ECLI:NL:RBDHA:2025:26913

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 december 2025
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
C/09/681627 / FA RK 25-1798
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgregeling vastgesteld met beëindiging bijzondere curator

De rechtbank Den Haag behandelde op 22 december 2025 een verzoek tot wijziging van de zorgregeling voor een minderjarige, waarbij de moeder vroeg om een regeling waarbij het kind meer bij de vader verblijft. De bijzondere curator had onderzocht wat de wens van het kind was en constateerde dat het kind klem zat tussen de ouders en heimwee ervoer bij verblijf bij de vader. De tijdelijke zorgregeling gaf het kind rust.

De moeder wilde een lichtere regeling met maximaal één nacht per weekend bij de vader, terwijl de vader terug wilde naar de regeling uit 2021 met twee overnachtingen om de week. De rechtbank oordeelde dat de tijdelijke regeling goed functioneert en het kind rust geeft, en stelde deze daarom definitief vast. De rechtbank benadrukte dat verbetering van de ouderlijke verhoudingen essentieel is en dat de regeling dynamisch moet blijven.

De vader had verzocht om een dwangsom bij niet-naleving, maar dit werd afgewezen vanwege de goede gang van zaken en de leeftijd van het kind. De bijzondere curator werd ontslagen omdat haar werkzaamheden niet langer nodig waren. De kinderrechter stuurde een brief aan het kind om de beslissing op begrijpelijke wijze uit te leggen.

Uitkomst: De rechtbank stelt de tijdelijke zorgregeling definitief vast en beëindigt de bijzondere curator.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-1798
Zaaknummer: C/09/681627
Datum beschikking: 22 december 2025

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 7 maart 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.J. den Hollander-Fischer te Leiden.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.G.J. van Kerkhof te Gilze en Rijen.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
- het verzoekschrift;
- het verslag van bevindingen van de bijzondere curator;
- de brief van de moeder van 25 juli 2025;
- de brief van de vader van 30 juli 2025;
- het F9-bericht van de vader van 19 november 2025, met bijlage.
[minderjarige] heeft zich – op haar verzoek in het bijzijn van de bijzondere curator – in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 28 november 2025 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de bijzondere curator, vergezeld door een collega als toehoorder;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Verzoek en verweer

Het verzoekschrift strekt tot wijziging van de beschikking van deze rechtbank van 19 juli 2017, in die zin dat de moeder verzoekt om een zorgregeling vast te stellen, waarbij [minderjarige] bij de vader zal verblijven:
  • elke week van woensdag uit school tot donderdag naar school;
  • om de week van zaterdag 11.00 uur tot zondag 17.00 uur;
dan wel een door de rechtbank te bepalen zorgregeling, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder doet haar verzoek steunen op de stelling dat de omstandigheden nadien zijn gewijzigd.
De vader voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. De vader heeft daarnaast verzocht om de moeder te bevelen c.q. te veroordelen om binnen drie dagen na betekening van de uitspraak onverminderd uitvoering te geven aan de vigerende zorgregeling, zulks op straffe van een door de moeder aan de vader te betalen dwangsom van € 500,- voor ieder dagdeel dat zij nalatig is om hieraan te voldoen, met een maximum van € 10.000,-, dan wel een door de rechtbank te bepalen bedrag.

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
- Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats];
- Ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
- [minderjarige] heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 19 juli 2017 is – voor zover van belang – een zorgregeling vastgesteld, waarbij [minderjarige] bij de vader is:
- iedere woensdag uit school tot donderdag naar school;
- in de even weken van zaterdag 14.00 uur tot zondag 17.00 uur;
- de helft van de vakanties;
- op straffe van een dwangsom van € 250,- per keer dat de moeder in gebreke blijft van nakoming van de zorgregeling;
- Partijen zijn nadien (in januari 2021) in onderling overleg overeengekomen dat de reguliere zorgregeling wordt gewijzigd en dat [minderjarige] bij de vader zal verblijven:
- om de week op woensdagmiddag uit school tot donderdagochtend naar school;
- om de week van vrijdagmiddag uit school tot zondagmiddag;
- Bij beschikking van de voorzieningenrechter in deze rechtbank van 20 maart 2025 is voor zover van belang:
- een
voorlopigezorgregeling bepaald, in die zin dat [minderjarige] bij de vader zal verblijven:
- in de oneven weken: van woensdag na school tot donderdag naar school;
- in de eerste even week van de maand van zaterdag 14.00 uur tot zondag 17.00 uur en in de tweede even week van de maand van vrijdag na school tot zondag 17.00 uur;
- de moeder veroordeelt tot betaling van een dwangsom van € 500,- voor ieder dagdeel dat zij niet aan de voorlopige zorgregeling voldoet, met een maximum van € 10.000;
- mr. I.G.M. van Gorkum, advocaat te Den Haag, benoemd tot bijzondere curator over [minderjarige].

Beoordeling

Bevindingen bijzondere curator
Naar aanleiding van het door de vader gestarte kort geding, is in het vonnis van 20 maart 2025 een bijzondere curator benoemd. Aan haar is verzocht om onderzoek te doen naar de (intrinsieke) wens van [minderjarige] als het gaat om de zorgregeling. Uit het door de bijzondere curator opgestelde verslag blijkt dat [minderjarige] er soms tegen opkijkt om naar haar vader te gaan. Ze krijgt dan last van heimwee en is bang dat ze in paniek zal raken. De bijzondere curator heeft niet met zekerheid vast kunnen stellen waar de weerstand bij [minderjarige] vandaan komt. Het lijkt alsof zij klem is komen te zitten tussen haar beide ouders en daarbij loyaal is aan haar moeder. Omdat er mogelijk ook – zowel door de vader als de moeder – veel met [minderjarige] wordt besproken, is het niet goed (meer) te achterhalen wat de intrinsieke wens van [minderjarige] is. Wel constateert de bijzondere curator dat de voorlopige zorgregeling rust heeft gegeven.
[minderjarige] heeft nadrukkelijk tijdens het gesprek met de kinderechter uitgesproken dat zij vindt dat haar ouders normaal tegen elkaar moeten doen en dat zij niet langer twee telefoons (één bij de vader, één bij de moeder) wil hebben. De bijzondere curator adviseert de ouders vooral om met elkaar in gesprek te gaan om [minderjarige] rust en duidelijkheid te geven. Een wijziging van de zorgregeling vindt zij niet aan de orde, hoewel dit tegen de door [minderjarige] uitgesproken wens ingaat.
Standpunten van partijen
De moeder ervaart dat [minderjarige] de huidige, tijdelijke zorgregeling – waarbij ze afwisselend in het weekend één of twee nachten bij de vader is – als lichter ervaart. Het gaat goed met haar, ook op school. De moeder heeft in de afgelopen jaren steeds gezocht naar een oplossing en zij heeft geprobeerd om gesprekken met de vader aan te gaan, maar het lukt niet om over dergelijke grote onderwerpen tot afspraken te komen. De moeder blijft de voorkeur geven aan maximaal één nacht bij de vader slapen en zij persisteert daarom bij haar verzoek. De vakantieregeling kan ongewijzigd blijven, omdat [minderjarige] vanwege alle leuke dingen dan geen heimwee heeft.
De vader kan zich vinden in het advies van de bijzondere curator. Hij ziet ook dat de situatie positief is veranderd, maar volgens hem komt dat met name omdat door de tijdelijke zorgregeling de spanningen tussen de ouders zijn verminderd. De vader erkent dat [minderjarige] te veel heeft meegekregen van de strubbelingen tussen de ouders en zij is hierdoor klem komen te zitten. Sinds het verslag heeft hij nauwelijks meer met [minderjarige] over omgangs-gerelateerde onderwerpen gesproken. Naar mening van de vader moet er daarom worden teruggekeerd naar de zorgregeling die partijen in januari 2021 zijn overeengekomen, waarbij [minderjarige] om de week in het weekend twee nachten bij de vader overnacht. Voor de vader is een lang weekend belangrijk, zodat hij de tijd heeft om dingen met [minderjarige] te ondernemen en zij hun sterke band kunnen behouden. Hij merkt geen verschil tussen de korte en lange weekenden. Een strikte zorgregeling zal aan de ouders de benodigde duidelijkheid geven. Hij is daarnaast bereid om met de moeder in gesprek te gaan.
Beoordeling door de rechtbank
Gelet op hetgeen uit de stukken volgt en dat wat op de zitting is besproken, overweegt de rechtbank het volgende. Uit de conclusies van de bijzondere curator leidt de rechtbank allereerst af dat [minderjarige] klem zit tussen haar ouders, ongeacht welke zorgregeling geldt. Het is daardoor niet goed vast te stellen wat [minderjarige] zelf wil en in hoeverre zij daarbij rekening houdt met de (impliciete) voorkeuren van haar ouders. In ieder geval is gebleken dat de tijdelijke zorgregeling, waarbij [minderjarige] om de twee weken in het weekend bij de vader verblijft, de ene keer één nacht en de andere keer twee nachten, en daarnaast om de week van woensdag op donderdag, goed verloopt. [minderjarige] lijkt te zijn opgebloeid en ervaart meer rust, zo heeft ook de bijzondere curator gezien. Omdat deze situatie goed loopt en om de ontstane rust te behouden, zal de rechtbank deze tijdelijke regeling vaststellen als definitieve zorgregeling. De rechtbank benadrukt daarbij wel dat de oplossing niet is gelegen in het vastleggen van een zorgregeling, maar in het verbeteren van de verhoudingen tussen de vader en de moeder. Ouders hebben op de zitting toegezegd bereid te zijn om in gesprek te gaan. De rechtbank drukt ouders op het hart om dit ook te doen. Dat geldt temeer nu de zorgregeling, mede gelet op de leeftijd, niet in beton gegoten is, maar dynamisch zal zijn. De ouders moeten in staat zijn om hierover, zonder [minderjarige] te betrekken, te overleggen en afspraken te maken.
Daarnaast hebben partijen op de zitting een afspraak gemaakt over de telefoons van [minderjarige]. Zij hebben afgesproken dat [minderjarige] maar één telefoon zal hebben, namelijk de telefoon die zij bij de moeder heeft. Op deze telefoon mag zij contact hebben met haar beide ouders. Omdat hierover geen verzoek voorligt, kan de rechtbank hierover geen beslissing nemen. Zij gaat er evenwel van uit dat de ouders zich aan deze afspraak zullen houden.
Dwangsom
De vader heeft verzocht om aan de uitvoer van de door de rechtbank te bepalen zorgregeling een dwangsom te verbinden voor elke keer dat de moeder deze zorgregeling niet naleeft. De rechtbank zal dit verzoek afwijzen. Gebleken is dat de tijdelijke zorgregeling goed loopt. Daarnaast acht de rechtbank het niet passend, mede gelet op de leeftijd van [minderjarige], als een afwijking van de zorgregeling, meteen leidt tot een risico op het verbeuren van een dwangsom.
Ontslag bijzondere curator
Uit de te nemen beslissing volgt dat vertegenwoordiging van [minderjarige] door de bijzondere curator in deze procedure niet meer nodig is. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.
Kindbrief
De kinderrechter heeft [minderjarige] een brief gestuurd waarin wordt uitgelegd wat hij heeft besloten. Hieronder volgt de tekst van die brief, zodat ook beide ouders weten welke boodschap [minderjarige] heeft ontvangen. Deze brief wordt op dezelfde dag verzonden als de beschikking.
Beste [minderjarige],
Een maand geleden hebben wij elkaar gesproken. Ik vond dat je toen goed hebt uitgelegd wat jij wilde. Daarna heb ik ook met jouw ouders gepraat.
Jouw ouders houden heel veel jou en willen allebei het beste voor jou. Wat het beste voor jou is, daar denken zij alleen anders over. Het lijkt alsof daar niet zo goed met over elkaar kunnen praten. Ik heb daarom bedacht wat ik denk wat het beste voor jou is.
Ik zal het laten zoals het nu is omdat je mij vertelde dat het jou rust geeft. Om de week ben je dan vanwoensdag
na school tot donderdag als je naar school gaat bij jouw vader. Verder ook een keer per maand van zaterdag 14.00 uur tot zondag 17.00 uur en een keer per maand van vrijdag na school tot zondag 17.00 uur. De afspraken over de vakanties blijven hetzelfde.
Het klinkt misschien een beetje streng maar ik vind het echt heel belangrijk dat naar je vader op deze manier gaat, ook al wil je misschien soms andere dingen te doen.
Jouw ouders hebben samen ook afgesproken dat je alleen de telefoon gebruikt die je bij jouw moeder hebt. Het is dan wel de bedoeling dat je vader je daar dan ook op kan bellen en appen.
Ik hoop dat ik hiermee mijn beslissing aan jou heb kunnen uitleggen. Voor jouw ouders maak ik een officiële uitspraak (dat heet een beschikking). In de beschikking staat ook deze brief. Zo weten jouw ouders ook wat ik daarover aan jou heb geschreven.
Ik wens jou veel geluk en succes met alles toe.
Met vriendelijke groet,
A.S. Perniciaro
(kinderrechter).

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de door de ouders in januari 2021 overeengekomen zorgregeling –:
bepaalt dat de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013,
te [geboorteplaats], bij de vader zal zijn:
  • in de oneven weken: van woensdag na school tot donderdag naar school;
  • in de eerste even week van de maand van zaterdag 14.00 uur tot zondag 17.00 uur en in de tweede even week van de maand van vrijdag na school tot zondag 17.00 uur;
en verklaart deze zorgregeling uitvoerbaar bij voorraad;
beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator in deze procedure als beëindigd;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, kinderrechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 22 december 2025.