Uitspraak
Gerechtelijke vaststelling ouderschap
Beschikking op het op 7 juli 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[de moeder],
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2025 te [geboorteplaats 1],
Procedure
Feiten
Verzoek
Beoordeling
ivf-behandeling zwanger geraakt van zoon [minderjarige 2]. [minderjarige 2] is geboren op [geboortedatum 4] 2021. Blijkens de overgelegde toestemmingsverklaring postmortaal embryogebruik heeft de vader op
17 augustus 2020 toestemming gegeven aan de moeder om ingeval van zijn overlijden hun ingevroren embryo’s gedurende een periode van vijf jaar te (blijven) bewaren om toekomstig gebruik ten behoeve van een zwangerschap bij de moeder mogelijk te maken. In de overgelegde brief van 15 april 2025 van de polikliniek voortplantingsgeneeskunde van het [ziekenhuis] wordt meegedeeld dat de moeder zwanger is na een vruchtbaarheidsbehandeling in de kliniek en dat de zwangerschap tot stand is gekomen met gebruik van semen van de overleden partner van de moeder. Aangegeven wordt dat de vader expliciet toestemming heeft gegeven voor postmortaal gebruik van de resterende embryo’s aan de moeder en dat hij dus zeker de biologische vader is van het nog ongeboren kind.
“Een verklaring van de ouders als bedoeld in het tweede, derde, vierde of zesde lid, kan slechts ten aanzien van de geslachtsnaam van hun eerste kind worden afgelegd. (…) Onverminderd het zevende lid, hebben volgende kinderen van dezelfde ouders (…) dezelfde geslachtsnaam als het eerste kind (…).”.