ECLI:NL:RBDHA:2025:2714

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 februari 2025
Publicatiedatum
24 februari 2025
Zaaknummer
NL24.40528
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging verblijfsrecht verzorgende ouder

Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie dat zijn verblijfsrecht als verzorgende ouder van zijn kind is beëindigd. De minister stelde dit vast op 15 februari 2024 en handhaafde dit besluit bij het bezwaar van 19 september 2024. Verzoeker stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met het beroep op 10 januari 2025 tijdens een zitting waarbij beide gemachtigden aanwezig waren. Na sluiting van het onderzoek stelde de voorzieningenrechter vast dat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed op het beroep, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.

Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.G.D. Overmars en is zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot beëindiging van het verblijfsrecht wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.40528

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , V-nummer: [V-nummer] verzoeker

(gemachtigde: mr. I. Petkovski),
en

de Minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. B.W. Zagers).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de vaststelling door de minister dat verzoeker geen verblijfsrecht meer heeft als verzorgende ouder van zijn kind.
1.1.
De minister heeft op 15 februari 2024 vastgesteld dat verzoekers verblijfsrecht is geëindigd. Met het bestreden besluit van 19 september 2024 op het bezwaar van verzoeker is de minister bij dat besluit gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld. [1]
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met het beroep op 10 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister deelgenomen. Het onderzoek ter zitting is gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.40526, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening hangende beroep is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
2.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J.C. ten Hoopen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.NL24.40526.