ECLI:NL:RBDHA:2025:27393

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 december 2025
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
C/09/693751 / FA RK 25-8156
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening kinderalimentatie en zorgregeling bij ontbinding geregistreerd partnerschap

De rechtbank Den Haag behandelde op 30 december 2025 een verzoek tot voorlopige voorziening in een procedure tot ontbinding van een geregistreerd partnerschap. De vader en moeder zijn ouders van twee minderjarige kinderen en voerden een birdnestingsregeling waarbij de kinderen om beurten bij beide ouders verblijven in de echtelijke woning.

De vader verzocht onder meer om toewijzing van de kinderen aan hem, exclusief gebruik van de woning en kinderalimentatie. De moeder verzocht zelfstandig om voorlopige voorzieningen. Tijdens de zitting kwamen partijen overeen de bestaande birdnestingsregeling voort te zetten, waarna de rechtbank de andersluidende verzoeken afwees.

De rechtbank maakte een voorlopige berekening van de kinderalimentatie, waarbij rekening werd gehouden met de draagkracht van beide ouders, het kindgebonden budget en de zorgkorting van de vader. De vader werd veroordeeld tot betaling van €132 per kind per maand, ingaande 1 januari 2026, met een indexering van 4,6%.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en bevat een zorgregeling die de huidige birdnestingsregeling bevestigt. De rechtbank benadrukte het belang van rekening houden met elkaars situatie, onder meer door het niet laten overnachten van nieuwe partners in de woning zolang de regeling loopt.

Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe waarbij de bestaande birdnestingsregeling wordt voortgezet en de vader kinderalimentatie van €132 per kind per maand betaalt.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-8156
Zaaknummer: C/09/693751
Datum beschikking: 30 december 2025

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 28 oktober 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.M. Vessies in Haarlem.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H.R. Carrière in Haarlem.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift met bijlagen;
  • het op 21 november 2025 ingekomen verzoekschrift met zelfstandige verzoeken en bijlagen;
  • het bericht van 24 november 2025 van de vader, met bijlagen.
Op 25 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen
:
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Na de zitting zijn de ouders in de gelegenheid gesteld om de bereikte overeenstemming op papier te zetten zodat de rechtbank dit kan aanhechten. Op 4 december 2025 hebben partijen de rechtbank bericht dat dit niet is gelukt en de rechtbank verzocht een beschikking te wijzen.

Feiten

  • De vader en de moeder zijn met elkaar een geregistreerd partnerschap aangegaan op [dag] 2015 in [plaats] .
  • Zij zijn de ouders van de nog minderjarige;
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2019 in [geboorteplaats 1] ;
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2021 in [geboorteplaats 2] .
- Bij deze rechtbank is sinds 11 februari 2025 een procedure tot de ontbinding van het geregistreerd partnerschap aanhangig onder zaak- en rekestnummer C/09/ 680072 FA RK 25-1018.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt bij wijze van voorlopige voorziening, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te bepalen dat:
  • [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zullen worden toevertrouwd aan de vader, daarbij tevens te bepalen dat indien zij niet reeds in de macht van de vader mochten zijn, de afgifte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] aan hem zal worden bevolen.
  • de opvoeding en verzorgingstaken tussen partijen voorlopig worden verdeeld op een in het verzoekschrift nader uitgewerkte wijze;
  • de vader bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de en de zich daarin bevindende roerende zaken der inboedel, met het bevel dat de moeder die woning dient te verlaten en niet verder mag betreden.
De moeder voert verweer welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken
.
Daarnaast verzoekt de moeder zelfstandig, bij wijze van voorlopige voorziening, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te bepalen dat:
  • de moeder het uitsluitend gebruik toekomt van de echtelijke woning, gelegen aan de [adres] , met de daarin zich bevindende inboedel, en verzoekt de rechtbank de vader te bevelen de woning direct te verlaten en niet langer te betreden;
  • [minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden toevertrouwd aan de moeder;
  • de zorgregeling zal gelden als in het zelfstandig verzoek nader uitgewerkt;
  • dat de vader aan de moeder een bijdrage zal voldoen in de kosten van verzorging en
opvoeding van de kinderen van € 268,- per kind per maand, bij vooruitbetaling te voldoen.

Beoordeling

Toevertrouwing kinderen, zorgregeling en woning
Partijen voeren op dit moment een birdnestingsregeling uit waarbij de ouders om beurten met de kinderen in de echtelijke woning verblijven. De kinderen zijn de even weken vanaf maandagmiddag tot woensdag 18.30 uur met de moeder. Vanaf woensdag 18.30 uur tot vrijdag naar school zijn ze met de vader. Vanaf vrijdagmiddag tot donderdag naar school in de oneven week, zijn ze met de moeder. Vanaf donderdag uit school tot maandag naar school zijn ze met de vader.
Partijen zijn ter zitting overeengekomen dat zij de birdnestingsregeling zullen voortzetten zoals die nu loopt. De rechtbank zal die derhalve vastleggen en de andersluidende verzoeken met betrekking tot de voorlopige toevertrouwing, voorlopige zorgregeling en het uitsluitend gebruik van de woning afwijzen.
Gebleken is dat een belangrijk twistpunt is dat de moeder haar nieuwe partner mee neemt naar de woning. Zolang de birdnestingsregeling loopt, is het van belang dat ouders rekening met elkaar houden. De aanwezigheid van de nieuwe partner ervaart de vader als bijzonder kwetsend en dat zorgt voor onrust. De rechtbank gaat er daarom van uit dat de moeder in het belang van de kinderen haar nieuwe partner niet in de woning laat overnachten. Uiteraard geld dat ook voor een eventuele nieuwe partner van de vader.
Kinderalimentatie
Partijen zijn op zitting overeengekomen dat om fiscale redenen één van partijen zich zou uitschrijven van het adres van de echtelijke woning. De rechtbank gaat er in het kader van deze alimentatieberekening vanuit dat de vader zich zal uitschrijven, zodat de moeder aanspraak kan maken op een hoger kindgebonden budget.
Partijen werkten met een kinderrekening. Op zitting was afgesproken dat zij daarmee door zouden gaan. Partijen wilden nog enkele zaken bespreken. Uit het bericht van partijen na de zitting leidt de rechtbank af dat het niet gelukt is om afspraken te maken over zaken als wat te doen met de kinderopvangtoeslag en de kosten van de woning. De rechtbank gaat er daarom van uit dat er geen definitieve afspraken zijn gemaakt en partijen kennelijk niet langer met een kinderrekening kunnen werken. De rechtbank zal daarom een kinderalimentatieberekening maken, waarbij uitgangspunt is dat ieder van partijen de eigen verblijfskosten van de kinderen voldoet (zie ook de zorgkorting van 35% van de vader) en dat de moeder alle verblijfsoverstijgende kosten voldoet. Daaronder vallen ook de kosten van de kinderopvang. Aan de moeder komt dan de kinderbijslag en kinderopvangtoeslag toe.
Bij de vaststelling van de voorlopige kinderalimentatie en de berekening neemt de rechtbank de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie (hierna: de expertgroep) opgenomen in het Rapport alimentatienormen (hierna: het rapport) als uitgangspunt. De rechtbank rondt hierna in haar berekening de bedragen telkens af op hele euro’s.
Partijen zijn het eens over de behoefte van de kinderen, namelijk € 1.459 (€ 730 per kind per maand) in 2025.
De rechtbank zal hierna beoordelen in welke verhouding deze behoefte tussen partijen moet worden verdeeld. Deze voorlopige vaststelling van kinderalimentatie heeft het karakter van een ordemaatregel. Daarbij is het uitgangspunt dat wordt uitgegaan van de actuele situatie van partijen. Dat betekent dat de rechtbank geen rekening houdt met een eventueel hogere verdiencapaciteit aan de zijde van de moeder, zoals de vader stelt.
draagkracht moeder
Voor de bepaling van de draagkracht van de moeder gaat de rechtbank uit van een inkomen van € 2.438 bruto per maand exclusief vakantiegeld.
Het kindgebonden budget moet volgens vaste rechtspraak bij het inkomen van de desbetreffende ouder die het ontvangt, worden opgeteld. De rechtbank berekent het kindgebonden budget aan de hand van bovenstaande inkomensgegevens op € 8.324.
De rechtbank houdt verder rekening met:
  • de pensioenpremie van € 158;
  • bijdrage sociaal fonds van € 6;
  • premie werknemersverzekering van € 11.
Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met in de aangehechte berekening opgenomen heffingskortingen en toeslagen, berekent de rechtbank haar NBI in 2025 op € 3.152 per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.
Ook al is sprake van tekort in de draagkracht van partijen, in het kader van deze voorlopige voorzieningen beoordeelt de rechtbank niet of sprake is van duurzaam aanmerkelijk lagere woonlasten. De rechtbank houdt in deze berekening daarom rekening met het gebruikelijke woonbudget. Partijen dienen in beginsel de eigenaarslasten van de woning te delen in verhouding tot hun aandeel in de eigendom in de woning en gelet op de birdnestingsregeling dienen zij ieder een gedeelte van de gebruikerslasten te betalen . De rechtbank doet dit ook aan de kant van de vader.
Omdat het NBI van de moeder hoger is dan € 2.125,-, zal de rechtbank voor de berekening van haar draagkracht de formule 70% x [NBI – (0,3 NBI + € 1.310,-)] gebruiken. De draagkracht van de moeder bedraagt dan € 627.
draagkracht vader
Voor de bepaling van de draagkracht van de vader gaat de rechtbank uit van een inkomen van € 3.750 bruto per maand exclusief vakantiegeld.
De rechtbank houdt verder rekening met:
  • de pensioenpremie van € 261;
  • de premie WIA van € 9.
Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met de in de aangehechte berekening opgenomen heffingskortingen en toeslagen, berekent de rechtbank zijn NBI in 2025 op € 3.286 per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.
Omdat het NBI van de vader ook hoger is dan € 2.125,-, zal de rechtbank voor de berekening van zijn draagkracht dezelfde formule gebruiken. De draagkracht van de vader bedraagt dan € 693.
kinderalimentatie
De draagkracht van partijen bedraagt gezamenlijk € 1.320 per maand (€ 627 + € 693). Dit is onvoldoende om volledig in de behoefte van de kinderen te voorzien. De rechtbank komt daarom niet toe aan een draagkrachtvergelijking. Er is sprake van een tekort van € 139 per maand (€ 1.459 - € 1.320).
De zorgkorting van de vader bedraagt 35% van de behoefte van € 1.459, derhalve € 510.
Omdat sprake is van een tekort van € 139 per maand, wordt het tekort aan beide ouders voor de helft toegerekend. De helft van het tekort komt in mindering op de zorgkorting van de vader. Dit betekent dat hij nog recht heeft op een zorgkorting van (€ 510 - € 70 =) € 440 per maand.
Het aandeel van de vader in de kosten van de kinderen dat hij aan de moeder moet betalen, bedraagt dan € 253 per maand (€ 693 -/- € 440), derhalve € 126 per kind per maand.
De rechtbank zal als ingangsdatum bepalen 1 januari 2026 en daarom het berekende bedrag indexeren met het alimentatie-indexeringspercentage voor 2026, namelijk 4,6%.

Beslissing

De rechtbank
bepaalt ten aanzien van de minderjarigen:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2019 in [geboorteplaats 1] , en
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2021 in [geboorteplaats 2] :
*
een voorlopige zorgregeling op basis van birdnesting als volgt:
de kinderen zijn de even weken vanaf maandagmiddag tot woensdag 18.30 uur met de moeder; vanaf woensdag 18.30 uur tot vrijdag naar school zijn ze met de vader; vanaf vrijdagmiddag tot donderdag naar school in de oneven week, zijn ze met de moeder; vanaf donderdag uit school tot maandag naar school zijn ze met de vader;
*
bepaalt dat de vader aan de moeder, met ingang van 1 januari 2026, voorlopig een kinderalimentatie zal betalen van € 132 per kind per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Brakel, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van T.D. Somer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 30 december 2025.