ECLI:NL:RBDHA:2025:27314

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 december 2025
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
C/09/664227 / FA RK 24-2480
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:377a BWArt. 1:377e BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vaststelling omgangsregeling en ontzegging omgang minderjarige

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de vader om een omgangsregeling met zijn minderjarige kind vast te stellen. De bijzondere curator was benoemd om de belemmeringen voor contact te onderzoeken en rapporteerde dat de verhoudingen tussen de ouders en familie zeer slecht zijn, wat tot onveilige situaties kan leiden. De vader woont in België en spreekt geen Nederlands, wat begeleiding bemoeilijkt. De minderjarige ervaart contact met haar vader als spannend en onveilig.

De vader handhaaft zijn verzoek en meent dat de minderjarige hem wel wil zien, maar dit niet durft te zeggen vanwege de moeder en haar familie. De moeder stelt dat de minderjarige zelf heeft aangegeven geen contact te willen en ontkent dat zij of haar familie het contact belemmeren. Tijdens de zitting bleek dat de ouders niet in staat zijn constructief overleg te voeren en blijven hangen in het verleden.

De rechtbank concludeert dat er momenteel geen mogelijkheden zijn om een omgangsregeling in een veilige setting tot stand te brengen en wijst het verzoek van de vader af. Het verzoek van de moeder om ontzegging van omgang wordt eveneens afgewezen, omdat de rechtbank onvoldoende aanleiding ziet om het recht op omgang definitief te ontzeggen. De werkzaamheden van de bijzondere curator worden beëindigd.

Uitkomst: Verzoek tot vaststelling omgangsregeling en verzoek tot ontzegging omgang worden afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-2480
Zaaknummer: C/09/664227
Datum beschikking: 31 december 2025

Omgang

Beschikking op het op 3 april 2024 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N. Çiçek te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H. Polat te Rijswijk.

Procedure

Bij beschikking van 17 juni 2025 van deze rechtbank is mevrouw drs. J.L. van Wesemael-Smit benoemd tot bijzondere curator over de minderjarige en is een beslissing ter zake van de omgangsregeling aangehouden.
De rechtbank heeft wederom kennis genomen van de stukken, waaronder nu ook:
  • het verslag van de bijzondere curator van 3 september 2025;
  • het F9-formulier van de vader van 19 september 2025;
  • het F9-formulier van de moeder van 22 september 2025.
Op 3 december 2025 is de behandeling op een zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk;
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat en een tolk;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Beoordeling

Omgang
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:377e lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de ouders, van een van hen of van degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind een beslissing inzake de omgang alsmede een door de ouders onderling getroffen omgangsregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onvolledige of onjuiste gegevens is uitgegaan.
De rechtbank ontzegt, al dan niet voor bepaalde tijd, het recht op omgang op verzoek van de ouders of van één van hen of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind. Op grond van artikel 1:377a derde lid BW ontzegt de rechtbank het recht op omgang slechts, indien: a) omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, of b) de ouder of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang, of c) het kind dat twaalf jaren of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang met zijn ouder of met degene met wie hij in een nauwe persoonlijke betrekking staat heeft doen blijken, of d) omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.
Inhoudelijke beoordeling
Bij beschikking van 17 juni 2025 is de bijzondere curator verzocht om te onderzoeken welke belemmeringen er zijn voor contact tussen [de minderjarige] en haar vader, of deze belemmeringen zouden kunnen worden weggenomen en, zo ja, wat nodig zou zijn om de weerstand die [de minderjarige] momenteel lijkt te hebben tegen een contact met de vader te doorbreken.
De bijzondere curator heeft een verslag gemaakt van haar bevindingen. Zij ziet meerdere belemmeringen voor het contact tussen [de minderjarige] en haar vader. De verhoudingen tussen haar ouders en de verdere familie zijn erg slecht. Dit zou in geval van eventueel contact tussen vader en [de minderjarige] tot onveilige situaties kunnen leiden. De bijzondere curator heeft geen opening gezien bij de ouders om dat op te lossen. Zelfs al er wel bereidheid is bij ouders, is het twijfelachtig of geschikte hulpverlening te vinden zou zijn. De vader woont immers in België en spreekt geen Nederlands. Ook twijfelt de bijzondere curator of [de minderjarige] voldoende draagkracht heeft voor de tijd en energie die contact met haar vader zal kosten. Eventueel contact met de vader voelt voor [de minderjarige] enorm spannend en onveilig aan. De bijzondere curator ziet niet in hoe het mogelijk is om contact tussen de vader en [de minderjarige] in een voor [de minderjarige] veilige setting tot stand te brengen, noch hoe de belemmeringen kunnen worden weggenomen.
De vader handhaaft zijn verzoek tot het vaststellen van een omgangsregeling. Hij denkt dat [de minderjarige] hem wel wil zien, maar dat zij dit niet durft te zeggen, omdat de moeder en haar familie dat niet goed vinden. Als er een beschikking komt van de rechtbank dat [de minderjarige] omgang moet hebben met haar vader, dan zullen de moeder en haar familie het contact niet belemmeren.
De moeder stelt dat het niet klopt dat zij of haar familie omgang tegenhouden. [de minderjarige] heeft zelf duidelijk aangegeven dat zij geen contact met haar vader wil. Gelet op haar leeftijd is het niet wenselijk om haar daar alsnog toe te dwingen.
Op de zitting is gesproken over mogelijkheden om tot contact tussen de vader en [de minderjarige] te komen. Gebleken is dat de beide ouders, gevraagd naar oplossingen en mogelijkheden voor de toekomst, blijven hangen in het verleden en elkaar verwijten blijven maken. Zij zijn geen van beiden in staat om constructief in overleg te treden over eventuele mogelijkheden voor contact. De bijzondere curator heeft de situatie op de zitting vergeleken met loopgraven in een oorlog, waarbij [de minderjarige] zelfstandig zou moeten bewegen tussen de loopgraven van haar twee ouders. Dat is volstrekt niet in haar belang. Deze situatie is nog ingewikkelder, omdat de vader geen Nederlands spreekt en ver weg woont. Hierdoor is een eventuele begeleiding van omgang tussen [de minderjarige] en de vader moeilijk tot stand te brengen. De advocaat van de vader heeft op de zitting geopperd dat dit met behulp van een tolk of met Turks sprekende begeleiding zou kunnen plaatsvinden, maar dit zou de andere belemmeringen zoals benoemd door de bijzondere curator niet wegnemen. Daarom is de rechtbank van oordeel dat er op dit moment geen mogelijkheden zijn om een omgangsregeling vast te stellen. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de vader om een omgangsregeling vast te stellen afwijzen.
De moeder heeft verzocht de omgang tussen de vader en [de minderjarige] te ontzeggen. Hoewel op dit moment geen mogelijkheid bestaat om een omgangsregeling vast te stellen, ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding om de vader het recht op omgang met [de minderjarige] te ontzeggen. Als er in de toekomst wel ruimte bij [de minderjarige] ontstaat om contact met haar vader te hebben, moet zij de mogelijkheid daartoe krijgen. De rechtbank zal het verzoek van de moeder daarom afwijzen.
Beëindiging werkzaamheden bijzondere curator
Gelet op het voorgaande beschouwt de rechtbank de werkzaamheden van de bijzondere curator als beëindigd.

Beslissing

De rechtbank:
wijst af het verzoek van de vader tot het vaststellen van een omgangsregeling;
wijst af het verzoek van de moeder tot het ontzeggen van de omgang;
beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, kinderrechter, bijgestaan door mr. M.J.W. Straatsma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 31 december 2025.