ECLI:NL:RBDHA:2025:27117
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag op 23 december 2025 wordt de rechtmatigheid van de voortduren van de maatregel van bewaring van een Algerijnse vreemdeling beoordeeld. De rechtbank concludeert dat de minister van Asiel en Migratie voldoende voortvarend aan de uitzetting van de eiser werkt. De eiser had op 9 december 2025 beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring, die op 28 oktober 2025 was opgelegd. De rechtbank overweegt dat er geen aanleiding is om te concluderen dat er geen zicht op uitzetting is, ondanks dat de Algerijnse autoriteiten nog niet hebben gereageerd op de aanvraag om een laissez-passer. De rechtbank stelt vast dat de eiser onvoldoende heeft bijgedragen aan het verstrekken van informatie over zijn identiteit, wat zijn uitzetting bemoeilijkt. De rechtbank wijst het beroep van de eiser ongegrond en wijst ook het verzoek om schadevergoeding af. De uitspraak is gedaan door rechter W.B. Klaus, in aanwezigheid van griffier J.F.P. van Brunschot.