Partijen zijn ex-echtgenoten en ouders van twee minderjarige kinderen. Bij eerdere beschikking is bepaald dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vader is en dat de vader geen kinderalimentatie aan de moeder betaalt. De moeder verzoekt wijziging van de hoofdverblijfplaats van een kind naar haar en een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding. De vader verzet zich hiertegen en verzoekt tevens de volledige kinderbijslag toe te kennen.
De rechtbank overweegt dat de moeder geen belang heeft bij wijziging van de hoofdverblijfplaats omdat zij het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop ook kan ontvangen zonder dat het kind bij haar woont. De vader heeft geen belang meer bij toewijzing van zijn verzoek tot volledige kinderbijslag. De rechtbank wijst beide verzoeken af.
Ten aanzien van de wijziging van de kinderalimentatie stelt de rechtbank vast dat de hoofdverblijfplaats van het kind bij de vader blijft en dat de moeder haar verzoek onvoldoende heeft onderbouwd. Het verzoek wordt afgewezen. Het verzoek van de vader om de moeder te verbieden opnieuw te procederen over de hoofdverblijfplaats wordt niet-ontvankelijk verklaard. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten.