Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:27025

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
C/09/676748 / FA RK 24-8706
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:401 lid 1 BWArt. 1:402a BWArt. 1:402 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging kinderalimentatie in samengesteld gezin met berekening zuivere draagkracht

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek tot wijziging van kinderalimentatie voor een minderjarige uit een samengesteld gezin. De vader verzocht om verlaging van de alimentatie, terwijl de moeder een verhoging wenste. De rechtbank stelde vast dat sprake was van gewijzigde omstandigheden, waaronder de geboorte van nieuwe kinderen en het huwelijk van de moeder met een nieuwe partner die ook onderhoudsplichtig is.

De rechtbank koos voor de verhoudingenmethode om de zuivere draagkracht van de vader, moeder en stiefouder te berekenen, waarbij de financiële verantwoordelijkheid per kind en per ouder werd vastgesteld. De behoefte van de minderjarige en de draagkracht van de betrokkenen werden nauwkeurig berekend op basis van actuele inkomensgegevens en fiscale kortingen.

De rechtbank bepaalde dat de vader vanaf 5 december 2024 een kinderalimentatie van € 265,- per maand aan de moeder moet betalen. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De rechtbank wees het meer of anders verzochte af.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de kinderalimentatie en bepaalt dat de vader vanaf 5 december 2024 € 265,- per maand aan de moeder moet betalen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-8706
Zaaknummer: C/09/676748
Datum beschikking: 23 december 2025

Wijziging kinderalimentatie

Beschikking op het op 5 december 2024 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.L.J. Kapteijn in Alphen aan den Rijn.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. Braat in ’s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek van de moeder;
  • het bericht met bijlagen van 24 november 2025 van de vader;
  • het bericht met bijlagen van 24 november 2025 van de moeder;
  • het bericht met bijlagen van 2 december 2025 van de vader.
Op 4 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader bijgestaan door zijn advocaat en de moeder bijgestaan door haar advocaat.
Van de zijde van de vader zijn pleitnotities overgelegd.

Feiten

  • Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
  • Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] .
  • De vader heeft [de minderjarige 1] erkend.
  • Bij beschikking van 20 februari 2015 zijn de ouders gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] .
  • Bij beschikking van 29 november 2011 is een door de vader aan de moeder te betalen kinderalimentatie vastgesteld op € 150,- per maand.
  • Als gevolg van de wijziging van rechtswege op grond van artikel 1:402a van het Burgerlijk Wetboek bedraagt de door de vader te betalen kinderalimentatie voor [de minderjarige 1] sinds 1 januari 2025 € 198,- per maand.
Verzoek en verweer
Het verzoek van de vader luidt – met wijziging van de beschikking van 29 november 2011 van deze rechtbank – met ingang van 20 juli 2018, subsidiair 13 mei 2024, meer subsidiair: de datum van indiening van het verzoekschrift:
  • de kinderalimentatie ten behoeve van [de minderjarige 1] te wijzigen naar € 58,- per maand;
  • de moeder te veroordelen in de proceskosten;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De moeder voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Daarnaast heeft de moeder zelfstandig verzocht om de onderling afgesproken kinderalimentatie te wijzigen in die zin dat de vader aan de moeder een kinderalimentatie zal voldoen van € 324,- per maand, met als ingangsdatum 20 juli 2018 danwel 13 mei 2024, meer subsidiair datum indiening van het verzoekschrift, alsmede de vader te veroordelen in de proceskosten.

Beoordeling

Ontvankelijkheid
Een rechterlijke beslissing of overeenkomst inzake alimentatie kan worden gewijzigd op de grond dat sprake is van een wijziging van omstandigheden waardoor het aanvankelijke bedrag niet meer aan de wettelijke maatstaven voldoet (artikel 1:401 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek).
Tussen de ouders is niet in geschil dat sprake is van een wijziging van omstandigheden. De vader is op 24 augustus 2016 vader geworden van [de minderjarige 2] . De moeder heeft samen met de heer [naam] een dochter gekregen genaamd [de minderjarige 3] , die geboren is op 16 augustus 2015. Daarnaast zijn de moeder en de heer [naam] getrouwd op [datum] 2019 waardoor de heer [naam] onderhoudsplichtig is geworden voor [de minderjarige 1] .
Ingangsdatum
Om proceseconomische redenen zal de rechtbank eerst de ingangsdatum vaststellen.
De vader verzoekt wijziging van de kinderalimentatie primair vanaf 20 juli 2018, en subsidiair 13 mei 2024 (de datum eerste brief met verzoek tot overleggen financiële stukken). Meer subsidiair verzoekt de vader de kinderalimentatie te wijzigen met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift. De moeder is van mening dat het verzoek van de vader wat de verschillende ingangsdata gevolgd moet worden en zij verzoekt op haar beurt aan de rechtbank uit te gaan van diezelfde data, en indien blijkt dat er te weinig kinderalimentatie betaald is dit alsnog moet worden voldaan. Als een lager bedrag wordt vastgesteld moet er volgens de moeder geen terugbetalingsverplichting komen, omdat dit geld al is uitgegeven.
De rechtbank stelt voorop dat zij op grond van artikel 1:402 eerste Pro lid BW een grote mate van vrijheid heeft bij het vaststellen van de ingangsdatum van de (gewijzigde) kinderalimentatie. Hierbij geldt dat volgens vaste jurisprudentie het uitgangspunt is dat de rechter terughoudend moet omgaan met zijn bevoegdheid tot wijziging van de kinderalimentatie met ingang van een datum gelegen voor zijn uitspraak. In het door de vader aangevoerde ziet de rechtbank te weinig om zo ver in het verleden de ingangsdatum te bepalen. De rechtbank zal aansluiting zoeken bij de datum van indiening van het verzoekschrift, te weten 5 december 2024. Beide ouders hebben vanaf dat moment rekening kunnen houden met een gewijzigde kinderalimentatie.
Samenloop
Er is sprake van een samenloop van onderhoudsverplichtingen. De ouders zijn beiden onderhoudsplichtig voor hun kind [de minderjarige 1] . De vader is daarnaast met zijn ex-partner onderhoudsplichtig voor de in 2016 geboren [de minderjarige 2] . De moeder is samen met de heer [naam] onderhoudsplichtig voor de in 2015 geboren [de minderjarige 3] . Doordat de moeder is getrouwd met de heer [naam] zijn zij samen ook onderhoudsplichtig voor [de minderjarige 1] .
De onderhoudsplicht voor [de minderjarige 1] is van gelijke rang als die voor [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] . Bij een samenloop moet de rechtbank beoordelen of de ouders in staat zijn om aan al hun onderhoudsverplichtingen te voldoen.
Tijdens de zitting is met de ouders besproken dat er verschillende methodes zijn ten aanzien van de verdeling van draagkracht bij samengestelde gezinnen. De rechtbank zal een andere methode hanteren dan de methode die door de ouders wordt gebruikt. De rechtbank zal de zuivere draagkracht van de vader en de moeder per gezin berekenen, in plaats van de afgeleide draagkracht op basis van de twee kinderen waarvoor zij beiden onderhoudsplichtig zijn. Dit wordt ook wel de ‘verhoudingenmethode’ genoemd. Voor zover de vader of de moeder een tekort heeft om in het totaal van de aandelen van de kinderen te kunnen voorzien, wordt dit naar rato van dit tekort over de aandelen omgeslagen.
Behoefte [de minderjarige 1]
De ouders zijn het erover eens dat de behoefte van [de minderjarige 1] € 613,- per maand bedraagt in 2024.
Behoefte [de minderjarige 2]
Omdat de vader ook onderhoudsplichtig is voor [de minderjarige 2] , zal de rechtbank zijn behoefte vaststellen.
In de door de vader overgelegde beschikking van 20 maart 2023 van deze rechtbank met zaak- en rekestnummer C/09/635902 FA RK 22-6480 is kinderalimentatie ten behoeve van [de minderjarige 2] vastgesteld. Hierbij is de behoefte van [de minderjarige 2] op basis van de inkomensgegevens van de vader en zijn ex-partner berekend. De vader stelt zich in deze procedure op het standpunt dat de behoefte van [de minderjarige 2] opnieuw moet worden berekend, en dat moet worden uitgegaan van de actuele inkomensgegevens van de vader. Zijn inkomen is immers gestegen en bij de behoefte van [de minderjarige 1] wordt ook van de actuele inkomensgegevens uitgegaan. De moeder betwist het door de vader gestelde. De behoefte van [de minderjarige 2] moet alleen opnieuw worden berekend als het inkomen van de vader boven het NBGI uit komt. Dit is niet het geval waardoor volgens de moeder moet worden uitgegaan van de reeds vastgestelde behoefte.
De rechtbank overweegt dat door de vader niet is aangetoond dat zijn huidige inkomen hoger is dan het drempelinkomen, op basis waarvan de behoefte van [de minderjarige 2] opnieuw berekend moet worden. De rechtbank zal daarom uitgaan van de behoefte van [de minderjarige 2] zoals deze is berekend in de beschikking van 20 maart 2023 van deze rechtbank. De behoefte van [de minderjarige 2] is vastgesteld op € 452,- per maand in 2023. Dit bedraag bestaat uit een tabelbedrag van
€ 416,- per maand, vermeerderd met € 36,- per maand aan bijzondere zorgkosten vanwege het gehoor van [de minderjarige 2] . De totale behoefte van [de minderjarige 2] bedraagt dus € 452,- per maand in 2023. Geïndexeerd naar 2024 bedraagt de behoefte van [de minderjarige 2] € 480,- per maand.
Behoefte [de minderjarige 3]
Omdat de moeder ook onderhoudsplichtig is voor [de minderjarige 3] , zal de rechtbank ook haar behoefte berekenen. Voor het bepalen van de behoefte van [de minderjarige 3] moet allereerst het netto besteedbaar gezinsinkomen (NBGI) van de moeder en de heer [naam] worden bepaald. Het NBGI bestaat uit het netto besteedbaar inkomen (NBI) van de moeder en de heer [naam] samen, inclusief eventueel kindgebonden budget. De rechtbank neemt daarbij 2024 als uitgangspunt omdat de inkomensgegevens van dit jaar zijn overgelegd.
Voor het berekenen van het inkomen van de moeder in 2024, gaat de rechtbank uit van een jaarinkomen van € 48.942,- bruto in 2024, zoals volgt uit de jaaropgave 2024.
De rechtbank gaat daarnaast uit van de volgende fiscale heffingskortingen:
  • de algemene heffingskorting;
  • de arbeidskorting;
  • de inkomensafhankelijke combinatiekorting.
Uitgaande van bovenstaande gegevens berekent de rechtbank het NBI van de moeder op
€ 3.376,- per maand in 2024.
Aan de zijde van de heer [naam] gaat de rechtbank uit van een jaarinkomen van
€ 61.655,- bruto in 2024, zoals volgt uit de jaaropgave 2024. De rechtbank zal conform het Rapport Alimentatienormen geen rekening houden met de fiscale bijtelling van de auto van de zaak en daarom het salaris volgens de jaaropgave corrigeren met de daarin verwerkte fiscale bijtelling zoals die blijkt uit de overgelegd salarisstroken van (12 x € 749 =) € 8.988.
Daarnaast gaat de rechtbank uit van de volgende fiscale heffingskortingen:
  • de algemene heffingskorting;
  • de arbeidskorting.
Uitgaande van bovenstaande gegevens berekent de rechtbank het NBI van de heer [naam] op € 3.285,- per maand in 2024. Het NBGI van de moeder en de heer [naam] bedraagt dan (3.376 + 3.285 =) € 6.661,- per maand. Zij hebben bij dit bedrag geen recht op een kindgebonden budget.
De rechtbank zal bij de tabel ‘Eigen Aandeel Kosten Kinderen’ uitgaan van twee kinderen, nu [de minderjarige 1] ook in dit gezin opgroeit. Dit levert een behoefte op van € 1.470,- per maand, te weten € 735,- per maand. De behoefte van [de minderjarige 3] bedraagt dus € 735,- per maand in 2024.
Draagkracht moeder
Voor de berekening van de draagkracht van de moeder gaat de rechtbank uit van een inkomen van € 3.858,- bruto per maand, te vermeerderen met € 636,- per maand aan Individueel Keuze Budget (IKB), zoals volgt uit de salarisspecificaties van augustus tot en met oktober 2025. Verder houdt de rechtbank rekening met een pensioenpremie van € 265,- per maand en een aanvullende pensioenpremie van € 5,- per maand.
De rechtbank houdt daarnaast rekening met de volgende fiscale kortingen:
  • de algemene heffingskorting;
  • de arbeidskorting;
  • de inkomensafhankelijke combinatiekorting.
Uit de behoefteberekening van [de minderjarige 3] volgt dat de moeder en de heer [naam] op basis van hun inkomensgegevens geen recht hebben op een kindgebonden budget. De rechtbank zal bij de draagkracht, net als bij de behoefte, hier dan ook geen rekening mee houden.
Op de zitting is door de vader gesteld dat aan de zijde van de moeder gerekend moet worden met een woonbudget van 15% omdat zij samen met de heer [naam] de woonlasten kan delen. De moeder heeft verweer gevoerd.
De rechtbank overweegt als volgt. Doordat de vader dit standpunt rijkelijk laat heeft ingenomen, is de moeder de kans ontnomen om haar woonlasten (en die van de heer [naam] ) nader te onderbouwen. De rechtbank zal daarom voorbij gaan aan het standpunt van de vader en rekening houden met een woonbudget van 30%.
Op basis van deze uitgangspunten berekent de rechtbank het huidige NBI van de moeder op € 3.448,- per maand. De draagkracht van de moeder bedraagt € 801,- per maand in 2024.
Draagkracht vader
Voor de berekening van de draagkracht van de vader houdt de rechtbank rekening met een inkomen van € 4.823,- per maand, te vermeerderen met 8% vakantiegeld, zoals volgt uit de salarisspecificatie van januari 2025. Verder houdt de rechtbank rekening met de pensioenpremie van € 168,- per maand.
De rechtbank zal conform het Rapport Alimentatienormen geen rekening houden met de fiscale bijtelling van de auto van de zaak.
De vader betaalt conform de beschikking van 20 maart 2023 van deze rechtbank een kinderalimentatie voor [de minderjarige 2] van € 110,- per maand. Geïndexeerd naar 2024 bedraagt de kinderalimentatie € 117,- per maand. Daarnaast is [de minderjarige 2] de helft van de tijd bij de vader waardoor hij recht heeft op een zorgkorting van 35% van de behoefte (het tabelbedrag, dus zonder de verhogende kosten). Dit betekent dat de zorgkorting (0,35 x 416 =) € 146,- per maand was in 2023. Geïndexeerd naar 2024 bedraagt de zorgkorting € 155,- per maand, wat leidt tot totale kosten voor [de minderjarige 2] van (117 + 115 =) € 272,- per maand, zodat de rechtbank hiermee rekening zal houden.
De rechtbank houdt daarnaast rekening met de volgende fiscale kortingen:
  • de algemene heffingskorting;
  • de arbeidskorting.
Uitgaande van bovenstaande gegevens berekent de rechtbank het huidige NBI van de vader op € 3.610,- per maand. De draagkracht van de vader bedraagt € 608,- per maand.
Draagkracht echtgenoot moeder (de heer [naam] )
Bij de berekening van de draagkracht van de heer [naam] gaat de rechtbank uit van een inkomen van € 4.744,- bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantiegeld, zoals volgt uit de salarisspecificatie van augustus tot en met oktober 2025. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met een pensioenpremie van € 383,- per maand en een WGA-premie van € 15,- per maand.
De rechtbank houdt verder rekening met de volgende fiscale kortingen:
  • de algemene heffingskorting;
  • de arbeidskorting.
Net als bij de behoefte en de draagkracht van de vader houdt de rechtbank geen rekening met de fiscale bijtelling van de auto van de zaak.
Uitgaande van bovenstaande gegevens berekent de rechtbank het huidige NBI van de heer [naam] op € 3.445,- per maand. De draagkracht bedraagt € 799,- per maand.
Verdeling van de kosten
De rechtbank zal – zoals hierboven is overwogen – een draagkrachtvergelijking maken met de ‘zuivere’ draagkracht van de ouders, om zo de aandelen te bepalen. De rechtbank hanteert deze methode omdat zij het redelijk acht dat de financiële verantwoordelijkheid voor een kind met name komt te liggen bij de ouders van het desbetreffende kind.
Ten aanzien van [de minderjarige 2] zal de rechtbank geen draagkrachtvergelijking maken tussen de vader en de ex-partner, omdat bij de berekening van de draagkracht van de vader rekening is gehouden met een door hem te betalen kinderalimentatie (inclusief zorgkorting) van € 272,- per maand.
De rechtbank zal de volgende formule gebruiken: draagkracht ouder / totale draagkracht moeder en vader x behoefte van het kind.

Aandeel vader en moeder voor [de minderjarige 1]

aandeel vader: 608 / 1.409 x 613 = 265
aandeel moeder: 801 / 1.409 x 613 = 348
samen: 613

Aandeel moeder en de heer [naam] voor [de minderjarige 3]

aandeel moeder: 801 / 1.600 x 735 = 368
aandeel de heer [naam] : 799 / 1.600 x 735 = 367
samen: 735
Op basis van de bovenstaande draagkrachtvergelijkingen dient de vader voor [de minderjarige 1] € 265,- per maand bij te dragen. Hij is daartoe financieel in staat nu zijn draagkracht € 608,- per maand bedraagt.
De moeder dient voor [de minderjarige 1] en [de minderjarige 3] (348 + 368 =) € 716,- per maand bij te dragen. Daartoe is zij financieel in staat omdat haar draagkracht € 801,- per maand bedraagt.
De heer [naam] dient voor [de minderjarige 3] € 367,- per maand bij te dragen. Hij is daartoe in staat nu zijn draagkracht € 799,- per maand is.
Zorgkorting
De rechtbank zal geen rekening houden met een zorgkorting omdat er geen contact is tussen [de minderjarige 1] en de vader.
Conclusie
De rechtbank zal bepalen dat de vader aan de moeder, met ingang van 5 december 2024, een kinderalimentatie moet voldoen van € 265,- per maand.
ProceskostenBeide ouders hebben verzocht om elkaar te veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank overweegt dat in verzoekschriftprocedures tussen ex-partners terughoudend wordt omgegaan met een proceskostenveroordeling, om te voorkomen dat de relatie tussen partijen verder wordt belast. Als hoofdregel geldt dan ook dat de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat de partij de eigen proceskosten draagt. Slechts in uitzonderlijke gevallen wordt van deze hoofdregel afgeweken.
De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het hierboven omschreven uitgangspunt, en zal de proceskosten compenseren zoals hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging van de beschikking van 29 november 2011 van deze rechtbank – :
*
bepaalt de door de vader, met ingang van 5 december 2024, te betalen kinderalimentatie voor de minderjarige [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , op € 265,- per maand, telkens bij vooruitbetaling aan de moeder te voldoen;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, rechter, bijgestaan door mr. A.I. Knops als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 23 december 2025.
Partij
Moeder (676748)
Zaak
Moeder (676748) / de heer [naam] (676748) (C/09/676748)
Berekening
Behoefteberekening N
Tarieven
2024-2
Datum uitdraai
17-12-2025
Box 1 Inkomen uit werk en woning
Loon volgens jaaropgaaf
(60)
60
Loon volgens jaaropgaaf
48.942
Op het bruto loon ingehouden
59
Inkomsten (transport)
48.942
Belastbaar loon (61-64)
64
Belastbaar loon
48.942
Heffing box 1 (94-95)
94
Belastbaar inkomen uit werk en woning
48.942
- Schijf 1a, 36,97% (19,07%) over € 0 t/m € 38.097 (€ 40.020)
14.084
- Schijf 1b, 36,97% over € 38.098 (€ 40.021) t/m € 75.517
4.009
95
Inkomensheffing box 1
18.093
Besteedbaar inkomen (113-120)
113
Inkomen voor aftrek inkomensheffing
48.942
114
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3
18.093
115/116
Heffingskorting en standaard heffingskorting
-
9.661
117
Verschuldigde inkomensheffing
-
8.432
Inkomen na aftrek inkomensheffing
40.51
Specificaties voor post: 115/116
Algemene Heffingskorting
1.763
jaar
Arbeidskorting
4.948
jaar
Combinatiekorting
2.95
jaar
Totale inkomsten
40.51
120
Besteedbaar inkomen
40.51
120a
Netto besteedbaar inkomen (per jaar)
40.51
120a
Netto besteedbaar inkomen (per maand)
3.376
Partij
de heer [naam] (676748)
Zaak
Moeder (676748) / de heer [naam] (676748) (C/09/676748)
Berekening
Behoefteberekening N
Tarieven
2024-2
Datum uitdraai
17-12-2025
Box 1 Inkomen uit werk en woning
Loon volgens jaaropgaaf
(60)
60
Loon volgens jaaropgaaf
61.655
In het loon volgens jaaropgaaf begrepen
- fiscale bijtelling voor het privé gebruik van de zakelijke auto
-
8.988
Op het bruto loon ingehouden
59
Inkomsten (transport)
52.667
Belastbaar loon (61-64)
64
Belastbaar loon
52.667
Heffing box 1 (94-95)
94
Belastbaar inkomen uit werk en woning
52.667
- Schijf 1a, 36,97% (19,07%) over € 0 t/m € 38.097 (€ 40.020)
14.084
- Schijf 1b, 36,97% over € 38.098 (€ 40.021) t/m € 75.517
5.386
95
Inkomensheffing box 1
19.47
Besteedbaar inkomen (113-120)
113
Inkomen voor aftrek inkomensheffing
52.667
114
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3
19.47
115/116
Heffingskorting en standaard heffingskorting
-
6.221
117
Verschuldigde inkomensheffing
-
13.249
Inkomen na aftrek inkomensheffing
39.418
Specificaties voor post: 115/116
Algemene Heffingskorting
1.516
jaar
Arbeidskorting
4.705
jaar
Totale inkomsten
39.418
120
Besteedbaar inkomen
39.418
120a
Netto besteedbaar inkomen (per jaar)
39.418
120a
Netto besteedbaar inkomen (per maand)
3.285
NBGI voor scheiding
Netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding
NBI voor scheiding Moeder (676748)
3.376
NBI voor scheiding de heer [naam] (676748)
3.285
Netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding
6.661
Eigen aandeel kosten kinderen
Eigen aandeel kosten kinderen
Ouders hebben in gezinsverband geleefd
ja
NBGI voor scheiding
6.661
Tabel aantal kinderen
2
Eigen aandeel ouders in de kosten kinderen volgens tabel
1.47
#
Indexeren
nee
Partij
Vader (676748)
Zaak
Vader (676748) / Moeder (676748) (C/09/676748)
Berekening
Draagkrachtberekening
Tarieven
2024-2
Datum uitdraai
16-12-2025
Box 1 Inkomen uit werk en woning
Loon (41-50)
41
Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking
57.876
44
Vakantietoeslag
4.63
Bruto inkomsten
62.506
Premies (51-59)
Pensioenpremie
51
Ingehouden pensioenpremie
-
2.016
54
Loon voor de premies werknemersverzekeringen
60.49
59
Inkomsten
60.49
Belastbaar loon (61-64)
64
Belastbaar loon
60.49
Heffing box 1 (94-95)
94
Belastbaar inkomen uit werk en woning
60.49
- Schijf 1a, 36,97% (19,07%) over € 0 t/m € 38.097 (€ 40.020)
14.084
- Schijf 1b, 36,97% over € 38.098 (€ 40.021) t/m € 75.517
8.278
95
Inkomensheffing box 1
22.362
Besteedbaar inkomen (113-120)
113
Inkomen voor aftrek inkomensheffing
60.49
114
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3
22.362
115/116
Heffingskorting en standaard heffingskorting
-
5.193
117
Verschuldigde inkomensheffing
-
17.169
Inkomen na aftrek inkomensheffing
43.321
Specificaties voor post: 115/116
Algemene Heffingskorting
997
jaar
Arbeidskorting
4.196
jaar
120
Besteedbaar inkomen
43.321
120a
Netto besteedbaar inkomen (per jaar)
43.321
120a
Netto besteedbaar inkomen (per maand)
3.61
Draagkracht tbv kinderalimentatie
Draagkracht tbv kinderalimentatie
120a
Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie
3.61
Draagkracht wordt berekend op basis van
Formule
122a
Kosten van levensonderhoud
1.27
123a
Woonbudget
1.083
135a
Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie
2.353
136a
Draagkrachtruimte
1.257
137a
Draagkrachtpercentage
%
70
Beschikbaar
880
138a
Af: Bijdrage aan andere kinderen
-
272
140a
Draagkracht tbv kinderalimentatie
608
Specificaties voor post: 138a (Optellen)
Kosten [de minderjarige 2]
3.264
jaar
Partij
Moeder (676748)
Zaak
Vader (676748) / Moeder (676748) (C/09/676748)
Berekening
Draagkrachtberekening
Tarieven
2024-2
Datum uitdraai
16-12-2025
Box 1 Inkomen uit werk en woning
Loon (41-50)
41
Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking
46.296
49c
Individueel keuze budget (IKB/PKB)
7.632
Bruto inkomsten
53.928
Premies (51-59)
Pensioenpremie
51
Ingehouden pensioenpremie
-
3.18
53
Aanvullende pensioenpremie / premie reparatie WAO/WIA-gat
-
60
54
Loon voor de premies werknemersverzekeringen
50.688
59
Inkomsten
50.688
Belastbaar loon (61-64)
64
Belastbaar loon
50.688
Heffing box 1 (94-95)
94
Belastbaar inkomen uit werk en woning
50.688
- Schijf 1a, 36,97% (19,07%) over € 0 t/m € 38.097 (€ 40.020)
14.084
- Schijf 1b, 36,97% over € 38.098 (€ 40.021) t/m € 75.517
4.654
95
Inkomensheffing box 1
18.738
Besteedbaar inkomen (113-120)
113
Inkomen voor aftrek inkomensheffing
50.688
114
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3
18.738
115/116
Heffingskorting en standaard heffingskorting
-
9.431
117
Verschuldigde inkomensheffing
-
9.307
Inkomen na aftrek inkomensheffing
41.381
Specificaties voor post: 115/116
Algemene Heffingskorting
1.647
jaar
Arbeidskorting
4.834
jaar
Combinatiekorting
2.95
jaar
120
Besteedbaar inkomen
41.381
120a
Netto besteedbaar inkomen (per jaar)
41.381
120a
Netto besteedbaar inkomen (per maand)
3.448
Draagkracht tbv kinderalimentatie
Draagkracht tbv kinderalimentatie
120a
Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie
3.448
Draagkracht wordt berekend op basis van
Formule
122a
Kosten van levensonderhoud
1.27
123a
Woonbudget
1.034
135a
Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie
2.304
136a
Draagkrachtruimte
1.144
137a
Draagkrachtpercentage
%
70
Beschikbaar
801
140a
Draagkracht tbv kinderalimentatie
801
Partij
de heer [naam]
Zaak
Vader (676748) / Moeder (676748) (C/09/676748)
Berekening
Draagkrachtberekening
Tarieven
2024-2
Datum uitdraai
16-12-2025
Box 1 Inkomen uit werk en woning
Loon (41-50)
41
Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking
56.928
44
Vakantietoeslag
4.554
Bruto inkomsten
61.482
Premies (51-59)
Pensioenpremie
51
Ingehouden pensioenpremie
-
4.596
54
Loon voor de premies werknemersverzekeringen
56.886
59
Inkomsten
56.886
Belastbaar loon (61-64)
64
Belastbaar loon
56.886
Heffing box 1 (94-95)
94
Belastbaar inkomen uit werk en woning
56.886
- Schijf 1a, 36,97% (19,07%) over € 0 t/m € 38.097 (€ 40.020)
14.084
- Schijf 1b, 36,97% over € 38.098 (€ 40.021) t/m € 75.517
6.946
95
Inkomensheffing box 1
21.03
Besteedbaar inkomen (113-120)
113
Inkomen voor aftrek inkomensheffing
56.886
114
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3
21.03
115/116
Heffingskorting en standaard heffingskorting
-
5.666
117
Verschuldigde inkomensheffing
-
15.364
Inkomen na aftrek inkomensheffing
41.522
Specificaties voor post: 115/116
Algemene Heffingskorting
1.236
jaar
Arbeidskorting
4.43
jaar
Af: Netto premie (WGA/WHK)
180
120
Besteedbaar inkomen
41.342
120a
Netto besteedbaar inkomen (per jaar)
41.342
120a
Netto besteedbaar inkomen (per maand)
3.445
Draagkracht tbv kinderalimentatie
Draagkracht tbv kinderalimentatie
120a
Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie
3.445
Draagkracht wordt berekend op basis van
Formule
122a
Kosten van levensonderhoud
1.27
123a
Woonbudget
1.034
135a
Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie
2.304
136a
Draagkrachtruimte
1.141
137a
Draagkrachtpercentage
%
70
Beschikbaar
799
140a
Draagkracht tbv kinderalimentatie
799