Verweerder heeft op 15 juli 2025 een maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd aan eiser, die hiertegen beroep instelde tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank toetste de rechtmatigheid van het voortduren van de bewaring over de periode van 22 oktober tot 10 december 2025, na eerdere toetsing van de maatregel tot 22 oktober 2025.
Eiser stelde dat verweerder een onjuiste verzwaarde belangenafweging had gemaakt en dat het voortduren van de bewaring arbitrair was, mede verwijzend naar het arrest Mahdi. Verweerder motiveerde dat eiser onvoldoende meewerkt aan het onderzoek naar zijn identiteit en terugkeer, en dat een lichter middel niet doeltreffend is.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende concreet en gemotiveerd heeft toegelicht waarom de belangenafweging niet in het voordeel van eiser uitvalt. Eiser heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die het voortduren van de bewaring onrechtvaardigen. Het beroep is daarom ongegrond en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.