ECLI:NL:RBDHA:2025:27302

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 december 2025
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
C/09/655159 / FA RK 23-7396
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging eenhoofdig gezag en contactregeling minderjarige kinderen na verstoorde ouderrelatie

De rechtbank Den Haag behandelde verzoeken van ouders over gezag en contactregeling van vijf minderjarige kinderen. De moeder verzocht om eenhoofdig gezag over de oudste minderjarige, terwijl de vader een uitgebreide contactregeling wilde.

De Raad voor de Kinderbescherming bracht een rapport uit waarin werd vastgesteld dat de ouders onvoldoende in staat zijn om gezamenlijk afspraken te maken, met grote spanningen en mogelijke loyaliteitsconflicten voor de kinderen. De Raad adviseerde een omgangsregeling met wekelijkse contactmomenten en een belmoment, zonder overnachtingen.

De rechtbank oordeelde dat het belang van de kinderen gediend is met voortzetting van de omgang op zondag van 11.00 tot 16.00 uur bij de vader of op een openbare locatie. Voor de oudste minderjarige, die geen contact wenst, wordt geen vaste omgangsregeling opgelegd. Het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag over deze minderjarige wordt toegewezen, gelet op de feitelijke situatie en het belang van het kind.

Een nieuw verzoek tot kinderalimentatie werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan wijziging van omstandigheden. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en wijst overige verzoeken af.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt het gezag over de oudste minderjarige naar eenhoofdig gezag voor de moeder en bepaalt een contactregeling waarbij de kinderen wekelijks op zondag bij de vader zijn.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 23-7396 en FA RK 24-174
Zaaknummer: C/09/655159 en C/09/659632
Datum beschikking: 30 december 2025
Gezag en contactregeling

Beschikking op het op 27 september 2023 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. Ahmadi te Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man],
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. K.J. de Vaan te Amsterdam
en

beschikking op het op 5 januari 2024 ingekomen verzoek van:

[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. K.J. de Vaan te Amsterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. Ahmadi te Rotterdam.
Procedure
Bij beschikking van deze rechtbank van 18 februari 2025 heeft de rechtbank:
 aan de man toestemming verleend, welke de toestemming van de moeder vervangt, tot erkenning van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] en bepaald dat de man voor
1 oktober 2025 de akte van erkenning aan de rechtbank dient te doen toekomen;
 bepaald dat [minderjarige 5] , [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] voorlopig bij de man zullen zijn in de woning van oma vaderszijde elke zondag van 11.00 uur tot 16.00 uur, waarbij de man de kinderen ophaalt bij de moeder en de moeder de kinderen ophaalt bij de man;
 de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) verzocht onderzoek te doen en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen, waarbij het onderzoek antwoord dient te geven op de vraag welke contactregeling in het belang van de minderjarigen [minderjarige 5] , [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] is te achten en tevens dient onderzoek te worden verricht met betrekking tot het verzoek van de moeder om haar te belasten met het eenhoofdig gezag over [minderjarige 5] ;
 bepaald dat de man aan de moeder een kinderalimentatie zal betalen, met ingang van 27 september 2023 tot 1 januari 2025 van € 163,- per maand per kind, en met ingang van 1 januari 2025 van € 87,- per maand per kind, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.
Iedere verdere beslissing ten aanzien van de contactregeling tussen de man en [minderjarige 5] , [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] en het verzoek tot eenhoofdig gezag over [minderjarige 5] is aangehouden.
De erkenning van de kinderen door de man heeft inmiddels plaatsgevonden, zodat de man in het hiernavolgende ‘de vader’ zal worden genoemd.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken waaronder nu ook:
 de brief van 25 februari 2025 van de zijde van de Raad;
 de brief van 24 juli 2025 van de zijde van de Raad, met als bijlage het raadsrapport met kenmerk KZ-1-637Q95P;
 de brief van 28 november 2025, met bijlagen, van de zijde van de moeder.
De minderjarigen [minderjarige 5] en [minderjarige 1] hebben zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 2 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
 de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
 de vader, bijgestaan door een waarnemer van zijn advocaat, mevrouw F.M.M. van Eijk;
 [naam] namens de Raad.
Verzoeken
In de procedure met zaak- en rekestnummer FA RK 23-7396 en C/09/655159 dient nog te worden beslist op het verzoek van de moeder om te bepalen dat het gezamenlijk gezag over [minderjarige 5] aldus wordt gewijzigd dat het eenhoofdig gezag aan de moeder toekomt, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
In de procedure met zaak- en rekestnummer FA RK 24-174 en C/09/659632 dient nog te worden beslist op het verzoek van de vader om een contactregeling te bepalen waarbij de kinderen bij de vader zijn van vrijdagavond tot zondagavond, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaar verklaring bij voorraad.
De moeder verzoekt in deze procedure zelfstandig nog te bepalen:
 dat de vader met ingang van 3 augustus 2023 tot 1 januari 2025 een bijdrage dient te voldoen in de kosten van opvoeding en verzorging van de kinderen van € 164,- per maand per kind, telkens de 30ste van iedere maand te voldoen;
 dat de vader met ingang van 1 januari 2025 een bijdrage dient te voldoen in de kosten van opvoeding en verzorging van de kinderen van € 224,- per maand per kind, telkens de 30ste van iedere maand te voldoen;
 dat het gezamenlijk gezag over [minderjarige 5] wordt gewijzigd en dat het eenhoofdig gezag voortaan enkel aan de moeder alleen toekomt;
 dat de omgang eens per twee weken zal zijn op zondag van 14.00 tot 16.00 uur in de woning van de vader, althans op een openbare locatie te [plaats] ,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaar verklaring bij voorraad.
Beoordeling
Raadsrapport
Bij tussenbeschikking van deze rechtbank van 18 februari 2025 is de Raad verzocht onderzoek te doen. De Raad heeft in zijn rapport het volgende naar voren gebracht. De ouders van de kinderen zijn onvoldoende in staat gebleken om gezamenlijk afspraken te maken over de kinderen en een passende zorg- dan wel omgangsregeling. Er is sprake van grote spanningen tussen de ouders. De kinderen krijgen dit mee en worden hiermee belast. Kinderen kunnen daardoor in de knel raken en in een loyaliteitsconflict terecht komen.
De voorlopige zorgregeling die is getroffen bij beschikking van 18 februari 2025 wordt uitgevoerd. [minderjarige 5] heeft aangegeven geen contact meer met haar vader te willen, maar gaat regelmatig wel naar haar vader toe, omdat zij zicht wil hebben op de jongste kinderen. De Raad kan zich voorstellen dat [minderjarige 5] belast wordt met volwassenproblematiek, waarbij zij de mening van haar moeder lijkt te delen. De Raad gunt haar onbelast contact met haar vader. Het is belangrijk dat de ouders de strijd staken.
De ouders hebben een zeer verschillende beleving van de huidige situatie en het verleden. De moeder geeft aan dat zij zich niet veilig voelt bij de vader en de ouders wantrouwen elkaar. De Raad acht de kans aanwezig dat de kinderen daardoor met zichzelf in conflict kunnen komen. De Raad heeft ook zorgen over de schoolgang van de kinderen. Dit is gericht op het vele verzuim van [minderjarige 5] , [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . [minderjarige 2] en [minderjarige 5] lijken bovendien beiden in een eigen bubbel te zitten. Het is voor de kinderen noodzakelijk dat zij een veilige relatie kunnen hebben met beide ouders. De ouders mogen niet negatief over elkaar spreken, er wordt niet geslagen of geschreeuwd naar de kinderen en de kinderen krijgen emotionele toestemming van de ene ouder om bij de andere ouder te mogen zijn.
Omgangsregeling
De Raad adviseert ten aanzien van de omgangsregeling als volgt. Het is positief dat er contact plaatsvindt tussen de vader en de kinderen en dat de moeder deze omgang niet in de weg staat. In de beschikking dient te worden opgenomen hoe deze zorg- en contactregeling eruitziet en van hoe laat tot hoe laat, zodat daar geen misverstanden over kunnen bestaan. De Raad kan zich voorstellen dat [minderjarige 5] niet altijd meegaat met de omgang, gelet op haar leeftijd, de levensfase waar zij in zit en het leeftijdsverschil met haar broertjes en zusjes. De Raad vindt het wel belangrijk dat de moeder het contact tussen [minderjarige 5] en haar vader blijft stimuleren. De Raad adviseert om de voorlopige omgangsregeling, waarbij de kinderen iedere zondag bij de vader zijn van 11.00 uur tot 16.00 uur, uit te breiden met één keer in de week een vast belmoment op donderdagavond om 18.00 uur. Dit is in het belang van de kinderen. Een uitbreiding met een overnachting is op dit moment niet haalbaar voor de vader. Zijn eigen woning in Amsterdam heeft één slaapkamer. De vader wil wel graag een wekelijks belmoment en de moeder is daarmee akkoord. De Raad vindt het belangrijk dat het belmoment wordt vastgelegd.
Op de zitting heeft de vader naar voren gebracht dat hij op dit moment een studio heeft, maar nog geen woning die toereikend is om de kinderen langer dan het omgangsmoment op zondag te ontvangen. De vader zou wel graag meer uren omgang hebben, zodat hij ook apart met de oudste twee kinderen iets kan doen. Hij wil graag dat de omgang nog steeds kan plaatsvinden bij de oma vaderszijde. De moeder kan instemmen met het omgangsmoment op de zondag, maar niet met een uitbreiding van het aantal uren en de omgang bij de oma vaderszijde.
De rechtbank overweegt eerst over de omgangsregeling ten aanzien van [minderjarige 5] als volgt. [minderjarige 5] is vijftien jaar en heeft in het kindgesprek met de rechter aangegeven geen behoefte te hebben aan contact met de vader en een omgangsregeling. [minderjarige 5] heeft het gevoel dat de vader niet daadwerkelijk geïnteresseerd is in haar. Op de zitting is dit met de ouders besproken. De moeder herkent dat wat [minderjarige 5] heeft gezegd. De vader heeft naar voren gebracht dat hij het ingewikkeld vindt om [minderjarige 5] voldoende aandacht te geven als de vier jongere kinderen erbij zijn. In die zin erkent hij dat hij onvoldoende aandacht heeft besteed aan [minderjarige 5] . De rechtbank heeft de indruk dat de vader onvoldoende inzicht heeft in wat daadwerkelijk bij [minderjarige 5] speelt. Voor een goede band tussen de vader en [minderjarige 5] is het van belang dat het contact met de vader niet wordt afgedwongen, dat de vader meer interesse toont in haar, dat hij haar gevoelens erkent en ander gedrag toont naar haar. Positief is dat [minderjarige 5] heeft aangegeven dat zij wel open staat voor contact als de vader [minderjarige 5] zelf actief benadert. De rechtbank is van oordeel dat het nu niet in het belang van [minderjarige 5] is om een vaste regeling vast te leggen. De vader dient zelf het initiatief te nemen voor contact met [minderjarige 5] en het is aan [minderjarige 5] in hoeverre zij daar op in gaat. De moeder heeft op de zitting toegezegd dat zij het contact, als [minderjarige 5] dat wil, zal ondersteunen en dat zij [minderjarige 5] daarin zal motiveren. De rechtbank vertrouwt er op dat de moeder dit zal doen, aangezien zij zich ook in de afgelopen jaren meewerkend heeft opgesteld.
De verzoeken van de vader en de moeder ten aanzien van het opleggen van een omgangsregeling tussen de vader en [minderjarige 5] zullen aldus worden afgewezen.
Ten aanzien van de jongste vier kinderen overweegt de rechtbank als volgt. De ouders zijn het er over eens dat het omgangsmoment tussen de vader en de kinderen op zondag kan doorlopen. Discussie bestaat over de uitbreiding van het aantal uren en de locatie van de omgang. De rechtbank ziet geen aanleiding om de duur van de zorgregeling uit te breiden, omdat de vader naar voren heeft gebracht dat hij nog geen (woon)ruimte heeft waar hij de kinderen langer kan ontvangen. De rechtbank ziet geen reden om alleen voor [minderjarige 1] de omgang uit te breiden. Het leeftijdsverschil tussen haar en de andere kinderen is niet dusdanig dat een dergelijk onderscheid nodig is.
De ouders verschillen van mening over wat er precies is voorgevallen tussen de kinderen en de familie van de vader. Duidelijk is wel dat er een hele gespannen verhouding bestaat tussen de kinderen en de moeder enerzijds en de familie van de vader anderzijds. Dit is ook in het gesprek met [minderjarige 5] naar voren gekomen. De kinderen hebben daar last van. De rechtbank acht het niet wenselijk dat het beperkte contact tussen de vader en de kinderen wordt overschaduwd door familieperikelen. Het is in ieders belang dat de vader en de kinderen positief contact hebben met elkaar. De rechtbank zal daarom bepalen dat de omgang dient plaats te vinden op een openbare locatie of bij de vader thuis. Op termijn en wanneer de vader een grotere woning heeft, kan worden bekeken of de regeling kan worden uitgebreid.
De rechtbank zal aldus bepalen dat [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] bij de vader zullen zijn in zijn woning dan wel op een openbare locatie elke zondag van 11.00 uur tot 16.00 uur, waarbij de vader de kinderen ophaalt bij de moeder en de moeder de kinderen ophaalt bij de vader.
Gezag
Ten aanzien van het gezag adviseert de Raad geen wijziging aan te brengen in het gezag over [minderjarige 5] . [minderjarige 5] heeft contact en omgang met haar vader. Hoewel er sprake is van een verstoorde communicatie tussen de ouders, heeft de Raad niet kunnen concluderen dat de vader beslissingen in de weg staat. De Raad gunt het [minderjarige 5] wel dat de ouders beter met elkaar kunnen communiceren en gezamenlijk beslissingen nemen over haar.
De moeder wil graag het eenhoofdig gezag over [minderjarige 5] , terwijl de vader het gezamenlijk gezag over haar wil behouden.
De rechtbank overweegt als volgt. Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken, is gebleken dat de vader zich nooit met de invulling van het gezag heeft bemoeid. De moeder heeft in de afgelopen jaren alle beslissingen alleen genomen. Ook gedurende de procedure heeft de vader zich niet actief beziggehouden met beslissingen die over [minderjarige 5] moeten worden genomen en heeft hij ook geen contact opgenomen met de school van [minderjarige 5] . Bij die feitelijke situatie past dat alleen de moeder met het gezag over [minderjarige 5] belast zal zijn, net zoals dat ten aanzien van de andere vier kinderen het geval is. [minderjarige 5] voelt zich ten opzichte van de andere kinderen benadeeld door haar vader en wil dat de moeder ook over haar alleen beslissingen kan nemen. De rechtbank vindt het belangrijk voor [minderjarige 5] dat tussen haar en haar vader en band blijft bestaat en vreest dat de huidige gezagssituatie daaraan in de weg zal staan. Vanwege de weerstand die [minderjarige 5] heeft naar haar vader en het slechte contact tussen de ouders onderling, is het naar het oordeel van de rechtbank daarom in het belang van [minderjarige 5] noodzakelijk om het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag toe te wijzen. Dit neemt niet weg dat de vader de vader is en dat hij door de moeder geïnformeerd moet worden over belangrijke ontwikkelingen in het leven van [minderjarige 5] . De rechtbank gaat er ook vanuit dat het wenselijk is dat er een bepaalde mate van contact blijft bestaan tussen [minderjarige 5] en de vader en dat beide ouders daar hun best voor zullen doen.
De rechtbank zal het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag aldus toewijzen.
Kinderalimentatie
Bij brief van 28 november 2025 heeft de moeder in de zaak C/09/659632 een verzoek tot kinderalimentatie gedaan. Bij tussenbeschikking van 18 februari 2025 is in de zaak C/09/655159 echter al op het in die zaak gedane verzoek tot kinderalimentatie beslist. Voor zover de moeder heeft bedoeld om opnieuw een verzoek tot kinderalimentatie te doen, zal de rechtbank de moeder niet-ontvankelijk verklaren in haar verzoek, nu zij geen wijziging van omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan de kinderalimentatie opnieuw zou moeten worden berekend.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat voortaan alleen de moeder, [de moeder] , geboren op [geboortedatum 1] 1990 te [geboorteplaats 1] , het gezag zal toekomen over de minderjarige [minderjarige 5] , geboren op [geboortedatum 2] 2010 te [geboorteplaats 2] ;
*
bepaalt dat de kinderen:
 [minderjarige 1] , op [geboortedatum 3] 2015 te [geboorteplaats 3] ,
 [minderjarige 2] , op [geboortedatum 4] 2018 te [geboorteplaats 3] ,
 [minderjarige 3] , op [geboortedatum 5] 2020 te [geboorteplaats 3] , en
 [minderjarige 4] , op [geboortedatum 6] 2023 te [geboorteplaats 3] ,
bij de vader zullen zijn in zijn woning dan wel op een openbare locatie elke zondag van 11.00 uur tot 16.00 uur, waarbij de vader de kinderen ophaalt bij de moeder en de moeder de kinderen ophaalt bij de vader;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, kinderrechter, bijgestaan door mr. M. Meijer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 30 december 2025.