Eiser, een Syrische asielzoeker, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister dat zijn leeftijdsregistratie in Nederland gebaseerd is op gegevens uit Griekenland, waar hij als meerderjarig is geregistreerd. De minister had twijfels over de door eiser opgegeven geboortedatum en ging uit van de Griekse registratie, mede vanwege vals bevonden documenten en een leeftijdsschouw.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is op leeftijdsregistraties in andere lidstaten, zoals bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De minister had daarom zorgvuldig moeten onderzoeken en motiveren waarom hij de Griekse registratie als leidend aanneemt.
De rechtbank constateert een zorgvuldigheidsgebrek in het besluit, omdat de minister onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de omstandigheden van de Griekse registratie. Desondanks vindt de rechtbank dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom hij uitgaat van de meerderjarige leeftijd van eiser, mede vanwege valsheid van documenten en het ontbreken van een plausibele verklaring van eiser.
De rechtbank vernietigt het besluit voor zover het de leeftijdsregistratie betreft, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelt zij de minister tot betaling van proceskosten aan eiser. De uitspraak is gedaan door rechter V.F.J. Bernt en griffier W.L. van der Pijl.