ECLI:NL:RBDHA:2025:2706
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beëindiging verblijfsrecht verzorgende ouder op grond van Chavez-Vilchez
De zaak betreft het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie dat zijn verblijfsrecht als verzorgende ouder van zijn kind is beëindigd. De minister stelde vast dat eiser sinds 7 maart 2022 niet meer voldoet aan de voorwaarden voor het afgeleide verblijfsrecht, omdat hij niet meer samenwoont met het kind en geen meer dan marginale zorg- en opvoedtaken verricht.
Eiser voerde aan dat hij wel degelijk zorg- en opvoedtaken verricht, waaronder het regelen van verzorging en het bieden van een veilige omgeving, en dat zijn rol groter is dan door de minister erkend. Hij stelde ook dat de minister ten onrechte niet heeft getoetst of er sprake is van een afhankelijkheidsrelatie tussen hem en het kind. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht heeft vastgesteld dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat hij meer dan marginale zorg- en opvoedtaken verricht en dat de minister zowel zorg- als opvoedtaken heeft beoordeeld.
Verder stelde eiser dat hij ten onrechte niet is gehoord in bezwaar, maar de rechtbank vond dat de minister op goede gronden van het horen kon afzien omdat eiser geen aanvullende bewijsstukken heeft overgelegd ondanks toezeggingen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard, en eiser krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot beëindiging van zijn verblijfsrecht wordt ongegrond verklaard.