ECLI:NL:RBDHA:2025:27189

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
2 februari 2026
Zaaknummer
AWB 25/9882
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens ontbreken meer dan normale afhankelijkheid tussen meerderjarige zussen

Eiseressen, twee zussen met de Nigeriaanse nationaliteit, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan om bij hun broer, de referent, in Nederland te mogen verblijven. De minister wees de aanvraag af vanwege twijfels over de familierelatie en het ontbreken van een meer dan normale afhankelijkheidsrelatie zoals vereist onder artikel 8 EVRM Pro.

De rechtbank behandelde het beroep en concludeerde dat, ook als de familierelatie wordt aangenomen, eiseressen niet voldoen aan de criteria voor een verblijfsvergunning op grond van het recht op familieleven. De zussen wonen nog bij hun ouders en andere familieleden in Nigeria, er is geen structurele financiële afhankelijkheid, en er is geen medische noodzaak of bijzondere emotionele afhankelijkheid aangetoond.

De rechtbank erkent het emotionele belang voor de referent, maar stelt dat dit onvoldoende is om een meer dan normale afhankelijkheid aan te nemen. Daarom blijft de afwijzing van de mvv-aanvraag in stand en wordt het beroep ongegrond verklaard. Eiseressen krijgen geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een meer dan normale afhankelijkheidsrelatie.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/9882

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2025 in de zaak tussen

[eiseres 1] , V-nummer: [V-nummer] , en

[eiseres 2], V-nummer: [V-nummer] , eiseressen
en

de minister van Asiel en Migratie

(gemachtigde: mr. B.E.N. Goossens).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseressen tegen de afwijzing van hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopige verblijf (mvv).
1.1.
Eiseressen hebben op 16 april 2024 een aanvraag voor een mvv ingediend, met het doel: verblijf als familie- of gezinslid bij [Referent] . De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 1 augustus 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 17 april 2025 op het bezwaar van eiseressen is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
Eiseressen hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 7 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [Referent] (de broer van eiseressen en ook de referent in deze procedure) en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de mvv-aanvraag. Zij doet dit aan de hand van de beroepsgronden (argumenten) die naar voren zijn gebracht.
3. De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is. Dat betekent dat eiseressen geen gelijk krijgen en dat de afwijzing van hun mvv-aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank ook hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Waar gaat deze zaak over?
4. Eiseressen zijn geboren op [geboortedatum 1] 1995 respectievelijk [geboortedatum 2] 2003 en hebben de Nigeriaanse nationaliteit. Zij zijn de zussen van referent, en wonen op dit moment in Nigeria. Referent is geboren op [geboortedatum 3] 1992 en heeft ook de Nigeriaanse nationaliteit. Hij heeft in Nederland een verblijfsvergunning regulier. Hij heeft op 16 april 2024 een mvv-aanvraag ingediend, met als doel dat zijn zussen bij hem in Nederland mogen wonen.
5. De minister heeft de mvv-aanvraag afgewezen. De minister merkt in het bestreden besluit op dat referent eerst geboorteakten van eiseressen heeft ingediend waar een andere geboorteplaats op staat vermeld dan in hun paspoorten. Hij heeft later nieuwe geboorteakten ingediend waarop wel dezelfde geboorteplaats staat, maar dat vindt de minister vreemd. De minister vindt daarom ten eerste dat de familierelatie (dat eiseressen écht de zussen zijn van referent) niet is aangetoond. Maar als dit wel zou worden geloofd, ook dan vindt de minister dat eiseressen niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van het recht op familieleven van artikel 8 van Pro het Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM). Zij hebben namelijk niet uitgelegd of aangetoond dat zij meer dan normaal afhankelijk zijn van elkaar.
Documenten over de familierelatie
6. Referent voert aan dat in een aantal documenten van zijn zussen fouten stonden. Van de IND moest hij de juiste kopieën aanleveren. Dat heeft hij gedaan, maar toen kregen ze als reactie dat het vreemd was dat ze het document konden corrigeren. Dat is vervelend, want het corrigeren heeft hen wel 200 euro gekost. Verder hebben ze ter onderbouwing van de familierelatie nog verschillende documenten ingediend.
7. De rechtbank begrijpt dat het vervelend is dat referent en zijn echtgenote geld hebben betaald voor nieuwe documenten, en dat de minister daarna toch nog vond dat het vreemd was dat de geboorteplaatsen waren gecorrigeerd. De rechtbank vindt het echter niet nodig om dit standpunt te beoordelen. Het gaat er in deze zaak om of eiseressen naar Nederland mogen komen op grond van het recht op familieleven zoals dat is genoemd in artikel 8 van Pro het EVRM. De minister heeft uitgelegd dat – ook als de documenten voldoende zijn om de familierelatie tussen eiseressen en referent aan te tonen – niet aan de eisen voor een verblijfsvergunning is voldaan. De rechtbank gaat dat hieronder bespreken.
Het recht op familieleven (artikel 8 van Pro het EVRM)
8. Referent voert aan dat hij tijdens de hoorzitting aan de IND duidelijk heeft aangegeven dat een deel van de redenen waarom hij graag wil dat zijn zussen zich bij hen in Nederland voegen, te maken heeft met hun financiële problemen. Op de zitting heeft referent toegelicht dat hij wil dat eiseressen in Nederland kunnen werken en een beter leven hebben, zodat zij geen geld meer hoeven te sturen. Ook voelt hij zich alleen zonder zijn familie.
9. De rechtbank overweegt als volgt. Eiseressen doen met hun mvv-aanvraag een beroep op het recht op familieleven (artikel 8 van Pro het EVRM). Eiseressen en referent zijn meerderjarig. Tussen meerderjarigen wordt familieleven aangenomen als er sprake is van een meer dan normale afhankelijkheidsrelatie (‘more than normal emotional ties’). De gedachte hierachter is dat meerderjarigen zich vaker zelfstandig kunnen redden. Zij komen daarom minder snel in aanmerking voor een verblijfsvergunning op grond van hun familierelatie. De minister moet bij de beoordeling of sprake is van een meer dan normale afhankelijkheidsrelatie alle relevante feiten en omstandigheden betrekken. Relevant is onder andere of de familieleden hebben samengewoond en of zij op financieel, medisch of emotioneel gebied van elkaar afhankelijk zijn.
10. De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende heeft uitgelegd dat er tussen eiseressen en referent niet is gebleken van een meer dan normale afhankelijkheidsrelatie. Eiseressen wonen bij hun ouders en broer, en referent heeft van zijn 3e tot 12e en vanaf 2019 niet bij hen gewoond. Verder blijkt uit de ingediende documenten dat er geld door referent wordt overgemaakt naar zijn familie in Nigeria, maar niet dat dit structureel gebeurt. De rechtbank kan de minister volgen dat enige financiële steun ook normaal is tussen familieleden, en dat dit onvoldoende is om een afhankelijkheidsrelatie aan te nemen. Dat eiseressen minder welvarend zijn, mocht de minister ook onvoldoende vinden om aan te nemen dat eiseressen van referent afhankelijk zijn. Eiseressen wonen namelijk bij hun ouders en andere familieleden (die hen ook steun kunnen bieden) en financiële ondersteuning is ook op afstand mogelijk. Ook is niet gebleken dat eiseressen vanwege hun gezondheid zorg nodig hebben. De rechtbank begrijpt dat referent zijn zussen mist en hen graag bij zich in Nederland heeft en dat hij hier emotioneel last van heeft, maar de minister heeft kunnen beslissen dat niet is gebleken dat referent en zijn zussen zodanig van elkaar afhankelijk zijn dat sprake is van meer dan normale banden.

Conclusie en gevolgen

11. Het voorgaande betekent dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat geen sprake is van familieleven als bedoeld in artikel 8 van Pro het EVRM. De minister hoefde daarom geen mvv te verlenen. Het beroep is ongegrond. Eiseressen krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van
mr. S.J. Valk, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 19 december 2025.
griffier
rechter
De rechter is verhinderd om te ondertekenen.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.