekster rechtmatig in Nederland verblijft en dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. Het verzoek was gegrond op artikel 1:25c van het Burgerlijk Wetboek, dat de rechtbank de bevoegdheid geeft om geboortegegevens vast te stellen indien er geen akte van geboorte kan worden overgelegd. De rechtbank concludeerde dat verzoekster voldoende bewijs had geleverd omtrent haar geboorte en dat er geen geboorteakte op haar naam was ingeschreven. Daarom heeft de rechtbank de geboortegegevens vastgesteld zoals verzocht, en opgemerkt dat de ambtenaar de deskundigenverklaring en het aangifteformulier voor wijziging van geslacht en voornaam zal ontvangen, zodat de ambtenaar kan overgaan tot wijziging van de voornaam en geslacht in de geboorteakte.