ECLI:NL:RBDHA:2025:27117
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000
De rechtbank Den Haag heeft op 23 december 2025 uitspraak gedaan over het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betwistte dat verweerder voldoende voortvarend aan zijn uitzetting werkt en stelde dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn.
De rechtbank overwoog dat de maatregel reeds eerder rechtmatig was bevonden tot 10 november 2025 en richtte zich op de periode daarna. Verweerder heeft toegelicht dat de Algerijnse autoriteiten momenteel identiteitsbevestigingen doen en laissez-passers afgeven, maar dat het niet mogelijk is om op zaaksniveau te rappelleren conform de voorwaarden van Algerije. De enige vereiste voor het onderzoek naar identiteit zijn dactyloscopische gegevens, die zijn verstrekt.
De rechtbank nam mee dat eiser onvoldoende meewerkt aan zijn uitzetting, zoals blijkt uit de vertrekgesprekken waarin eiser verklaarde niet in staat te zijn documenten te verkrijgen. Verweerder heeft maandelijks schriftelijk gerappelleerd en tweemaal een vertrekgesprek gevoerd. De rechtbank concludeerde dat verweerder voldoende voortvarend werkt en dat het beroep ongegrond is. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de maatregel van bewaring rechtmatig voortduurt.