ECLI:NL:RBDHA:2025:27670

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
C/09/694854 / KG ZA 25-1146
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opname vaststellingsovereenkomst inzake verhuizing en zorgregeling minderjarigen

De man en de vrouw, die een affectieve relatie hadden en samen twee minderjarige kinderen hebben, zijn in geschil geraakt over de voorgenomen verhuizing van de vrouw naar Duitsland met een van de kinderen. De man vorderde in kort geding een verbod op verhuizing totdat in een bodemprocedure hierover was beslist, met aanvullende zorgregelingen voor de kinderen.

Tijdens de procedure bereikten partijen overeenstemming en legden zij hun afspraken vast in een vaststellingsovereenkomst. De voorzieningenrechter heeft deze overeenkomst beoordeeld en geoordeeld dat deze niet onrechtmatig is en niet in strijd met de belangen van de kinderen.

De rechtbank heeft de vaststellingsovereenkomst opgenomen in het vonnis en verklaard dat partijen daaraan gebonden zijn. Gezien de gemaakte afspraken wees de voorzieningenrechter de oorspronkelijke vorderingen van de man af. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De rechtbank neemt de vaststellingsovereenkomst op in het vonnis en wijst de vorderingen af.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/694854 / KG ZA 25-1146
Vonnis in kort geding van 18 december 2025
in de zaak van
[de man]te [woonplaats 1] ,
eiser,
advocaat mr. P. van de Kolk te Den Haag,
tegen:
[de vrouw]te [woonplaats 2] ,
gedaagde,
advocaat mr. Y.M. Bérénos te Leiden.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de man’ en ‘de vrouw’.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 26 november 2025;
- de conclusie van antwoord;
- het bericht van 4 december 2025, met bijlage, van de zijde van de man;
- het bericht van 4 december 2025 van de zijde van de vrouw.
1.2.
Gelet op de berichten van partijen van 4 december 2025 heeft de op dezelfde dag geplande zitting geen doorgang gevonden.

2.De feiten

Op grond van de stukken wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
De man en de vrouw hebben een affectieve relatie gehad. De vrouw is de moeder van de minderjarigen [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats] , en [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats] . Niet in geschil is dat de man de biologische vader is van de kinderen. De vrouw is alleen belast met het gezag over de kinderen.

3.Het geschil

3.1.
De man vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
-
primair: de vrouw te verbieden om naar Duitsland te verhuizen totdat over een verhuizing in een bodemzaak is beslist;
-
subsidiair: de vrouw te verbieden om met [de minderjarige 2] naar Duitsland te verhuizen totdat over een verhuizing in een bodemzaak is beslist;
-
meer subsidiair: in het geval dat de vrouw met [de minderjarige 2] naar Duitsland zou verhuizen, [de minderjarige 1] aan de man toe te vertrouwen en daarnaast een voorlopige zorgregeling vast te stellen waarbij de vrouw ten minste eenmaal per maand, steeds gedurende het tweede weekend in de maand dan wel een ander passend weekend, met [de minderjarige 2] gedurende een weekend naar Nederland dient te komen waarbij [de minderjarige 2] bij de man zal overnachten, alsmede gedurende ten minste de helft van alle vakanties zodat [de minderjarige 2] contact met [de minderjarige 1] en met de man kan hebben;
- de proceskosten te compenseren.
3.2.
De vrouw voert verweer en vordert de man te veroordelen in de kosten van deze procedure.

4.De beoordeling van het geschil

4.1.
Partijen hebben bij voormelde berichten van 4 december 2025 aan de voorzieningenrechter laten weten dat zij overeenstemming hebben bereikt. Zij hebben verzocht de door hen getekende vaststellingsovereenkomst op te nemen in (naar de rechtbank begrijpt:) het te wijzen vonnis.
4.2.
Nu de gemaakte afspraken in de vaststellingsovereenkomst de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of anderszins in strijd met de belangen van de kinderen voorkomen, zal de voorzieningenrechter de vaststellingsovereenkomst opnemen in het vonnis door aanhechting daarvan. Partijen zijn gebonden aan deze vaststellingsovereenkomst en de rechtbank gaat ervan uit dat partijen zich daar dan ook aan zullen houden. Gelet op de gemaakte afspraken hoeft de rechtbank geen beslissing meer te geven op de voorliggende vorderingen. Deze zullen daarom worden afgewezen.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
5.1.
neemt op de door partijen getekende vaststellingsovereenkomst, zoals aangehecht aan dit vonnis;
5.2.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong-Kwestro en in het openbaar uitgesproken op
18 december 2025.
EF
[afbeeldingen van de tekst van de vaststellingsovereenkomst verwijderd i.v.m. privacygevoelige informatie]