ECLI:NL:RBDHA:2025:27205
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.V.A. Corstens
- J.W. Robijn
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag Burundi wegens onvoldoende motivering en zorgvuldigheid
Eiser, een Burundese politicus en voormalig lid van UPRONA, diende op 14 augustus 2025 een asielaanvraag in na politieke vervolging en dreiging door de inlichtingendienst van Burundi. Verweerder wees de aanvraag op 31 augustus 2025 af als kennelijk ongegrond, stellende dat eiser zijn identiteit en politieke problemen onvoldoende had onderbouwd met objectieve documenten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij de identiteit van eiser ongeloofwaardig acht, terwijl eiser wel diverse ondersteunende documenten overlegde en een verzoek deed om de aanvraag in een verlengde procedure te behandelen. Ook heeft verweerder onvoldoende rekening gehouden met het asielrelaas over eisers politieke activiteiten bij UPRONA en de verkiezingscommissie, en de daaruit voortvloeiende vervolgingsdreiging.
De rechtbank constateert dat verweerder het asielrelaas te beperkt heeft uitgelegd en onvoldoende is ingegaan op verklaringen en bewijsstukken, waaronder een attestatie van eisers positie en een rapport van Amnesty International over politieke geweldsincidenten. Hierdoor is het besluit in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
Daarnaast wijst de rechtbank het verzoek om een voorlopige voorziening af, maar veroordeelt verweerder tot betaling van proceskosten aan eiser en verzoeker.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende motivering en draagt op tot een nieuw besluit binnen zes weken.