ECLI:NL:RBDHA:2025:27235
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen maatregel van bewaring en informatieplicht bij uitzetting
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de maatregel van bewaring opgelegd door verweerder op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat verweerder zijn informatieplicht had geschonden door relevante stukken niet te overleggen en onvoldoende voortvarend te handelen bij de uitzetting.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende stukken had ingediend om de rechtmatigheid van de bewaring te beoordelen, waaronder verslagen van vertrekgesprekken en een aanbiedingsbrief met informatie over de uitzetting. De stelling dat verweerder in andere zaken tekort was geschoten, bood geen grond om aan te nemen dat dit hier ook het geval was.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder voortvarend handelde door tijdig vertrekgesprekken te voeren, rappels te doen bij betrokken instanties en contact te onderhouden met de Marokkaanse vertegenwoordiger. De beroepsgrond faalde en het beroep werd ongegrond verklaard.
De rechtbank wees ook het verzoek om schadevergoeding af en vond geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Ambtshalve toetsing van de rechtmatigheid van de bewaring en het beginsel van non-refoulement leidde niet tot een ander oordeel. Het beroep werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.