Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] ,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.B. Kingma, griffier.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, van Somalische nationaliteit, heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning onder de beperking 'medische behandeling', welke bij besluit van 17 april 2024 en opnieuw op 4 december 2025 is afgewezen. Tevens is ambtshalve geweigerd om uitstel van vertrek te verlenen op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen deze besluiten en verzocht om een voorlopige voorziening om tijdens de beroepsprocedure het recht op opvang en Rva-verstrekkingen te behouden. De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting en stelde vast dat verzoeker vrijgesteld is van griffierecht.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker een spoedeisend belang heeft bij de voorziening, omdat hij per brief van 10 december 2025 is geïnformeerd dat zijn opvang per 22 december 2025 wordt beëindigd, waardoor hij zijn plek op de wachtlijst voor een kliniek voor alcoholverslavingsbehandeling zou verliezen. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek, ondanks herhaalde pogingen tot contact.
Gezien de medische situatie van verzoeker prevaleren zijn belangen boven die van de Staat. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en bepaalt dat verzoeker moet worden behandeld alsof artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet op hem van toepassing is totdat op het beroep is beslist. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €907,-.
Uitkomst: Verzoeker behoudt opvang en Rva-verstrekkingen gedurende de beroepsprocedure tegen afwijzing verblijfsvergunning.