ECLI:NL:RBDHA:2025:2740
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublinverantwoordelijkheid Duitsland
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens het Dublinverdrag verantwoordelijk is voor de behandeling.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het hoofdberoep.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief en hoger beroep of verzet is niet mogelijk. De zaak illustreert de toepassing van het Dublinverdrag en de procedurele regels rond voorlopige voorzieningen in bestuursrechtelijke asielzaken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het beroep.