ECLI:NL:RBDHA:2025:27023

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
C/09/672365 / FA RK 24-6553
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:251a BWArt. 1:253n BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning eenhoofdig gezag aan moeder wegens moeizaam contact en belemmering door vader

De moeder verzocht de rechtbank om haar het eenhoofdig gezag toe te kennen over de minderjarige kinderen, omdat het contact met de vader moeizaam verloopt en hij regelmatig zonder gegronde reden weigert toestemming te geven voor belangrijke gezagsbeslissingen. Dit leidt ertoe dat noodzakelijke medische handelingen en hulpverlening voor de kinderen niet geregeld kunnen worden.

De rechtbank constateerde dat het contact tussen de vader en de moeder, alsmede tussen de vader en de kinderen, slechts sporadisch is en dat de vader geen verweer heeft gevoerd. Gezien de langdurige afwezigheid van betrokkenheid van de vader en het ontbreken van verbetering in de situatie, oordeelde de rechtbank dat het in het belang van de kinderen is dat de moeder voortaan het eenhoofdig gezag krijgt.

De rechtbank wees het verzoek tot vervangende toestemming af wegens gebrek aan belang, nu de moeder met het eenhoofdig gezag wordt belast en zelfstandig gezagsbeslissingen kan nemen. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en uitgesproken op 23 december 2025 door kinderrechter A.P. de Klerk.

Uitkomst: De moeder krijgt het eenhoofdig gezag over de minderjarige kinderen toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-6553
Zaaknummer: C/09/672365
Datum beschikking: 23 december 2025

Gezag

Beschikking op het op 6 september 2024 ingekomen verzoek van:

[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H. Devkinandan te Zoetermeer.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van 22 oktober 2024 van de zijde van de moeder, met als bijlage een brief;
  • het F9-formulier van 9 juli 2025 van de zijde van de moeder, met bijlagen 1 tot en met 5.
De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek. [minderjarige 3] heeft niet met de kinderrechter gesproken.
Op 25 november 2025 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder bijgestaan door haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt:
  • aan haar vervangende toestemming te verlenen, die de toestemming van de vader vervangt, om de adviezen van de [zorginstelling] die voortkomen uit het onderzoeksverslag op te volgen;
  • te bepalen dat de moeder voortaan alleen belast zal zijn met het ouderlijk gezag over de minderjarige kinderen van partijen, [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3];
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft geen verweer gevoerd.

Feiten

  • Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2009 tot [datum 2] 2020.
  • Zij zijn de ouders van de volgende thans nog minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats 1], [land 1],
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2012 te [geboorteplaats 1], [land 1], en
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2017 te [geboorteplaats 2], [land 2].
  • De minderjarigen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
  • Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarigen uit.
  • De vader heeft – naar alle waarschijnlijkheid – de Marokkaanse en de Belgische nationaliteit en de moeder heeft de Nederlandse nationaliteit.
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 15 januari 2024 is vervangende toestemming verleend aan de moeder voor aanmelding van [minderjarige 1] voor deelname aan een dyslexie-onderzoek door het [zorginstelling] of een andere instelling.

Beoordeling

Eenhoofdig gezag
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot wijziging van het gezag.
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253n, tweede lid, Burgerlijk Wetboek (BW) zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste en derde lid, BW van overeenkomstige toepassing. Dat betekent dat het gezamenlijk gezag kan worden beëindigd, indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zal raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen, of indien wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder verzoekt het eenhoofdig gezag, zodat zij in het belang van de kinderen voortvarend zaken kan regelen. Dit is nu niet mogelijk. De moeder stelt dat het contact met de vader moeizaam verloopt en dat hij, indien er al contact is, regelmatig zonder gegronde reden weigert toestemming te verlenen voor belangrijke gezagsbeslissingen. Hierdoor wordt de moeder bijvoorbeeld belemmerd in het laten verrichten van noodzakelijke medische handelingen voor de kinderen. De moeder is van mening dat de vader op deze wijze misbruik maakt van zijn gezagspositie (ten nadele de kinderen). Daarnaast toont de vader geen enkele betrokkenheid bij de kinderen. Uit niets blijkt dat de vader op enigerlei wijze deel wil uitmaken van hun leven. Volgens de moeder is het daarom in het belang van de kinderen dat zij voortaan met het eenhoofdig gezag wordt belast, zodat zij de voor de kinderen noodzakelijke beslissingen kan nemen zonder daarin te worden gehinderd door de vader.
De rechtbank overweegt als volgt. Uit de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting is besproken, blijkt dat er slechts sporadisch contact is tussen de moeder en de vader, alsmede tussen de vader en de kinderen. Het contact tussen de moeder en de vader verloopt moeizaam en gezagsbeslissingen komen moeilijk van de grond en/of lopen vertraging op doordat de vader zonder goede reden niet wenst mee te werken. Tijdens de zitting is gebleken dat de moeder als gevolg daarvan onder meer geen noodzakelijke hulpverlening en belangrijke medische zorg voor de kinderen kan regelen. Dit is niet in het belang van de kinderen. Gelet op het voorgaande is de rechtbank dan ook van oordeel dat het in het belang van de kinderen noodzakelijk is dat de moeder voortaan het eenhoofdig gezag over hen heeft, zodat zij, voortvarend en zonder dat de vader dit tegenwerkt, de benodigde gezagsbeslissingen kan nemen. Nu de vader al lange tijd niet betrokken is, er al lange tijd nauwelijks contact is en hij in deze zaak geen verweer heeft gevoerd, is tevens niet te verwachten dat de situatie binnen afzienbare tijd zal verbeteren. De rechtbank zal het verzoek van de moeder ten aanzien van het eenhoofdig gezag dan ook toewijzen.
Vervangende toestemming
Nu de moeder met het eenhoofdig gezag zal worden belast en zij voortaan zelfstandig gezagsbeslissingen kan nemen, zal de rechtbank het verzoek tot het verlenen van vervangende toestemming om de adviezen van de [zorginstelling] op te volgen, bij gebrek aan belang afwijzen.

BeslissingDe rechtbank:

bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder], geboren op [geboortedatum 4] 1986 te [geboorteplaats 3], het gezag zal toekomen over de minderjarigen:
  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats 1], [land 1],
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2012 te [geboorteplaats 1], [land 1], en
  • [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2017 te [geboorteplaats 2], [land 2].
verklaart deze gezagsvoorziening uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, kinderrechter, bijgestaan door mr. L.E. Visser als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 december 2025.