Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
C/09/677371 / JE RK 24-2265):
[de pleegmoeder],
C/09/695679 / JE RK 25-2080):
1.Het verdere verloop van de procedure
C/09/676294 / JE RK 24-2124). De behandeling van het verzoek van de moeder tot intrekking van de schriftelijke aanwijzing, benoeming van een deskundige en het vaststellen van een contactregeling (
C/09/677371 / JE RK 24-2265) is aangehouden tot een nader te bepalen zitting bij de meervoudige kamer van deze rechtbank, gelegen vóór 24 juli 2025.
C/09/677371 / JE RK 24-2265) is aangehouden tot een nader te bepalen zitting bij de meervoudige kamer van deze rechtbank, gelegen vóór 19 december 2025.
- de beschikking van 5 september 2025;
- het bericht van de advocaat van de moeder over de hechting tussen moeder en kind, ontvangen op 9 september 2025;
- de schriftelijke update van de gecertificeerde instelling van 8 december 2025.
- de moeder met haar advocaat en vergezeld van [naam 3] (begeleidster van de moeder) als toehoorder;
- [naam 4] , [naam 5] en mr. T. Mekkelholt namens de gecertificeerde instelling;
- [naam 1] , pleegzorgwerker;
- [naam 2] , gedragswetenschapper van pleegzorg, vergezeld van [naam 6] (stagiaire) als toehoorder.
2.De feiten
Het verzoek van de moeder en haar standpunt ten aanzien van het verzoek van de gecertificeerde instelling
De moeder is het niet eens met een verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing, maar zij legt zich wel bij de situatie neer. De moeder begrijpt dat [de minderjarige] niet van de ene op andere dag bij haar kan wonen. Mocht de rechtbank komen tot een eindbeslissing ten aanzien van het verzoek van de moeder, dan wordt verzocht om in ieder geval de machtiging tot uithuisplaatsing voor een kortere duur toe te wijzen en het verzoek voor het overige aan te houden zodat de rechtbank een vinger aan de pols kan houden.
Het verzoek van de gecertificeerde instelling en het standpunt van de gecertificeerde instelling ten aanzien van het verzoek van de moeder
5.De beoordeling
- dus: de schriftelijke aanwijzing - in te trekken. De rechtbank zal daarom de gecertificeerde instelling opdragen om de schriftelijke aanwijzing van 31 januari 2024 in te trekken.
In de schriftelijke update moet in ieder geval opgenomen worden:
- Hoe gaat het naar objectieve maatstaven met [de minderjarige] en hoe gaat het met hem op de basisschool?
- Welke concrete hulpvraag is aan Prodeba voorgelegd, hoe is dit in het behandelplan van Prodeba opgenomen en welke stukken zijn naar Prodeba toegestuurd? Bij deze informatie dient in elk geval het behandelplan te worden meegezonden.
- Wat is de stand van zaken betreffende het diagnostisch onderzoek en de behandeling van Prodeba? Welke hulpverlening is door Prodeba tot op heden ingezet en welke hulpverlening wordt nog ingezet?
- Wat is de reactie van [de minderjarige] op de inzet van Prodeba en, als er sprake is van een reactie, hoe lang houdt deze aan?
- Op welke manier zijn de moeder en de pleegouders betrokken (geweest) bij het onderzoek en de hulpverlening van Prodeba?
- Heeft er in het kader van het diagnostisch onderzoek en het behandeltraject bij Prodeba al contact plaatsgevonden tussen [de minderjarige] en de moeder en zo ja, hoe is dit verlopen?
6.De beslissing
de meervoudige kamer van deze rechtbank, gelegen vóór
30 juni 2026;
uiterlijk vier wekenvoorafgaand aan voornoemde nog te bepalen zitting een schriftelijke update (met onderbouwing) en het behandelplan van Prodeba, alles zoals hiervoor onder 5.11 overwogen, aan de rechtbank, de moeder en haar advocaat en de pleegouders toe te zenden.
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.