ECLI:NL:RBDHA:2025:27183

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
2 februari 2026
Zaaknummer
NL25.18691
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na afwijzing verblijfsvergunning

Verzoeker diende op 11 april 2024 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag op 16 april 2025 af in de algemene procedure, met de motivering dat de aanvraag kennelijk ongegrond was. Verzoeker stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 12 september 2025. Tijdens deze zitting waren verzoeker, zijn gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister aanwezig.

Op 17 december 2025 deed de rechtbank uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.18690). Gezien deze uitspraak achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.18691
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. C. Mayne),

en

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. J. Visschers).

Inleiding

1. Verzoeker heeft op 11 april 2024 een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het besluit van 16 april 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL25.18690, op 12 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, mevrouw Mensah als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.18690, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
17 december 2025

Documentcode: [Documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.