ECLI:NL:RBDHA:2025:27348

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
C/09/693789 / FA RK 25-8175
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorzieningen inzake zorgregeling, woninggebruik en alimentatie na scheiding

Partijen zijn gehuwd sinds 2015 en hebben drie minderjarige kinderen. De vrouw verzoekt om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, toevertrouwing van de kinderen aan haar, een voorlopige zorgregeling, en vaststelling van kinder- en partneralimentatie. De man voert verweer maar heeft geen zelfstandige verzoeken ingediend.

De rechtbank stelt vast dat de man de scheiding moeilijk accepteert en dat de spanningen tussen partijen schadelijk zijn voor de kinderen. De vrouw is de hoofdverzorger en de man werkt fulltime met frequente buitenlandse verblijven. De rechtbank kent de kinderen toe aan de vrouw en verleent haar het uitsluitend gebruik van de woning, met een termijn tot 1 maart 2026 voor de man om een andere woning te vinden. Tot die datum geldt een birdnestingregeling.

De voorlopige zorgregeling bepaalt dat de kinderen in even weken van donderdag na school tot zondagavond bij de man zijn, en in de overige tijd bij de vrouw. De rechtbank wijst een kinderalimentatie toe van €353 per kind per maand en een partneralimentatie van €2.050 per maand, beide te voldoen door de man vanaf 1 maart 2026. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De vrouw krijgt het uitsluitend gebruik van de woning en de kinderen worden aan haar toevertrouwd; de man moet de woning verlaten en betaalt partner- en kinderalimentatie.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-8175
Zaaknummer: C/09/693789
Datum beschikking: 24 december 2025

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 29 oktober 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.S. Odink te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G.E. van der Zanden te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift;
- een tweetal F9-formulier met bijlagen van 12 december 2025 van de zijde van de vrouw.
De minderjarige [de minderjarige 1] heeft in een gesprek met de kinderrechter zijn mening kenbaar gemaakt.
Op 16 december 2025 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man met zijn advocaat en tolk (Spaans) P. van Nieuwenhuizen, de vrouw met haar advocaat en tolk (Duits) Y.M. Saris. Namens de Raad voor de Kinderbescherming (de raad) is [naam] verschenen.
Na de zitting heeft de kinderrechter nog twee e-mails van [de minderjarige 1] ontvangen.

Feiten

  • Partijen zijn op [datum] 2015 te [plaats] ( [land] ) met elkaar gehuwd.
  • Zij zijn de ouders van de volgens minderjarige kinderen:
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats] , [geboorteland] ;
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats] ,
[geboorteland] ;
 [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2021 te [geboorteplaats] ,
[geboorteland] .
- Partijen en de kinderen zijn Burger van [land] .

Verzoek en verweer

Het verzoek van de vrouw zoals dat thans luidt strekt ertoe dat:
- aan de vrouw het uitsluitend gebruik toekomt van de echtelijke huurwoning
gelegen te [adres] ;
- de kinderen aan de vrouw worden toevertrouwd;
- een voorlopige zorgregeling vast te stellen waarbij de kinderen bij de man zijn iedere twee weken van zaterdag 10:00 uur tot zondag 18:00 uur en iedere week van donderdag uit school tot 18:30 (de kinderen eten dan bij de vrouw);
- de vakantie- en feestdagen als volgt worden verdeeld:
-kerstvakantie van 20 december t/m 5 januari: van 20 december tot en met 28 december te
14:00u zijn de kinderen bij de vrouw en van 28 december te 14:00u tot en met 5 januari 2026 te 17:00u bij de man;
-voorjaarsvakantie van 14 t/m 22 februari: van 14 februari tot en met 18 februari 2026 te
13:00u zijn de kinderen bij de man en van 18 februari 2026 te 13:00u tot en met 22 februari
2026 zijn de kinderen bij de vrouw;
-meivakantie van 25 april t/m 10 mei 2026: de eerste week zijn de kinderen bij de vrouw en de tweede week bij de man
-zomervakantie van 18 juli t/m 30 augustus 2026: de eerste twee weken zijn de kinderen bij
de man, de volgende twee weken bij de vrouw, de week daarop bij de man en de week daarop bij de vrouw;
-hemelvaart: de kinderen zijn het Hemelvaart weekend van donderdag 14 mei t/m 17 mei
2026 bij de vrouw;
-paasweekend: de kinderen zijn van 3 april t/m 6 april 2026 bij de vrouw;
-pinksterweekend: de kinderen zijn van 22 mei t/m 25 mei 2026 te 17:00u bij de man;
- een voorlopige bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen vast te stellen van ten minste € 408,-- per kind per maand, iedere maand bij vooruitbetaling te voldoen door de man aan de vrouw;
- een voorlopige bijdrage van de man in de kosten van levensonderhoud van de vrouw vast te stellen van ten minste € 2.050,-- per maand, iedere maand bij vooruitbetaling te voldoen door de man aan de vrouw.
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Anders dan de kop van het verweerschrift doet vermoeden, heeft de man geen zelfstandige verzoeken ingediend. Op de zitting is dit namens de man ook bevestigd.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
De Nederlandse rechter komt te dezen rechtsmacht toe. De rechtbank past in deze voorlopige- voorzieningenprocedure Nederlands recht toe.
Inhoudelijke beoordeling
Toevertrouwing kinderen en uitsluitend gebruik echtelijke woning
Standpunt vrouw
De vrouw werkt parttime, grotendeels vanuit huis, voor 19,5 uur per week bij [werkgever 1]
. De man werkt fulltime voor [werkgever 2] , in de praktijk komt dit doorgaans neer op 50 tot 60 uur werk per week. De vrouw heeft de meeste zorg voor de kinderen en zij krijgt hierbij af en toe hulp van een oppas. De vrouw is dus sinds de geboorte van de kinderen de hoofdverzorger van de kinderen. De man is door zijn werk maar beperkt beschikbaar om voor de kinderen te zorgen. De vrouw verzoekt dan ook om toevertrouwing van de kinderen aan haar.
De vrouw heeft een beperkt inkomen en het is voor haar niet mogelijk op korte termijn betaalbare woonruimte te vinden voor zichzelf en de kinderen. De man heeft een aanzienlijk inkomen en het zal voor hem makkelijker zijn andere woonruimte te vinden. Voorts is de man voor zijn werk gemiddeld eens per maand in het buitenland. De kinderen zitten op de European School in de buurt. Hun vriendjes/vriendinnetjes en sportactiviteiten zijn ook in de buurt van de woning, zodat het voor (de stabiliteit en rust van) de kinderen beter is om in hun vertrouwde omgeving met hun moeder te blijven.
De spanningen tussen partijen lopen geregeld hoog op. De kinderen hebben hieronder te
lijden. Het is dan ook onwenselijk dat partijen nog veel langer in dezelfde woning blijven.
Standpunt man
De man is van mening dat het huwelijk van partijen nog een kans van slagen heeft en dat van duurzame ontwrichting geen sprake is. Partijen wonen nog in één huis, eten nog samen met de kinderen en in de weekenden worden nog gezamenlijk leuke dingen met de kinderen
gedaan. De man vindt het dagelijks contact met de kinderen van groot belang, voor de kinderen maar ook voor hemzelf. De man acht vertrek van hem uit de echtelijke woning gezien de verstandhouding tussen partijen niet noodzakelijk. Er is geen sprake van een
onhoudbare situatie waarbij de veiligheid van de vrouw of de kinderen in het geding zou zijn, zodat een ordemaatregel ten aanzien van de gezamenlijke huurwoning niet aan de orde is.
Als de man de woning zal dienen te verlaten, dan verzoekt de man hem in ieder geval een termijn te geven van 3 maanden, zodat de man kan bezien of hij andere woonruimte kan vinden waar hij eveneens drie kinderen kan ontvangen. Dat zal niet makkelijk zijn, want de huurmarkt is zeer beperkt en hij wenst uiteraard alsdan een huurwoning te vinden in de buurt van de Europese school.
Oordeel rechtbank
De rechtbank stelt vast dat op de zitting is gebleken dat de vrouw geruime tijd geleden aan de man kenbaar heeft gemaakt dat zij wil scheiden. Uit de overgelegde stukken en de toelichting op zitting is duidelijk geworden dat de man dit moeilijk kan accepteren en het niet eens is met de wens van de vrouw om uit elkaar te gaan. De man heeft daarom tot op heden geen stappen gezet om afspraken te maken over de gevolgen van de scheiding. Het gevolg hiervan is dat partijen nog steeds met elkaar en de kinderen als gezin in de woning verblijven en dat het partijen niet lukt om dit zonder ruzie te doen. Dit brengt veel spanningen met zich, ook voor de kinderen. Op de zitting waren die spanningen tussen partijen ook voelbaar.
De rechtbank is met de vrouw van oordeel dat aan de huidige, spanningsvolle situatie in het belang van de kinderen zo snel mogelijk een einde moet komen. De huidige situatie is ook verwarrend voor de kinderen. Het is in het belang van de kinderen dat er rust en duidelijkheid komt. Het moet voor hen duidelijk zijn dat hun ouders uit elkaar gaan en dat er stappen gezet gaan worden om dit proces in gang te zetten. De huidige situatie waarin er veel ruzie is en spanningen zijn, is schadelijk voor de kinderen. Het is van belang dat de ouders een bepaalde rust kunnen vinden en deze rust kunnen uitdragen naar de kinderen. Voor de toekomst is het belangrijk dat de ouders afspraken gaan maken over hoe ze het gezamenlijk ouderschap willen gaan inrichten, maar voor de kinderen is het nu nodig dat er duidelijkheid ontstaat en dat de ouders fysiek uit elkaar gaan.
Niet in geschil is dat de vrouw tijdens het huwelijk het grootste deel van de zorg voor de kinderen voor haar rekening heeft genomen. Zij is altijd de hoofdverzorger van de kinderen geweest en de man heeft voor het grootste deel van het inkomen gezorgd. Vanwege zijn werk is de man doordeweeks veel weg, hij maakt lange dagen en verblijft geregeld in het buitenland. Daar komt bij dat de man voldoende inkomen heeft om een andere woning te kunnen vinden.
Gelet op het voorgaande, zullen de kinderen aan de vrouw worden toevertrouwd en zal zij ook degene zijn die voorlopig met de kinderen in de echtelijke woning zal verblijven. Gelet op de spanningen tussen de ouders is het niet reëel dat zij nog veel langer samen in de woning verblijven.
Het ligt op de weg van de man om andere woonruimte te vinden. De man heeft hiervoor gezien zijn inkomen de meeste mogelijkheden. De man heeft gevraagd om een termijn van drie maanden.
De rechtbank is van oordeel dat de man de woning zo snel mogelijk moet verlaten, maar hij moet wel de tijd krijgen om een woning te vinden waar hij de kinderen kan ontvangen.
De rechtbank zal de man daarom een termijn verlenen tot 1 maart 2026. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de man binnen deze termijn voldoende gelegenheid om andere woonruimte te vinden. Zoals op de zitting is besproken zullen de ouders tot die datum een vorm van birdnesting uitvoeren, waarbij steeds een van de ouders bij de kinderen in de echtelijke woning zal verblijven en partijen niet meer samen in de woning aanwezig zullen zijn. De rechtbank zal hierna onder het kopje zorgregeling uitleggen hoe deze regeling eruit komt te zien.
De rechtbank zal het verzoek van de vrouw ten aanzien van de toevertrouwing van de kinderen en het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan haar gelet op het voorgaande toewijzen met uitzondering van de momenten dat de man in het kader van de zorgregeling in de echtelijke woning zal zijn.
Voorlopige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling)
Tijdens de zitting is de door de vrouw voorgestelde zorgregeling van een weekend per twee weken en een doordeweekse middag in de andere week besproken. De moeder heeft op zitting aangegeven dat zij openstaat voor overleg hierover en dat een lang weekend ook tot de mogelijkheden behoort.
De vader wil de kinderen zo vaak mogelijk zien en wil toe naar een gelijke verdeling van de zorg voor de kinderen.
De rechtbank zal bepalen dat de kinderen voorlopig bij de man zijn in de even weken van donderdag uit school tot zondagavond 18.00 uur. Tot 1 maart 2026 zal de man dan bij de kinderen zijn in de echtelijke woning. De voorlopige zorgregeling zal na deze datum blijven doorlopen (zonder birdnesting). In de weekenden dat de man de zorg draagt voor de kinderen zal de vrouw de echtelijke woning verlaten. Zij heeft dit toegezegd op zitting en de rechtbank gaat ervan uit dat zij zich hieraan houdt. Voor de resterende tijd wordt aan de vrouw het uitsluitend gebruik van de woning toegekend en dient de man de woning te verlaten.
De vrouw heeft voorgesteld dat de man in de andere week ook een doordeweekse middag de zorg voor zijn rekening neemt, maar de man heeft op zitting kenbaar gemaakt dat het met zijn werk moeilijk kan zijn om ook in de andere week doordeweeks voor de kinderen te zorgen. Als de man in de ene week bij de kinderen is, dan kan hij in de andere week voor zijn werk naar het buitenland. Mocht blijken dat de man in de andere week de zorg voor de kinderen toch de donderdagmiddag (of een ander dagdeel) voor zijn rekening kan nemen, kunnen de ouders dit in onderling overleg afspreken. De rechtbank gaat niet mee in de wens van de vader om alle weekenden met de kinderen door te brengen omdat de rechtbank het de kinderen ook gunt om een weekend met hun moeder door te brengen.
De rechtbank begrijpt dat de (voorlopige) regeling die bij deze beschikking wordt vastgesteld voor de man niet heel uitgebreid is. De rechtbank gaat ervan uit dat de ouders met behulp van mediation of hulpverlening met elkaar in overleg gaan om te bespreken hoe de zorgregeling in de toekomst op de langere termijn kan worden uitgebreid. Hierbij kan dan ook worden besproken welke mogelijkheden de man heeft om zijn werkuren aan te passen en op welke manier de zorgregeling kan worden uitgebreid voor zover dat haalbaar is met zijn werk en waarbij de belangen van de kinderen voorop staan. Het is van belang dat de ouders hierover duidelijke afspraken maken. De rechtbank overweegt dat de man wellicht op een andere dag iets bijdragen in de zorg voor de kinderen, zoals bijvoorbeeld met de kinderen naar hun sport gaan.
Voor nu is de rechtbank van oordeel dat de voorlopige regeling die bij deze beschikking wordt vastgesteld het meest in lijn is met hoe de zorgtaken tussen de ouders zijn verdeeld.
De rechtbank zal bepalen dat de voorlopige zorgregeling ingaat na de kerstvakantie, op 5 januari 2026.
De rechtbank ziet geen aanleiding om in deze fase ook al een regeling vast te leggen voor een verdeling van vakanties en feestdagen. De rechtbank gaat ervan uit dat partijen vakanties en feestdagen in onderling overleg zullen verdelen. Zonder afspraken daarover tussen partijen, zal ook tijdens vakanties de in deze beschikking vastgelegde voorlopige zorgregeling gelden.
Kindbrief voor [de minderjarige 1]
De kinderrechter vindt het belangrijk om [de minderjarige 1] ook zelf te informeren over de uitkomst van deze procedure en heeft hem daarom vandaag de volgende e-mail gestuurd.
Beste [de minderjarige 1] ,
Wij hebben elkaar vorige week gesproken over de rechtszaak tussen je ouders. Zoals je weet, heb ik daarna ook met je ouders gepraat. Bij dat gesprek was ook iemand van de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig.
Je hebt mij vorige week ook nog twee e-mails gestuurd. Die heb ik natuurlijk ook gelezen en je hebt me goed kunnen uitleggen wat jouw mening is.
Ik wil je in dit bericht graag uitleggen wat ik in de rechtszaak tussen je ouders heb beslist.
Je ouders hebben het al een tijdje niet meer zo fijn samen en zullen gaan scheiden. [de minderjarige 1] , ik wil dat je goed begrijpt dat dit niet jouw schuld is. En het is ook niet de schuld van je zusje of je broertje. Je vader en je moeder hebben samen problemen en zijn hiervoor samen verantwoordelijk. Kinderen kunnen hier helemaal niets aan doen!!
Het is natuurlijk wel héél verdrietig voor je en ik kan me goed voorstellen dat je had gehoopt dat je ouders bij elkaar zouden blijven. Tijdens het gesprek dat ik met je ouders heb gevoerd, is mij duidelijk geworden dat dit echt niet meer gaat.
Ik heb beslist dat je vader na de kerstvakantie zo snel mogelijk een andere woning moet gaan zoeken. Dat is nodig, zodat er rust in huis komt en voor iedereen duidelijk is dat je ouders nu echt uit elkaar gaan. Jij, je zusje en je broertje blijven met jullie moeder in het huis wonen en zodra je vader een ander huis heeft, kunnen jullie ook tijd met je vader doorbrengen in zijn nieuwe huis. Jullie krijgen dan dus twee huizen. Ik denk dat het je vader moet lukken om voor 1 maart a.s. een ander huis te vinden, want hij heeft een goede baan. Tot die tijd zullen je vader en je moeder om en om in jullie huis zijn, zodat er altijd iemand bij jou, je zusje en je broertje is. Voorlopig betekent dit helaas wel dat jullie je vader minder gaan zien, omdat je vader doordeweeks veel werk heeft en dan niet voor jullie kan zorgen. De weekenden zullen gelijk worden verdeeld tussen je vader en je moeder.
Dat betekent dat vanaf de kerstvakantie voorlopig de volgende regeling gaat gelden. In een periode van twee weken zijn jullie bij je vader: in de ene week van donderdag uit school tot zondagavond, en in de andere week op donderdagmiddag (maar alleen als je vader dan niet hoeft te werken). De andere dagen zijn jullie bij je moeder. Je ouders zullen met elkaar gaan bespreken hoe dit in de toekomst verder zal gaan. Voor nu is belangrijk dat er rust komt.
Ik kan goed begrijpen dat dit geen fijn bericht voor je is. Nogmaals: jij kunt aan de problemen van je ouders niets veranderen. Dat moeten ze echt zelf doen.
Je ouders krijgen een uitgewerkte beslissing (dat heet: een beschikking) van de rechtbank toegestuurd. Daarin heb is ook de tekst van deze e-mail opgenomen, zodat je ouders weten wat ik je heb geschreven.
Ik wens je het allerbeste.
De kinderrechter
Alimentatie
De vrouw verzoekt een voorlopige kinder- en partneralimentatie vast te stellen. Bij de beoordeling van de verzoeken stelt de rechtbank voorop dat deze voorlopige vaststelling het karakter heeft van een ordemaatregel. Daarbij is het uitgangspunt dat wordt uitgegaan van de actuele situatie van partijen, voor zover de rechtbank daar voldoende inzicht in heeft. Indien de rechtbank onvoldoende inzicht in de situatie van partijen heeft, zal de rechtbank beoordelen wat zij redelijk acht en in dat kader een schatting maken.
Voorlopige kinderalimentatie
Behoefte
Partijen zijn het erover eens dat de behoefte van de kinderen op basis van het netto gezinsinkomen € 1.845,-- per maand bedraagt.
Draagkracht vrouw
Nu de vrouw [werkgever 1] werkzaam is, is zij in Nederland niet belastingplichtig voor wat betreft de inkomstenbelasting. De rechtbank zal voor de berekening van de draagkracht van de vrouw dus een netto berekening maken.
Partijen zijn het erover eens dat het netto besteedbaar inkomen (NBI) van de vrouw inclusief de huurinkomsten € 2.919,-- per maand bedraagt, zodat de rechtbank dat zal volgen.
De rechtbank zal de voorlopige kinderalimentatie vaststellen per 1 maart 2026, zijnde de datum dat de man de echtelijke woning moet hebben verlaten. Vanaf dat moment heeft de vrouw recht op kindgebonden budget en zal de rechtbank hiermee rekening houden.
Het kindgebonden budget moet volgens vaste rechtspraak bij het inkomen van de desbetreffende ouder die het ontvangt, worden opgeteld. De rechtbank berekent het kindgebonden budget aan de hand van bovenstaande inkomensgegevens.
Het NBI van de vrouw inclusief kindgebonden budget bedraagt € 3.829,-- per maand.
De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.
Omdat het NBI van de vrouw hoger is dan € 2.125,--, zal de rechtbank voor de berekening van haar draagkracht de formule 70% x [NBI – (0,3 NBI + € 1.310,--)] gebruiken. De draagkracht van de vrouw bedraagt dan: 70% x [3.829 – (1.149 + 1.310)] = € 959,-- per maand.
Draagkracht man
Nu de man bij de [werkgever 2] werkzaam is, is hij in Nederland niet belastingplichtig voor wat betreft de inkomstenbelasting. De rechtbank zal dus ook voor de berekening van de draagkracht van de man een netto berekening maken.
Hierbij is de rechtbank uitgegaan van een netto inkomen van € 9.498,83 per maand. Hierop in mindering strekt de contribution new pension scheme van € 1.168,36 en de contribution social cecurity scheme van in totaal € 299,08. Hierbij komt de expatriation allowance van
€ 895,85, het supplement Expat BFA van € 114,14 en het dependant Child supplement van
€ 1.219,83 per maand.
Niet in geschil is dat de man een bedrag van € 1.061,-- per maand aan huurinkomsten heeft, zodat de rechtbank rekening houdt met dit bedrag.
Op grond hiervan becijfert de rechtbank het NBI van de man op afgerond € 11.322,-- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.
Zoals op zitting is besproken komt per saldo een bedrag van € 2.000,-- per jaar, zijnde
€ 167,-- per maand netto aan schoolkosten inclusief kantinekosten voor rekening van de man. Hierbij is rekening gehouden met de education allowance die de man ontvangt
(€ 24.720,--) en de daadwerkelijke schoolkosten (€ 26.710,--). De rechtbank zal die verplichting van € 167,-- per maand bij het draagkrachtloos inkomen in aanmerking nemen.
De draagkracht van de man bedraagt dan 70% x [€ 11.322 - (0,3 x 11.322 + € 1.310,-- +
€ 167)] = € 4.514,--.
Verdeling draagkracht
De draagkracht van partijen bedraagt gezamenlijk € 5.473,-- per maand (€ 959 + € 4.514). Dit is voldoende om in de behoefte van de kinderen te voorzien. De rechtbank zal daarom een draagkrachtvergelijking maken waarbij de behoefte naar rato van ieders draagkracht zal worden verdeeld. Hiervoor gebruikt de rechtbank de formule: ieders draagkracht gedeeld door de totale draagkracht vermenigvuldigd met de behoefte.
Het eigen aandeel van de man bedraagt: 4.514 / 5.473 x 1.845 = € 1.522,--
Het eigen aandeel van de vrouw bedraagt: 959 / 5.473 x 1.845 =
€ 323,--
samen € 1.845,--
Van de totale behoefte van de kinderen komt een gedeelte van € 1.522,-- per maand, wat neerkomt op € 507,-- per maand per kind voor rekening van de man. Een gedeelte van
€ 323,-- per maand, wat neerkomt op € 108,-- per maand per kind komt voor rekening van de vrouw.
Zorgkorting
De rechtbank zal rekening houden met een zorgkorting van 25% gelet op de voorlopige zorgregeling die bij deze beschikking wordt vastgesteld.
De zorgkorting bedraagt dan € 462,-- per maand (25% van € 1.845,00).
Dit bedrag strekt in mindering op de door de man te betalen bijdrage, zodat zijn maandelijkse bijdrage wordt vastgesteld op € 1.060,--, zijnde afgerond € 353,-- per kind per maand.
Partneralimentatie
Behoefte
De rechtbank zal de huwelijksgerelateerde behoefte van de vrouw berekenen aan de hand van de hofnorm. Hierbij wordt de behoefte van de onderhoudsgerechtigde vastgesteld op 60% van het netto besteedbaar gezinsinkomen ten tijde van het uiteengaan van partijen minus de kosten van de kinderen.
De rechtbank berekent het netto besteedbaar gezinsinkomen op € 14.241,-- (€ 11.322 +
€ 2.919) per maand. Hiervan moeten de kosten van de kinderen worden afgetrokken (inclusief de schoolkosten die per saldo voor rekening van de ouders komen van € 167,-- per maand zoals hiervoor is berekend), zodat een bedrag van € 12.229,-- per maand (€ 14.241,-- -/- € 1.845 -/- € 167,--) beschikbaar was voor het levensonderhoud van partijen. De huwelijksgerelateerde behoefte van de vrouw bedraagt dan volgens de hofnorm afgerond € 7.337,-- netto per maand (60% van € 12.229,-- per maand).
Behoeftigheid
Op de hiervoor berekende netto behoefte van de vrouw van € 7.337,-- per maand moet in mindering worden gebracht haar netto besteedbaar inkomen. Het aandeel van de vrouw in de kosten van de kinderen, voor zover dit aandeel niet door het door de vrouw ontvangen KGB wordt gedekt, moet er vervolgens weer bij worden opgeteld. Dit leidt tot een aanvullende behoefte van € 4.418,-- netto per maand.
Draagkracht man
Omdat NBI van de man hoger is dan € 2.125,- per maand, zal de rechtbank voor de bepaling van zijn draagkracht volgens de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie de daarbij behorende draagkrachtformule van 60% x [NBI – (0,3 x NBI + 1310)] toepassen. Hierbij wordt rekening gehouden met een woonbudget van 30% van het NBI en wordt de alimentatieplichtige geacht alle kosten van wonen uit te kunnen voldoen.
De rechtbank zal het in de formule opgenomen bedrag voor kosten van levensonderhoud van 1310 verhogen met een bedrag van € 167,-- per maand in verband met de schoolkosten van de kinderen die voor zijn rekening komen.
Hieruit volgt een draagkracht van de man van € 3.869,-- per maand (60% x [NBI – (0,3 x NBI + 1310 + 167)]). Hierop wordt het aandeel van de man in de kosten van de kinderen van € 1.522,-- per maand in mindering gebracht. De man heeft daarom voor partneralimentatie nog een draagkracht beschikbaar van € 2.347,-- netto per maand.
Conclusie
De man heeft dus voldoende draagkracht om de door de vrouw verzochte voorlopige partnerbijdrage van € 2.050,-- per maand te voldoen, zodat de rechtbank het verzoek van de vrouw tot dat bedrag zal toewijzen.

Beslissing

De rechtbank:
bepaalt dat de vrouw met ingang van 5 januari 2026 bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning te [adres] en beveelt mitsdien dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden,
met uitzondering van de momenten waarop de man tot uiterlijk 1 maart 2026 op grond van de hieronder bepaalde voorlopige zorgregeling in de woning zal zijn (
birdnesting);
bepaalt dat de minderjarigen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats] , [geboorteland] ;
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats] ,
[geboorteland] ;
- [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2021 te [geboorteplaats] ,
[geboorteland] ,
aan de vrouw zullen worden toevertrouwd;
bepaalt dat de man vanaf 5 januari 2026 voorlopig gerechtigd is om de minderjarigen bij zich te hebben:
  • in de even weken van donderdag uit school tot zondagavond 18.00 uur en,
  • voor zover het werk van de man dat toelaat, in de oneven weken van donderdag uit school tot 18 uur,
waarbij geldt dat deze voorlopige zorgregeling tot uiterlijk 1 maart 2026 in de echtelijke woning (
birdnesting) zal worden uitgevoerd;
bepaalt dat de man aan de vrouw met ingang van 1 maart 2026 voorlopig een partneralimentatie van € 2.050,-- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van 1 maart 2026 voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van voornoemde minderjarigen(bij co-ouderschap eventueel:
medeverzorgt en opvoedt) van € 353,-- per maand per kind zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van der Vliet, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door D. van den Born als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
24 december 2025.