ECLI:NL:RBDHA:2025:26908
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot aanvulling beschikking inzake afgifte kinderen met sterke arm
De man verzocht de rechtbank om de beschikking van 13 november 2025 aan te vullen met een expliciete bepaling dat hem het recht toekomt tot het aan hem doen afgeven van de kinderen, zo nodig met behulp van de sterke arm. De vrouw heeft geen verweer gevoerd tegen dit verzoek.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering alleen kennelijke fouten die eenvoudig te herstellen zijn, kunnen worden verbeterd. De rechtbank stelde vast dat er geen sprake was van een dergelijke fout in de beschikking.
Verder wees de rechtbank erop dat het recht tot het doen afgeven van de kinderen met behulp van de sterke arm reeds uit de wet volgt (artikel 821 lid 5 juncto Pro artikel 812 Rv Pro) en dat daarom geen expliciete beslissing hierover in het dictum nodig is. Bovendien had de man niet verzocht om machtiging tot tenuitvoerlegging met de sterke arm.
Gelet op deze overwegingen wees de rechtbank het verzoek van de man af en weigerde de gevraagde verbetering van de beschikking.
Uitkomst: Verzoek tot aanvulling beschikking met recht tot afgifte kinderen met sterke arm wordt afgewezen.