De moeder en vader hadden gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind, geboren in 2016. De moeder verzocht de rechtbank om het gezamenlijk gezag te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te kennen, omdat de vader door verslavingsproblemen en detentie onbereikbaar is en geen contact onderhoudt met het kind.
De vader stemde in met het verzoek. De moeder stelde dat het onmogelijk is om gezamenlijk gezag uit te oefenen gezien de voortdurende onduidelijkheid over de verblijfplaats van de vader en het ontbreken van contact sinds drie jaar. Tevens maakte zij zich zorgen over mogelijke traumatische ervaringen van het kind met de vader en de noodzaak van tijdige hulpverlening.
De rechtbank oordeelde dat het risico bestaat dat het kind klem komt te zitten tussen de ouders bij voortzetting van het gezamenlijk gezag en dat op korte termijn geen verbetering te verwachten is. Daarom werd het verzoek toegewezen en het eenhoofdig gezag aan de moeder toegekend.