ECLI:NL:RBDHA:2025:27121
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring en uitzetting
Verweerder legde op 14 augustus 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel. Tijdens de procedure werd de maatregel op 26 november 2025 opgeheven omdat eiser daadwerkelijk naar Nigeria was uitgezet.
De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de periode van 22 oktober 2025 tot 2 december 2025, aangezien de maatregel tot dat moment reeds rechtmatig was bevonden in een eerdere uitspraak. Eiser voerde aan dat niet met zekerheid kon worden vastgesteld dat hij was uitgezet, maar de rechtbank vond het model M113 en het proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee voldoende bewijs van uitzetting.
Daarnaast voerde de rechtbank een ambtshalve toetsing uit aan de hand van het EU-recht, waaronder het beginsel van non-refoulement en het belang van het familie- en gezinsleven. Er waren geen aanwijzingen dat deze zich verzetten tegen de uitzetting van eiser. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard omdat de maatregel rechtmatig was en eiser daadwerkelijk is uitgezet.