Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: M. Volker).
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde op 13 november 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser, van Poolse nationaliteit, voerde aan dat het dossier onvoldoende onderbouwing gaf voor het redelijke vermoeden van onrechtmatig verblijf, waardoor de maatregel onrechtmatig zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende feiten en omstandigheden had aangevoerd, waaronder meldingen over overlast op een adres en toestemming van een bewoner om de woning te betreden. Toen eiser geen identiteitsdocument kon tonen en uit politiesystemen bleek dat hij geen rechtmatig verblijf had, was er voldoende aanleiding voor de maatregel.
De rechtbank stelde vast dat eiser de gronden voor de bewaring niet betwistte en dat deze feitelijk juist en voldoende toegelicht waren. De ambtshalve toetsing leidde tot het oordeel dat de maatregel niet onrechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.