ECLI:NL:RBDHA:2025:27450
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Verlening aansluitende zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Den Haag behandelde op 30 december 2025 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, geboren in 1999 te Guinee en woonachtig te Leiden. Betrokkene voerde verweer tegen verlenging, stellende dat hij goed functioneert en inmiddels fulltime werkt als verkeersregelaar. De zorgaanbieder stelde dat het gedrag van betrokkene, gekenmerkt door paranoïde wanen en verwardheid, nog onvoldoende is onderzocht en dat betrokkene geen ziektebesef heeft, waardoor verplichte zorg noodzakelijk blijft.
De rechtbank overwoog dat betrokkene lijdt aan een psychotische decompensatie die leidt tot ernstig nadeel, waaronder maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de algemene veiligheid. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de verplichte zorg is evenredig en effectief. De zorgmachtiging wordt daarom voor drie maanden verlengd om verder diagnostisch onderzoek en behandeling mogelijk te maken.
De beschikking omvat onder meer het toedienen van medicatie, medische controles, beperkingen in de vrijheid, onderzoek aan kleding en woonruimte, en opname in een accommodatie. De machtiging geldt tot en met 30 maart 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de zorgmachtiging voor drie maanden tot en met 30 maart 2026 vanwege het ontbreken van ziektebesef en het risico op ernstig nadeel zonder verplichte zorg.