ECLI:NL:RBDHA:2025:26986

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
NL25.53042
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag van Iraanse eiser wegens gebrek aan geloofwaardigheid van politieke vervolging

In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag op 11 december 2025, wordt het beroep van een Iraanse eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag beoordeeld. De eiser, die op 23 maart 2023 een aanvraag indiende voor een verblijfsvergunning asiel, kreeg op 24 oktober 2025 te horen dat zijn aanvraag ongegrond was verklaard. De rechtbank behandelt de zaak waarbij de eiser zijn politieke activiteiten in Iran aanvoert als reden voor zijn vrees voor vervolging bij terugkeer. De rechtbank oordeelt dat de identiteit en nationaliteit van de eiser geloofwaardig zijn, maar dat de problemen die hij ondervindt als gevolg van zijn politieke activiteiten niet geloofwaardig zijn. De rechtbank wijst erop dat de eiser zijn verklaringen niet voldoende heeft onderbouwd met objectieve documenten en dat hij geen gegronde vrees heeft voor vervolging. De rechtbank concludeert dat de afwijzing van de asielaanvraag terecht is en verklaart het beroep ongegrond. De eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.53042

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. P.C. Menick),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: D.A.H. van den Tillaar).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.
1.1.
Eiser heeft op 23 maart 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 24 oktober 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond. [1] Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep en op 11 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, I. Ben Smail als tolk en de gemachtigde van verweerder en de werkgever van eiser, [naam] .

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser heeft de Iraanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1997. Hij heeft aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag gelegd. Hij heeft problemen ondervonden vanwege zijn politieke activiteiten. Sinds 2017 is hij actief op onder meer het sociale mediaplatform Clubhouse, waar hij politieke meningen heeft geuit. Op 19 oktober 2020 is hij het dak van de Mosalla in [plaats] opgeklommen om vuurwerk af te steken om mensen te stimuleren tegen de regering te protesteren. Hij werd daarbij gezien door een lid van de Herasat, waardoor zijn plan mislukte en hij moest vluchten. Vervolgens heeft eiser begin januari/februari 2022 Iran verlaten met een studievisum richting Italië, waar hij dertien maanden heeft verbleven. In Italië heeft hij ook politieke mening op Clubhouse geuit en is hij vervolgens bedreigd door de geheime dienst. Er is contact opgenomen met zijn familie en via hen is hem meegedeeld dat hij zijn politieke activiteiten moest staken. Daarna is hij naar Nederland gekomen. Eiser had aanvankelijk niet de intentie om in Nederland asiel aan te vragen, omdat hij wilde doorreizen naar Zweden. Hij is echter zijn documenten
kwijtgeraakt. De Italiaanse ambassade heeft hem verwezen naar de Iraanse ambassade voor nieuwe identiteitsdocumenten, maar volgens eiser was dat vanwege problemen met de Iraanse autoriteiten niet mogelijk. Hierop heeft hij in Nederland asiel aangevraagd. Eiser vreest bij terugkeer naar Iran te worden opgepakt en vastgezet.
3. Het asielrelaas van eiser bestaat volgens verweerder uit de volgende asielmotieven
1. identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. de problemen als gevolg van de politieke activiteiten
3.1 Verweerder vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. De problemen als gevolg van de politieke activiteiten vindt verweerder niet geloofwaardig. Eiser heeft zijn verklaringen niet onderbouwd met objectieve documenten die zijn asielmotief volledig onderbouwen. Het asielmotief is niet alsnog geloofwaardig. De verklaringen van eiser hierover vormen volgens verweerder geen samenhangend en aannemelijk geheel. [2] Ook heeft eiser zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk ingediend en heeft hij daar geen goede verklaring voor. [3] Verweerder vindt dat eiser geen gegronde vrees heeft voor vervolging [4] en geen reëel risico op ernstige schade [5] loopt bij terugkeer naar Iran.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Eiser heeft aangevoerd dat wat hij in de zienswijze heeft aangevoerd, onverkort geldt in beroep. Het bestreden besluit is onzorgvuldig tot stand gekomen. Volgens eiser is zijn foto en volledige naam zichtbaar in recorded rooms die in het verleden zijn opgenomen op Clubhouse en is dit voor iedereen raadpleegbaar. Verder volgt uit landeninformatie dat de autoriteiten de politieke activiteiten van activisten in de gaten houden en dat familieleden die zich nog in Iran bevinden in dat kader worden lastiggevallen of bedreigd. Hij wijst in dit verband naar het Algemeen Ambtsbericht Iran van september 2023 (AAB 2023) en bijlage van CEDOCA – Iran: Treatment by the authorities of family members of dissidents residing abroad, 16 oktober 2024. Verder voert eiser aan dat hij tijdens het incident bij de Mosalla wél identificeerbaar was en dat hij ook in Nederland aan demonstraties heeft deelgenomen. Dat hij het Sana-systeem niet heeft geraadpleegd, kan hem volgens eiser niet worden aangerekend, nu zaken van revolutionaire rechtbanken daar niet in worden opgenomen en het systeem vanuit het buitenland niet gebruikt kan worden, zoals volgt uit het Algemeen Ambtsbericht van mei 2022 (AAB 2022). De legale uitreis uit Iran sluit de problemen van eiser niet uit en is in lijn met het Algemeen Ambtsbericht Iran van februari 2021. Doordat eiser niet de intentie had om asiel aan te vragen in Nederland, kan niet worden tegengeworpen dat hij zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend. Bij terugkeer naar Iran loopt eiser een reëel risico op vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag of op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. [6]
Wat is het oordeel van de rechtbank?5. De rechtbank beoordeelt of verweerder de aanvraag van eiser kon afwijzen als ongegrond. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. De rechtbank zal dit oordeel hieronder uitleggen.
5.1
Voor zover eiser heeft bedoeld te stellen dat wat in de zienswijze naar voren is gebracht als herhaald en ingelast beschouwd moet worden, overweegt de rechtbank dat door het in algemene zin herhalen hiervan zij niet kan afleiden waarom eiser van mening is dat het bestreden besluit onjuist is. Het enkel verwijzen naar argumenten in de zienswijze kan dan ook niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. De rechtbank zal zich dan ook beperken tot de bespreking van de gronden die in beroep zijn aangevoerd.
Mocht verweerder eisers problemen vanwege zijn politieke activiteiten ongeloofwaardig vinden?
6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder eisers problemen vanwege zijn politieke activiteiten ongeloofwaardig heeft mogen vinden, nu zijn verklaringen hierover geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen.
6.1. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft mogen stellen dat niet valt te volgen dat eiser vanwege het incident bij de Mosalla door de Iraanse autoriteiten wordt gezocht. Eiser heeft verklaard dat het nacht was, dat hij een mondkapje op had en zijn wenkbrauwen had doorgetekend, zodat identificatie minder aannemelijk is. Eisers stelling ter zitting, inhoudende dat hij uit foto’s van het incident, waarop andere personen te herkennen zijn, mocht afleiden dat hij zelf ook te herkennen is geweest, maakt dit niet anders. Verder heeft verweerder mogen betrekken dat eiser na dit voorval nog ongeveer elf maanden in Iran heeft verbleven, zonder dat zich problemen met de autoriteiten hebben voorgedaan, en dat eiser zelf heeft verklaard dat hij in die periode geen negatieve belangstelling heeft ondervonden van de Iraanse autoriteiten.
6.2.
Ook heeft verweerder mogen betrekken dat eiser actief heeft gezocht naar een veilige en legale manier om Iran te verlaten, via reguliere visumprocedures, en vervolgens zonder enige belemmering legaal is uitgereisd. Indien er sprake zou zijn geweest van een verdenking of lopend onderzoek naar aanleiding van een politiek gemotiveerd incident, ligt het voor de hand dat eiser hierbij problemen had ondervonden, vooral nu het volgens eiser zelf voor de autoriteiten belangrijk is om hem te vinden naar aanleiding van het incident van 2020. Ook dit mocht verweerder betrekken in zijn standpunt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de negatieve belangstelling staat van de Iraanse autoriteiten.
7. Verweerder heeft ook de gestelde problemen als gevolg van de activiteiten via Clubhouse niet hoeven te volgen. Eiser heeft immers zelf verklaard dat hij denkt dat het account waarmee hij destijds actief was niet direct naar hem te herleiden is. Daarnaast beschikt eiser niet over een groot of publiek bekend profiel. Zijn activiteiten vonden plaats onder een gebruikersnaam en niet onder zijn eigen persoonsgegevens. Dat hij risico loopt omdat elke willekeurige persoon een recorded room uit het verleden kan openen en dan een foto van eiser en zijn volledige naam kan zien onder zijn oude gebruikersnaam, hoefde verweerder dan ook niet te volgen. Verweerder heeft mogen tegenwerpen dat niet te volgen is dat een medewerker van de autoriteiten willekeurig een kamer zou betreden om eiser te bedreigen, nu eiser destijds onder de gebruikersnaam “sleepwalker” actief was. Ook als bij de ID een naam zichtbaar zou zijn, maakt dit niet zonder meer dat het account naar eiser te herleiden is.
7.1.
Ten aanzien van de gestelde telefonische bedreigingen volgt de rechtbank verweerder niet dat niet te volgen is dat de autoriteiten niet direct contact met eiser hebben opgenomen maar zijn familie hebben gebeld. In het Algemeen ambtsbericht Iran van september 2023 staat immers op pagina 41 dat de autoriteiten soms inderdaad contact opnemen met familieleden om druk uit te oefenen op politiek opposanten. Wel stelt de rechtbank vast dat eiser over de bedreigingen wisselend heeft verklaard. Zo heeft eiser aanvankelijk verklaard dat zijn broer na het incident een telefoontje kreeg van iemand van de inlichtingendienst en dat daarbij is gesproken over eisers politieke activiteiten en de mogelijke consequenties daarvan. [7] Vervolgens heeft eiser echter verklaard dat zijn familie wel meerdere telefoontjes heeft ontvangen, maar dat deze niet over hem gingen. [8] Op de vraag van de hoormedewerker hoe vaak eiser zelf werd bedreigd, heeft eiser verklaard dat dit tweemaal is gebeurd en later heeft eiser weer verklaard dat hij niet twee maar drie maal is bedreigd. Op doorvraag door de hoormedewerker heeft eiser uiteengezet dat hij bij de eerste bedreiging zelf zou zijn benaderd en dat bij de andere twee gelegenheden zijn familie werd bedreigd, [9] terwijl hij eerder verklaarde dat hij twee maal persoonlijk werd bedreigd. Dit is wisselend en mocht verweerder in negatieve zin meewegen in de geloofwaardigheid van de bedreigingen.
8. Tot slot mocht verweerder het onlogisch vinden dat eiser zich in Nederland tot de Iraanse ambassade heeft gewend om hulp, terwijl hij tegelijkertijd stelt te vrezen voor het regime.
Mocht verweerder vinden dat eiser zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend zonder een goede verklaring?9. Ten aanzien van de beroepsgrond tegen de tegenwerping dat eiser zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend, overweegt de rechtbank als volgt. Eiser heeft met zijn stelling over de onvoorspelbaarheid van een asielaanvraag enkel herhaald wat hij al in zijn zienswijze op het voornemen heeft genoemd. Verweerder is in het bestreden besluit hier al gemotiveerd op ingegaan. Nu eiser in beroep niet heeft geconcretiseerd op welke punten de motivering van het bestreden besluit ontoereikend is, kan de enkele herhaling van de zienswijze in beroep niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. Eisers stelling in beroep over de beangstigende ontwikkelingen in Europa met betrekking tot asielzoekers, hoefde verweerder geen goede verklaring voor het niet zo spoedig mogelijk indienen van zijn aanvraag te vinden.
Mocht verweerder vinden dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging heeft en geen reëel risico op ernstige schade loopt?
10.
De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder zich voldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiser bij terugkeer naar Iran geen reëel risico loopt op vervolging. Verweerder heeft mogen vinden dat eiser, gelet op zijn verklaringen, geen zodanig diepgewortelde politieke overtuiging heeft dat die een onderdeel vormt van zijn identiteit. Ook mocht verweerder vinden dat eiser door zijn deelname aan demonstraties in Nederland geen risico loopt bij terugkeer naar Iran. Niet is immers gebleken dat het ging om grootschalige of opvallende demonstraties waardoor eiser bij terugkeer in de problemen zou kunnen komen. Bovendien heeft eiser zelf verklaard dat hij een gewone deelnemer was en geen leidende rol had. Verder heeft verweerder mogen tegenwerpen dat eiser zelf heeft verklaard dat hij niet meer erg actief is op sociale media, wat maakt dat hij geen verhoogd risico loopt. Eiser wordt wel gevolgd in zijn verklaring ter zitting dat hij niet heeft verklaard dat hij zelf geen problemen verwacht door deelname aan de demonstraties. Uit de vraag van de hoormedewerker blijkt immers niet duidelijk of verweerder daarmee problemen in Nederland of Iran bedoelde en eiser heeft toegelicht dat zijn antwoord zag op Nederland. Dit laat echter onverlet dat uit het voorgaande blijkt dat eiser niet in de negatieve aandacht staat van de Iraanse autoriteiten, zodat hij bij terugkeer geen reëel risico loopt om te worden ondervraagd of mishandeld. Ten slotte heeft verweerder, voor wat betreft de gestelde demonstraties en politieke activiteiten in Iran, terecht erop gewezen dat de door eiser gestelde problemen niet geloofwaardig zijn bevonden.

Conclusie en gevolgen

11. Gelet op het voorgaande, komt de rechtbank tot de conclusie dat verweerder de aanvraag terecht heeft afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag van eiser in stand blijft.
12. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Bagheri, griffier.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw).
2.Op grond van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
3.Op grond van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder b van de Vw.
4.Als bedoeld in het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen.
5.Op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw
6.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
7.Nader gehoor, pagina 18.
8.Nader gehoor, pagina 19.
9.Nader gehoor, pagina 24.