ECLI:NL:RBDHA:2025:2714
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging verblijfsrecht verzorgende ouder
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie dat zijn verblijfsrecht als verzorgende ouder van zijn kind is beëindigd. De minister stelde dit vast op 15 februari 2024 en handhaafde dit besluit bij het bezwaar van 19 september 2024. Verzoeker stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met het beroep op 10 januari 2025 tijdens een zitting waarbij beide gemachtigden aanwezig waren. Na sluiting van het onderzoek stelde de voorzieningenrechter vast dat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed op het beroep, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.G.D. Overmars en is zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot beëindiging van het verblijfsrecht wordt afgewezen.