ECLI:NL:RBDHA:2025:27121

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
NL25.57845
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000Art. 106 Vreemdelingenwet 2000Art. 5 Richtlijn 2008/115ECLI:EU:C:2022:858ECLI:EU:C:2025:647
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring en uitzetting

Verweerder legde op 14 augustus 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel. Tijdens de procedure werd de maatregel op 26 november 2025 opgeheven omdat eiser daadwerkelijk naar Nigeria was uitgezet.

De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de periode van 22 oktober 2025 tot 2 december 2025, aangezien de maatregel tot dat moment reeds rechtmatig was bevonden in een eerdere uitspraak. Eiser voerde aan dat niet met zekerheid kon worden vastgesteld dat hij was uitgezet, maar de rechtbank vond het model M113 en het proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee voldoende bewijs van uitzetting.

Daarnaast voerde de rechtbank een ambtshalve toetsing uit aan de hand van het EU-recht, waaronder het beginsel van non-refoulement en het belang van het familie- en gezinsleven. Er waren geen aanwijzingen dat deze zich verzetten tegen de uitzetting van eiser. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard omdat de maatregel rechtmatig was en eiser daadwerkelijk is uitgezet.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.57845

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. L.M. Weber),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 14 augustus 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
Verweerder heeft op 26 november 2025 de maatregel van bewaring opgeheven.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 2 december 2025 gesloten.

Overwegingen

Inleiding
1. Omdat de bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van Pro de Vw kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.
2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 28 oktober 2025 (in de zaak NL25.49084) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek op 22 oktober 2025. De in deze uitspraak te toetsen periode loopt dus van 22 oktober 2025 tot 2 december 2025.
Uitzetting
3. Eiser voert aan dat niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat hij naar Nigeria is uitgezet, voordat een model M113 dan wel een proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee (Kmar) aan het dossier is toegevoegd. Zijn gemachtigde heeft namelijk berichten ontvangen waaruit blijkt dat er problemen waren met de uitzetting.
4. De rechtbank overweegt dat verweerder naar aanleiding van het verzoek van eiser op 2 december 2025 een model M113 aan het dossier heeft toegevoegd. Hieruit volgt dat de maatregel van bewaring op 26 november 2025 is opgeheven, omdat eiser op diezelfde datum is uitgezet. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt hiermee voldoende duidelijk dat eiser daadwerkelijk naar Nigeria is uitgezet. De beroepsgrond slaagt niet.
Ambtshalve toetsing
5. De rechtbank overweegt tot slot dat zij, zoals blijkt uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) van 8 november 2022 (ECLI:EU:C:2022:858), gehouden is ambtshalve de rechtmatigheidsvoorwaarden van de maatregel van bewaring te toetsen. Ook met inachtneming van deze ambtshalve toetsing ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring in de te toetsen periode op enig moment onrechtmatig is geweest. Het Hof heeft in het arrest Adrar van 4 september 2025, ECLI:EU:C:2025:647, voor recht verklaard dat de bewaringsrechter zo nodig ambtshalve moet nagaan of het beginsel van non-refoulement en/of het belang van het kind en het familie- en gezinsleven, bedoeld in respectievelijk artikel 5, onder a) en b), van richtlijn 2008/115 zich verzetten tegen de verwijdering als de bewaringsmaatregel is opgelegd om de terugkeer van een illegaal verblijvende derdelander voor te bereiden en/of om de verwijderingsprocedure uit te voeren. Het is de rechtbank niet gebleken dat het familie- en gezinsleven van eiser of het beginsel van non-refoulement zich verzetten tegen eisers verwijdering.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.C. Harting, rechter, in aanwezigheid van mr. D.M. Abrahams, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.