Uitspraak
Hoofdverblijfplaats en verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 10 oktober 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
[de vader] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
Verzoek en verweer
de vader de daarop volgende vier weken, de ene week op zondagmiddag en de andere week op zaterdagmiddag van 9.00 tot 17.00 uur de zorg voor [de minderjarige] zal hebben, waarbij de overdracht zal plaatsvinden op een door moeder te kiezen openbare gelegenheid, waarbij het eveneens mogelijk is dat de moeder van de vader hierbij aanwezig is, dan wel de overdracht voor haar rekening neemt;
de vader de daarop volgende vier weken, van zaterdag 9.00 uur tot zondagochtend 10.00 uur de zorg voor [de minderjarige] zal hebben, waarbij de overdracht zal plaatsvinden op een door moeder te kiezen openbare gelegenheid;
de vader daarna elk even weekend van zaterdag 9.00 uur tot zondagavond 17.00 uur de zorg voor [de minderjarige] zal hebben, alsmede de helft van de vakanties en de feestdagen, waarbij de overdracht zal plaatsvinden op een door moeder te kiezen openbare gelegenheid;
dan wel een andere door de rechtbank in goede justitie vast te stellen zorgregeling;
dan wel een andere door de rechtbank aan te wijzen hulpverleningsinstantie, op een door de rechtbank in goede justitie te bepalen wijze.
Beoordeling
voorlopigezorgregeling waarbij [de minderjarige] in ieder geval iedere zondag van 9.00 uur tot 17.00 uur bij de vader is. De overdracht kan plaatsvinden op een door de moeder te bepalen locatie. De rechtbank heeft met de ouders besproken dat deze voorlopige zorgregeling binnen acht contactmomenten na aanvang van de omgangsbegeleiding gerealiseerd moet worden.
Beslissing
de verdeling van de zorg- en opvoedingstakenaan tot
1 juli 2026 pro forma.
mr. A.J. Klootwijk als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 30 december 2025.