ECLI:NL:RBDHA:2025:26922

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 december 2025
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
C/09/669881 / FA RK 24-5266
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek vader tot contactregeling met minderjarige dochter

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de vader tot verdeling van zorg- en opvoedingstaken en contactregeling met zijn 14-jarige dochter. Na eerdere aanhouding van de beslissing om ouders de gelegenheid te geven in gesprek te gaan met de minderjarige, bleek dat dit gesprek slechts kort of niet heeft plaatsgevonden. Beide ouders geven aan niet bereid te zijn verdere mondelinge behandeling te ondergaan of overleg te plegen.

De moeder stelt dat zij haar best heeft gedaan om contact te herstellen, maar dat de vader niet reageert. De vader stelt dat de moeder weigert contact te faciliteren. De rechtbank constateert dat het contact tussen vader en dochter niet tot stand komt en dat de minderjarige zelf expliciet heeft aangegeven geen contact met haar vader te willen.

Gezien de leeftijd van de minderjarige en het ontbreken van overleg tussen ouders, oordeelt de rechtbank dat het opleggen van een zorgregeling en het afdwingen van contact averechts zal werken. De rechtbank wijst daarom het verzoek van de vader af, ondanks het verdriet dat dit voor beide partijen veroorzaakt.

Uitkomst: Verzoek vader tot contactregeling met minderjarige dochter wordt afgewezen wegens weigering van contact door de dochter en gebrek aan overleg tussen ouders.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 24-5266
Zaaknummer: C/09/669881
Datum beschikking: 22 december 2025

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en alimentatie

Beschikking op het op 17 juli 2024 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G.A. Nandoe Tewarie te Leiden.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J. de Koning te Lisse.

Procedure

Bij beschikking van deze rechtbank van 22 juli 2025 is een beslissing ter zake van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aangehouden, in afwachting van het gesprek tussen de ouders en [de minderjarige] .
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook :
  • het F9-formulier van 18 augustus 2025 van de zijde van de moeder;
  • het F9-formulier van 26 augustus 2025 van de zijde van de vader;
  • het F9-formulier van 8 september 2025 van de zijde van de moeder;
  • het F9-formulier van 31 oktober 2025.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Zorgregeling
In de vorige beschikking is het volgende bepaald:
“Tijdens de mondelinge behandeling is afgesproken dat de ouders na afloop van de zitting samen met [de minderjarige] in gesprek zullen gaan. In dat gesprek zouden zij gezamenlijk aan [de minderjarige] overbrengen dat zij het belangrijk vinden dat er weer contact tot stand komt tussen haar en de vader. Daarbij zou ook aan [de minderjarige] worden verteld dat de vader zijn gedrag zal aanpassen, zoals hierboven beschreven.
De rechtbank constateerde bij het verlaten van de zittingszaal – kort na de mondelinge behandeling – dat de ouders ieder een andere kant opliepen. Hierdoor ontstond de indruk bij de rechtbank dat het beoogde gesprek nog niet had plaatsgevonden. Uit de berichten van de advocaten begrijpt de rechtbank dat het gesprek wel heeft plaatsgevonden na de mondelinge behandeling. Als het gesprek heeft plaatsgevonden in de tijd na de mondelinge behandeling en het moment dat de rechtbank de zittingszaal heeft verlaten, dan kan het gesprek niet langer dan enkele minuten hebben geduurd.
De rechtbank acht het van groot belang dat de ouders serieus met elkaar en met [de minderjarige] in gesprek gaan. Daarbij verwacht de rechtbank van de ouders dat zij, hoe moeilijk dat ook is, proberen inhoudelijker met elkaar te spreken over het contact tussen [de minderjarige] en de vader en dit ook op een zorgvuldige manier aan [de minderjarige] overbrengen. Om de ouders hiertoe de gelegenheid te geven, houdt de rechtbank haar beslissing ten aanzien van de zorgregeling voor de duur van één maand aan.”
De moeder heeft bij F9-formulier van 18 augustus 2025 laten weten dat zij haar best heeft gedaan om het contact met de vader op te starten, maar dat het juist aan de zijde van de vader stil is gebleven. Volgens de moeder kan van haar niet meer worden verwacht dan zij reeds heeft gedaan.
De vader heeft bij F9-formulier van op 26 augustus 2025 laten weten dat hij geen enkel vertrouwen heeft in de bereidheid van de moeder om het contact tussen hem en [de minderjarige] te herstellen. Een gesprek tussen de vader en de moeder heeft dan ook niet plaatsgevonden.
Op 2 september 2025 heeft de rechtbank vastgesteld dat het gesprek tussen partijen niet heeft plaatsgevonden en partijen verzocht zich binnen veertien dagen uit te laten over de gewenste voortgang van de procedure.
De moeder heeft bij F9-formulier van 8 september 2025 verzocht om afgifte van een beschikking.
Omdat de vader niet had gereageerd op voornoemd verzoek van de rechtbank, heeft de rechtbank partijen op 17 oktober 2025 opnieuw verzocht zich uit te laten over de gewenste voortgang van de procedure.
De vader heeft vervolgens bij F9-formulier van 31 oktober 2025 aangegeven dat hij geen contact met [de minderjarige] kan krijgen omdat de moeder weigert met hem in gesprek te gaan. Ook hij heeft de rechtbank verzocht een beschikking af te geven.
De rechtbank overweegt als volgt. Gelet op de stand van zaken, waarbij beide ouders hebben aangegeven geen nieuwe mondelinge behandeling te wensen, zal de rechtbank buiten zitting uitspraak doen.
De vader heeft aanvankelijk verzocht te bepalen dat [de minderjarige] ieder weekend van vrijdagavond tot zondagavond, alsmede de helft van de feestdagen en de schoolvakanties, bij hem verblijft. [de minderjarige] heeft tijdens het gesprek met de kinderrechter aangegeven geen contact meer met haar vader te willen.
De rechtbank zal het verzoek van de vader afwijzen en overweegt daartoe het volgende. Gebleken is dat het de ouders niet lukt om met elkaar in gesprek te gaan over het maken van afspraken over het contact tussen de vader en [de minderjarige] . Beide ouders hebben bovendien aangegeven dit niet verder op zitting te willen bespreken, waardoor de rechtbank ook geen andere oplossing met de ouders kan bespreken, zoals bijvoorbeeld een hulpverleningstraject. Daarnaast is van belang dat [de minderjarige] inmiddels 14 jaar oud is. Het opleggen van een zorgregeling en het daarmee afdwingen van contact, zal naar het oordeel van de rechtbank juist averechts werken. Daarbij komt dat [de minderjarige] tijdens het kindgesprek uitdrukkelijk heeft aangegeven dat zij grote weerstand ervaart tegen contact met de vader. De rechtbank realiseert zich dat deze uitkomst zeer verdrietig is voor de vader (en ook voor [de minderjarige] ), maar ziet onder de huidige omstandigheden geen andere mogelijkheid om tot deze beslissing te komen.

Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek van de vader af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, rechter, bijgestaan door mr. L.E. Visser als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 22 december 2025.