De rechtbank Den Haag heeft op 23 december 2025 uitspraak gedaan over het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, geboren in 2012 en 2021. De gecertificeerde instelling verzocht om verlenging van deze maatregelen voor de duur van een jaar, met het oog op de ernstige zorgen over de veiligheid, psychische gezondheid en opvoedsituatie van de kinderen.
De feiten tonen aan dat de oudste minderjarige sinds mei 2025 verblijft bij een jeugdhulpaanbieder vanwege onveilige omstandigheden in het gezinshuis. Zij vertoont ernstig externaliserend gedrag, waaronder agressie, liegen, suïcidaal gedrag en seksuele onveiligheid. De jongste minderjarige verblijft in een gezinsgerichte voorziening en heeft een groeiachterstand en hechtingsproblematiek als gevolg van trauma en verwaarlozing in de thuissituatie.
De moeder voert verweer tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing, met name voor de jongste minderjarige, en stelt dat zij openstaat voor hulpverlening en thuisplaatsing. De kinderrechter oordeelt echter dat de thuissituatie en opvoedcapaciteiten van de moeder onvoldoende zijn en dat verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de kinderen.
De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de verlenging geldt tot 2 januari 2027. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag.