ECLI:NL:RBDHA:2025:27716

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 december 2025
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
09.252345.25
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 33 SrArt. 33a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling wegens poging tot afpersing met bedreiging en gedeeltelijke schadevergoeding

De rechtbank Den Haag heeft op 29 december 2025 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van poging tot afpersing door middel van bedreigingen gericht aan twee aangevers.

Uit het onderzoek en de bewijsmiddelen, waaronder WhatsApp-berichten, telefoniegegevens en observaties, bleek dat verdachte via twee telefoonnummers, beide gebruikt in een Samsung Galaxy A05, de aangevers onder zware bedreigingen zette om een bedrag van €50.000 af te staan. De bedreigingen waren concreet en persoonlijk, met verwijzingen naar woonadressen, bedrijven en mogelijke geweldsacties.

De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte de afzender was van de bedreigingen en dat hij de poging tot afpersing heeft gepleegd. De strafoplegging bestond uit een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, en een contactverbod van twee jaar met de aangevers, met vervangende hechtenis bij overtreding.

Daarnaast werden de schadevergoedingsvorderingen van de benadeelden deels toegewezen: immateriële schade van €1.000 aan elk van de aangevers en materiële schade van €652,91 aan het bedrijf, met wettelijke rente. Het in beslag genomen Samsung-toestel werd verbeurd verklaard. Het verzoek van de verdediging tot nader onderzoek aan de telefoons werd afgewezen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met contactverbod en gedeeltelijke schadevergoeding.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummer: 09/252345-25
Datum uitspraak: 29 december 2025
Tegenspraak
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 1983 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
BRP-adres: [adres] , [postcode] te [woonplaats] ,
op dit moment gedetineerd in de penitentiaire inrichting te [plaats 1] , [locatie] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 16 december 2025.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. N. Snoep, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.A.J. van Dam, naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op een of meerdere momenten in of omstreeks de periode van 15 september 2025 tot en met 24 september 2025 te Bodegraven, gemeente Bodegraven-Reeuwijk, althans in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [aangeefster] en/of [aangever] te dwingen tot de afgifte van 50.000 euro, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangeefster] en/of een derde toebehoorde(n), immers heeft verdachte
- de/het telefoonnummer(s) [telefoonnummer 1] en/of [telefoonnummer 2] geactiveerd, althans gebruikt en/of
- ( vanaf de/het telefoonnummer(s) [telefoonnummer 1] en/of [telefoonnummer 2] ) naar die [aangeefster] en/of [aangever] een of meerdere berichten gestuurd met de teksten
"Jullie betalen binnen 1 week eenmalig 50k dan is alles klaar en kost 't je niet meer" en/of
"Jullie denkt dondert op. Wij betaalt niks. Wij zijn niet bang. Ok prima. Mag. Dan binnen paar dagen. Gaat 1 woning opblazen. Of die bij water of die andere. Of een van de 3 mooie merczedes. Of misschien wel die bedrijf in rotterdam" en/of
"En 1 advies. Ik doe dit al jaaren. Burgemeester en politie hebt 1 werkwijze. lx schiet op huis of bom ploft. Geen probleem" en/of
"En meteen grote actie. Of huis opblazen. of misvhoen iemand gaat mee in de kofferbak. Echt waar. Ik beloof dat in de einde gaat betaalen" en/of
"Jullie zijn gewaarschuwte. Vandaag geen betalen Is actie nemen." en/of
"Jullie betaald die 50K en dan is het klaar. Anders schade gaat 100K worden en dan in de iende moet ook nog 50K betalen. Wij geeft jullie tot dinsdag." en/of
"Maak foto van geld, foto, nu meteen", en/of
"Jouw vrouwtje wilt niet luisteren. Wij heeft gewaarschuwt. Jullie denkt wij gaan nuks doen. Laatste kans. Vandaag nog 50k op tavel. Anders bedrijf gaat dicht. Jouw huis en haar huis. Allebei gaat opblazen. Klein bom bij deur is genoeg"
althans berichten van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of
- ( vanaf de/het telefoonnummer(s) [telefoonnummer 1] en/of [telefoonnummer 2] ) naar die [aangeefster] en/of [aangever] een of meerdere berichten gestuurd met daarin de tekst dat hij een koerier heeft geregeld, en/of
- ( vanaf de/het telefoonnummer(s) [telefoonnummer 1] en/of [telefoonnummer 2] ) met die [aangeefster] en/of [aangever] een afspraak gemaakt om het geld te ontvangen en/of (vervolgens) telefonisch contact met die [aangeefster] gehouden en/of met een auto in de richting van de afgesproken plek gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3.De bewijsbeslissing

3.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde.
3.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft namens de verdachte vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit.
3.3.
Gebruikte bewijsmiddelen
De rechtbank heeft hierna opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2025313669, onderzoeksnummer DH7R025061, genaamd ‘ [onderzoeknaam] ’, van de politie eenheid Den Haag, district Alphen aan den Rijn – Gouda (doorgenummerd pagina 1 t/m 160).
1.
Het proces-verbaal van aangifte van [aangeefster] , opgemaakt op 15 september 2025, voor zover inhoudende (p. 24-28, met bijlagen, p. 29-30):
Hierbij doe ik aangifte van bedreiging en chantage.
Op maandag 15 september 2025 omstreeks 15.14 uur kreeg ik een whatapp bericht vanaf
telefoonnummer [telefoonnummer 1] .
In het ontvangen bericht stond onderstaande tekst:
Het is tijd dat jullie boete betalen.
Jij. Die dikke vrien van jou en zijn zoon.
Jullie betalen binnen 1 week eenmalig 50k dan is alles klaar en kost 't je niet meer.
We hebt 3 opties.
Opties 1 is echt de beste en enige goede optie. Alles andere opties word echt duur.
Optie 1 is jullie betaald. Zorgt ervoor dat er vrijdag 50k klaar ligt. Ik zorgt voor
dat iemand t vrijdag komt halen.
Optie 2.
Jullie denkt dondert op. Wij betaalt niks. Wij zijn niet bang.
Ok prima. Mag.
Dan binnen paar dagen. Gaat 1 woning opblazen. Of die bij water of die andere. Of een
van de 3 mooie merczedes. Of missvhien wel die bedrijf in rotterdam. Wij maakt geen
grap. Wij doen dit werk al jaren. En iedereen betaalt in de einde. Alleen hoe langer
hoe meer.
Als wij actie moet doen om jullie overtuigd dat wij maakt geen grap bedrag gaat elke
actie 20k omhoog.
Dus dan word 70k.
Wil nog steeds niet betaald ok dan weer actie dan word 90k.
En 1 advies. Ik doe dit al jaaren. Burgemeester en politie hebt 1 werkwijze. Lx
schiet op huis of bom ploft. Geen probleem. 2keer is huis dicht voor 6 maanden.
Daarna dicht voor 2 jaar.
Voor bedrijf geld zelfde. Schade echt groot. En dan alsnog gaat betaalen.
Dan is ook nog optie 3.
Jullie gaat naar politie.
Mag ook doen. Wij hoort alles en ziet alles.
Als wij dat zien. Wij gaan weg. Misschien 1 dag. Misschienl week. Misschien lmaand.
Maar wij komt terug. En dan isniet meer aardig praten. Dan is bedrag 100k.
En meteen grote actie. Of huis opblazen.of misvhoen iemand gaat mee in de kofferbak.
Echt waar. Ik beloof dat in de einde gaat betaalen.
Ik adviesier echt optie 1.
De tekst is heel persoonlijk. Ik heb een bedrijf, niet in Rotterdam maar in [plaats 2]
Het bedrijf heeft 3 auto's van het merk Mercedes. Ik woon aan het water. Mijn compagnon
is qua lichaamshouding gezet en heeft een zoon.
Ik voel mij dusdanig zo onveilig dat ik zelfs eigenlijk niet meer naar huis durft te rijden met
mijn auto en of in mijn woning wil zijn. Ik ben bang dat er iets onder mijn auto is geplaats
zoals een tracker en of bom.
2.
Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , opgemaakt op 30 september 2025, voor zover inhoudende (p. 107-110, met bijlagen, p. 111-122):
Op 19 september 2025 had ik telefonisch contact met de politie over de bedreiging en
afpersing tegen [aangeefster] . Ik kreeg toen ook een WhatsApp bericht van het telefoonnummer
[telefoonnummer 2] . Hierin werd onder andere het volgende geschreve:
"jouw vrouwtje wilt niet luistern. Wij heeft gewaarschuwt. Jullie denkt wij gaan niks doen.
Laatste kans. Vandaag nog 50k op tavel. Anders bedrijf gaat dicht. Jouw huis en haar huis.
Allebei gaat opblazen. Klein bom bij deur is genoeg. Beter goed nadenken abi. Wij heb echt
geen zin om mensen te sturen naar jullie huis of naar de bedrijf ..... Betaal 50k. Probleem
opgelost. Doe maar afschrijving op de bedrijf. Anders jullie gaat heel veel schade krijgen ....
Als wij vandaag niet betaald krijgt. Ik ga actie moeten zetten." Ik heb vervolgens tot en met
woensdag 24 september appjes gekregen waarin de bedreiger aangeeft dat het geduld op
begint te raken en dat hij antwoord wil.
De bedreiging en afpersing hebben mij veel gedaan en een onveilig gevoel gegeven. Ik
kon niet normaal meer functioneren, thuis en op het werk.
3.
Het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever [aangeefster] , opgemaakt op 25 september 2025, voor zover inhoudende (p. 41-45, met bijlagen, p. 46-52):
De aangever verklaarde:
Vrijdag 19 september 2025
Op die vrijdag kreeg ik om 11:56 uur een sms bericht van het nummer dat ik net
geblokkeerd had [telefoonnummer 2] eindigt het op. Jullie zijn gewaarschuwte. Vandaag geen betalen Is
actie nemen.
Toen [aangever] daar niet op reageerde ontving het het bericht om 14:36 uur: prima we praten na
weekdn verder met consequenties.
Onder andere ontving hij die dag:
Jullie betaald die 50K en dan is het klaar. Anders schade gaat 100K worden en dan in de
iende moet ook nog 50K betalen. Wij geeft jullie tot dinsdag.
Bijlage 1
Opmerking:
In deze bijlage wordt de Whatsapp chatwisseling weergegeven tussen het telefoonnummer
van de aangeefster en het telefoonnummer van de verdachte. Deze chatwisseling is door de
afdeling Digitale Recherche van de eenheid Den Haag uit de telefoon van de aangever ge-
exporteerd. De berichten waar ‘ [naam] ’ voor staat zijn door de verdachte verzonden en
door de aangever ontvangen. De berichten waar [aangeefster] voor staat zin door aangever verzonden
en door verdachte ontvangen.
[24-09-2025, 16:16:05] [aangeefster] : Ik ben er hele dag mee bezig geweest ... hier moet snel een
einde aan komen... ik ga nu regelen en app jou over een uur
[24-09-2025, 16:18:21] [naam] : Wij zorgt voor dat iemand 17.30uur tel heeft en in juli
buurt is
[24-09-2025, 16:18:35] [naam] : Wij stuurt een koerier
[24-09-2025, 16:19:53] [naam] : Maar dan alleen meer problem. Koerier krijgt 1000 euro
voor halen die pakket
[24-09-2025, 16.20.48] [naam] : Koerier krijgt nadat hij wegjs locatie waar moet hij brengt
[24-09-2025, 16:21 :17] [naam] : Beter regelt gewoon goed deze problem klaar
[24-09-2025, 17:22:19] [aangeefster] : Ik ben erg bang ik weet niet welke fout dus ik durf dit niet zelf
te doen ... ik ga ook een koerier regelen maar dat lukt mij niet om 17.30... ik verwacht rond
19:00 h dan app ik jullie
[24-09-2025, 17:43:28] [naam] : Dat mag. Waar moet wij ons koerier heen laten rijjen
[24-09-2025, 17:51:49] [aangeefster] : Bodegraven?
[24-09-2025, 18:54.02] [naam] : Ik stuurt Bodegraven
[24-09-2025, 19:16.29] [naam] : Hoe lang
[24-09-2025, 19:16.36] [naam] : Koerier is er
[24-09-2025, 19.31:41] [naam] : Tijdstip
[24-09-2025, 19.31:53] [naam] : Koerier is er al
[24-09-2025, 19.32.07] [naam] : 2e koerier staat ook al
[24-09-2025, 20.58.05] [naam] : Ons koerier haalt op bij juli
[24-09-2025, 20.58:11] [naam] : Zegt maar waar
[24-09-2025, 20.58:18] [naam] : Geen tijd meer
[24-09-2025, 20:58:47] [naam] : Of nu of later 70k en nog veel meer schade
[24-09-2025, 21:07:51] [aangeefster] : Jezusss man doe even beetje chill. Hierbij al vast lokatie Gr8
hotel parkeerplaats.
[24-09-2025, 21:08:49] [naam] : Adres
[24-09-2025, 21:09:05] [naam] : En welke auto
[24-09-2025, 21:10.08] [aangeefster] : Hotel naast Mac bodegraven
[24-09-2025, 21:10:27] [naam] : Welke auto
[24-09-2025, 21:12:27] [naam] : Julie weer tijdt rekr
[24-09-2025, 21:12:34] [naam] : Rekt
[24-09-2025, 21:14:22] [aangeefster] : Je hebt de plek al ... dus maak niet problemen nu onnodig
[24-09-2025, 21:15:30] [aangeefster] : Koeriers auto moet ik zo vragen... want is chaos bij mij met
dat geregel in mijn eentje
[24-09-2025, 21:15:44] [naam] : Geld komplet
[24-09-2025, 21:17:31] [aangeefster] : Jaaa .. geld compleet
[24-09-2025, 21:17:45] [naam] : Maak foto van geld
[24-09-2025, 21:20:33] [naam] : Nu meteen
[24-09-2025, 21:25:05] [naam] : En welke auto
[24-09-2025, 21:27:05] [aangeefster] : Audi a4
[24-09-2025, 21 :39:50] [naam] : Parkeerplek van tennis klub
[24-09-2025, 21:42:04] [naam] : Hoe lang
4.
Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 25 september 2025, voor zover inhoudende (p. 59-60):
Historische verkeersgegevens [telefoonnummer 1]
De historische verkeersgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] werden gevorderd.
In deze gegevens was te lezen dat het telefoonnummer alleen op 15 en 16 september 2025
gebruik maakte van het Nederlandse telecomnetwerk. Daarnaast was te zien dat het
telefoonnummer [telefoonnummer 1] gebruik maakte van een Samsung A05 met IMEI-nummer
[IMEI 1] .
Op vrijdag 19 september 2025 omstreeks 11:41 uur sprak ik telefonisch met aangeefster
[aangeefster] . Zij vertelde dat ze eerder op donderdag 18 september opnieuw door de
bedreiger was benaderd maar dit maal meteen nieuw telefoonnummer. Het telefoonnummer
was [telefoonnummer 2] .
Opnemen telecommunicatie [telefoonnummer 2]
Naar aanleiding van de berichten met het telefoonnummer [telefoonnummer 2] werd met
toestemming van officier van justitie mr. N. Snoep de telecommunicatie van het
telefoonnummer [telefoonnummer 2] opgenomen. Ik zag dat het telefoonnummer [telefoonnummer 2]
gebruik maakte van de eerder genoemde Samsung A05 met het IMEI-nummer
[IMEI 1] .
Samenvattend
De telefoonnummers [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2] werden beide gebruikt in de Samsung
A05 met IMEI-nummer [IMEI 1] .
5.
Het proces-verbaal van observatie woensdag 24 september 2025, opgemaakt op 25 september 2025, voor zover inhoudende (p. 69-71):
Wij hebben op woensdag 24 september 2025 tussen 17.30 uur en 21.47 uur geobserveerd en
daarbij hebben wij de volgende waarnemingen, bevindingen gedaan en/of handelingen
verricht:
6.
Het proces-verbaal van aanhouding, opgemaakt op 24 september 2025, voor zover inhoudende (p. 9):
AANHOUDING
Op woensdag 24 september 2025 te 21:47 uur, hebben wij, op de openbare weg, ter hoogte
van de afrit van de N11, bij Alphen aan de Rijn, aangehouden:
Naam: [verdachte]
Voornamen: [verdachte]
Geboortedatum: [geboortedatum 1] 1983
7.
Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 25 september 2025, voor zover inhoudende (p. 72-73):
Aanleiding
Op 24 september 2025 werd verdachte [verdachte] aangehouden voor bedreiging en afpersing.
Ten tijde van de aanhouding bevond de verdachte zich in een blauwkleurige Citroen C3
EV, voorzien van Belgisch kenteken [kenteken] .
Doorzoeking voertuig
Op 25 september 2025 omstreeks 10:15 uur doorzochten wij het voornoemde voertuig.
In het middenconsole zagen wij de volgende goederen:
Een zwartkleurige telefoon van het merk Samsung. Op de achterkant van de telefoon zat
een sticker met daarop de volgende gegevens: [nummer] .
Rijbewijs, met daarop de gegevens van verdachte [verdachte] .
Drie bankkaarten en één creditcard op naam van verdachte [verdachte] , van de volgende
banken: bunq, ING (bankkaart en creditcard) en ABN-AMRO.
Op de achterbank zagen wij tevens een gele plastic boodschappen tas, waarin we de
volgende goederen zaten:
Een verpakking van een mobiele telefoon van het merk Samsung, type Galaxy A05.
Achterop de verpakking zagen wij IMEI 1: [IMEI 2] en IMEI 2:
[IMEI 3] staan.
Een zwartkleurige mobiele telefoon van het merk Samsung.
7.
Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 3 oktober 2025, voor zover inhoudende (p. 124-125):
IMEI-nummer [IMEI 1]
Eerder in het onderzoek is beschreven dat het telefoonnummer [telefoonnummer 1] actief was in
een Samsung A05 met IMEI-nummer [IMEI 1] (PV 23). Daarnaast werd ook
beschreven dat de aangeefster later door de afperser/bedreiger werd benaderd met het
telefoonnummer [telefoonnummer 2] en dat ook dit telefoonnummer gebruik maakte van het
IMEI-nummer [IMEI 1] .
De telefoons werden aangeboden bij de digitale expertise. Nadat de data van de telefoons
was veiliggesteld was te zien dat één van de telefoons de Samsung A05 met IMEI-nummer
[IMEI 1] .
3.4.
Bewijsoverwegingen
Uit de bewijsmiddelen blijkt dat in de periode van 15 september tot en met 24 september is gepoogd aangevers af te persen voor een bedrag van € 50.000,- op de wijze zoals ten laste gelegd en dat daarbij gebruik is gemaakt van twee telefoonnummers, te weten + [telefoonnummer 1] en + [telefoonnummer 2] . Deze telefoonnummers zijn in die periode beide actief geweest in een Samsung Galaxy A05 met IMEI-nummer [IMEI 1] .
Is de verdachte de persoon die de berichten heeft verstuurd?
De verdachte is op 24 september 2025 om 21:47 uur aangehouden nadat hij enkele uren door de politie is geobserveerd terwijl hij als bestuurder in een auto met Belgisch kenteken [kenteken] reed. Uit de tapgegevens bleek dat het telefoonnummer waarmee de bedreigingen werden geuit, met dit voertuig meereisde. Er zijn gedurende de observatie geen andere personen in de auto waargenomen en er zijn ook geen personen waargenomen die de auto zijn ingegaan of hebben verlaten, ook niet na 21:20 uur op 24 september 2025. Gedurende de observatie is met de Samsung Galaxy A05 telefoon, die zich al die tijd in de auto van de verdachte bevond, intensief gecommuniceerd om een afspraak te maken voor de overdracht van € 50.000,-. Het laatste bericht dat vanaf de Samsung Galaxy A05 verstuurd is, is om 21:42 uur verstuurd, waarna de verdachte om 21:47 uur als enige inzittende in de auto waar die telefoon zich bevond, is aangehouden. In de auto is vervolgens de verpakking van de Samsung Galaxy A05 met het genoemde IMEI-nummer en de Samsung Galaxy A05 met dat IMEI-nummer aangetroffen.
De verdachte heeft geen verklaring gegeven die een alternatief scenario aannemelijk maakt. Er is geen aanknopingspunt om te veronderstellen dat een ander persoon dan de verdachte de berichten heeft verstuurd met de Samsung Galaxy A05. De enkele verklaring van de verdachte, die hij voor het eerst ter terechtzitting heeft afgelegd, dat hij benaderd zou zijn door een bekende, van wie hij de naam niet wil noemen, om geld op te halen en dat deze persoon de berichten af en toe vanuit de auto vanaf de Samsung Galaxy A05 zou hebben verstuurd, is daartoe niet voldoende concreet en verifieerbaar.
De rechtbank stelt vast dat de verdachte de gebruiker is van de Samsung Galaxy A05 en dat hij de persoon is die gepoogd heeft de aangevers af te persen. De rechtbank acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.
Voorwaardelijk verzoek
De verdediging heeft verzocht dat indien de rechtbank tot het oordeel komt dat de verdachte de afzender van de berichten is, nader onderzoek wordt verricht aan de Samsung Galaxy A05 en de Samsung Flip. De verdediging wenst alle gesprekken uit de Samsung Galaxy A05 aan het dossier gevoegd te hebben en wil de locatiegegevens van de Samsung Galaxy A05 en de Samsung Flip met elkaar vergeleken zien.
De rechtbank zal het verzoek afwijzen, aangezien de rechtbank dit onderzoek niet noodzakelijk acht voor beantwoording van enige vraag van de artikelen 348 en 350 Sv. Zoals uit de bewijsoverwegingen blijkt kan de rechtbank op grond van het huidige dossier vaststellen dat de verdachte de gebruiker is van de Samsung Galaxy A05 waarmee de berichten aan aangevers zijn verzonden.
3.5.
De bewezenverklaring
De rechtbank is met betrekking tot het ten laste gelegde feit van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend is bewezen.
De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:
hij in de periode van 15 september 2025 tot en met 24 september 2025 in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [aangeefster] en [aangever] te dwingen tot de afgifte van 50.000 euro, die aan [aangeefster] en een derde toebehoorde, immers heeft verdachte
- de telefoonnummers [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2] gebruikt en
- vanaf de telefoonnummers [telefoonnummer 1] en/of [telefoonnummer 2] naar die [aangeefster] en/of [aangever] meerdere berichten gestuurd met de teksten
"Jullie betalen binnen 1 week eenmalig 50k dan is alles klaar en kost 't je niet meer" en
"Jullie denkt dondert op. Wij betaalt niks. Wij zijn niet bang. Ok prima. Mag. Dan binnen paar dagen. Gaat 1 woning opblazen. Of die bij water of die andere. Of een van de 3 mooie merczedes. Of misschien wel die bedrijf in rotterdam" en
"En 1 advies. Ik doe dit al jaaren. Burgemeester en politie hebt 1 werkwijze. lx schiet op huis of bom ploft. Geen probleem" en
"En meteen grote actie. Of huis opblazen. of misvhoen iemand gaat mee in de kofferbak. Echt waar. Ik beloof dat in de einde gaat betaalen" en
"Jullie zijn gewaarschuwte. Vandaag geen betalen Is actie nemen." en
"Jullie betaald die 50K en dan is het klaar. Anders schade gaat 100K worden en dan in de iende moet ook nog 50K betalen. Wij geeft jullie tot dinsdag." en
"Maak foto van geld, foto, nu meteen", en
"Jouw vrouwtje wilt niet luisteren. Wij heeft gewaarschuwt. Jullie denkt wij gaan nuks doen. Laatste kans. Vandaag nog 50k op tavel. Anders bedrijf gaat dicht. Jouw huis en haar huis. Allebei gaat opblazen. Klein bom bij deur is genoeg" en
- vanaf het telefoonnummer [telefoonnummer 2] naar die [aangeefster] meerdere berichten gestuurd met daarin de tekst dat hij een koerier heeft geregeld, en
- vanaf het telefoonnummer [telefoonnummer 2] met die [aangeefster] een afspraak gemaakt om het geld te ontvangen en vervolgens telefonisch contact met die [aangeefster] gehouden en met een auto in de richting van de afgesproken plek gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De strafoplegging

6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaar, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht en dat aan de verdachte de vrijheidsbeperkende maatregel als bedoel in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) wordt opgelegd, inhoudende een contactverbod met de aangevers [aangeefster] en [aangever] , bij iedere overtreding te vervangen met een week hechtenis, tot een maximum van zes maanden. De officier van justitie heeft gevorderd deze maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren.
6.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, verzocht om een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan het voorarrest.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
Na te melden straf en maatregel zijn in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken.
De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Ernst van het feit
De verdachte heeft geprobeerd twee personen af te persen. Daartoe heeft hij de slachtoffers via chatberichten benaderd met voor hen onbekende telefoonnummers en heeft hij gedurende tien dagen enorm beangstigende bedreigingen geuit. In de chats worden allerlei details uit het persoonlijke leven van de aangevers genoemd. De bedreigingen zijn zeer concreet, de verdachte noemt de mogelijke consequenties indien de slachtoffers niet zouden meewerken. Zo heeft de verdachte details over hun woonadres, hun bedrijven, hun persoonlijke situatie en de relatie tussen de twee slachtoffers genoemd. Als ze niet zouden meewerken zou de verdachte ervoor zorgen dat hun bedrijf zou moeten sluiten als gevolg van een ontploffing. Uit de slachtofferverklaring die [aangeefster] ter terechtzitting heeft afgelegd blijkt dat dit voor de aangevers enorm intimiderend en beangstigend is geweest en hun leven in deze periode op zijn kop heeft gestaan.
De verdachte heeft op geen enkel moment inzicht in zijn handelen getoond en verantwoording voor zijn handelen genomen.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 19 november 2025. Daaruit blijkt dat hij recentelijk niet wegens vergelijkbare feiten met justitie in aanraking is gekomen, maar in het verleden tot langdurige gevangenisstraffen is veroordeeld wegens afpersing, diefstal en het teweegbrengen van een ontploffing.
De rechtbank heeft kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte van 20 november 2025. De reclassering heeft de verdachte niet kunnen spreken, maar heeft haar zorgen geuit omtrent de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.. De reclassering acht aannemelijk dat sprake is van financieel motief. De verdachte schijnt een zorgwekkende schuldenlast te hebben, maar dat heeft de reclassering niet kunnen verifiëren. De reclassering adviseert, indien de rechtbank tot een veroordeling komt, een deels voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, meewerken aan schuldhulpverlening, een contactverbod met beide aangevers en een locatieverbod.
De op te leggen straf
Gezien de ernst van het feit is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die deels onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. De rechtbank acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van twaalf maanden passend en geboden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.
De rechtbank zal een deel van die straf, te weten vier maanden, voorwaardelijk opleggen, met een proeftijd van twee jaar om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken. Er lijkt sprake van schuldenproblematiek en het is aannemelijk dat de verdachte het strafbare feit (mede) daarom heeft gepleegd. Gelet op de houding van de verdachte en de inschatting van de reclassering dat de haalbaarheid van interventies om recidiverisico te beperken laag is, zal de rechtbank aan het voorwaardelijk strafdeel geen bijzondere voorwaarden verbinden.
De straf is mede gebaseerd op hetgeen eerder in soortgelijke zaken is opgelegd en is daarom lager dan de door de officier van justitie gevorderde straf.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van Pro de Penitentiaire beginselenwet.
Maatregel ex artikel 38v Sr
De rechtbank ziet, ter voorkoming van (vergelijkbare) strafbare feiten, voorts aanleiding om op grond van artikel 38v Sr een vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen, inhoudende een contactverbod ten aanzien van [aangeefster] en [aangever] . Het doel van deze maatregel is beveiliging van de maatschappij en voorkoming van strafbare feiten. De rechtbank legt de maatregel op omdat zij van oordeel is dat er rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich op een andere manier belastend naar personen toe zal gedragen. Er zijn immers door de verdachte dreigementen geuit voor het geval aangevers naar de politie zouden gaan en de verdachte en aangevers kennen elkaar uit [plaats 3]. De rechtbank zal geen locatieverbod opleggen, omdat het contactverbod afdoende moet zijn om te voorkomen dat de verdachte aangevers opzoekt.
De maatregel zal gelden voor de duur van twee jaar en voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, zal vervangende hechtenis worden toegepast voor de duur van een week, met een maximum van zes maanden.
Nu de situatie die tot het bewezenverklaarde feit heeft geleid thans nog steeds bestaat en er door de verdachte ook dreigementen zijn geuit voor het geval aangevers naar de politie zouden gaan, moet er naar het oordeel van de rechtbank ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen dan wel zich belastend zal gedragen jegens personen. Gelet hierop zal de rechtbank, overeenkomstig het vierde lid van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

7.De vordering van de benadeelde partij/de schadevergoedingsmaatregel

[aangeefster] , [aangever] en [bedrijfsnaam] B.V. hebben zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vorderen een schadevergoeding.
[aangeefster] heeft een verzoek tot schadevergoeding ter hoogte van 10.000,- ingediend, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.
[aangever] heeft een verzoek tot schadevergoeding ter hoogte van € 15.000,- ingediend, bestaande uit € 5.000,- materiële schade (het uitstellen van zijn reis naar [land] ) en € 10.000,- immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.
[bedrijfsnaam] B.V. heeft een verzoek tot schadevergoeding ter hoogte van € 7.921,61,- ingediend, bestaande uit € 6.333,33 aan gederfde inkomsten, € 566,50 wegens kosten voor hotelovernachtingen en € 1.226,78 aan kosten in verband met de aanschaf van een camerabeveiligingssysteem (installatiekosten € 205,- abonnementskosten € 573,87, Ring-deurbel en camera met batterijen € 447,91), alle bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.
De benadeelde partijen hebben voorts verzocht om vergoeding van gemaakte proceskosten, begroot op in totaal € 1.228,-, te betalen aan [bedrijfsnaam] B.V.
7.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat:
De vordering van [aangeefster] moet worden toegewezen tot een bedrag van € 2.500,- bestaande uit immateriële schade, en voor het overige moet deze niet-ontvankelijk worden verklaard.
De vordering van [aangever] moet worden toegewezen tot een bedrag van € 2.500,- bestaande uit immateriële schade, en voor het overige moet deze niet-ontvankelijk worden verklaard.
De vordering van [bedrijfsnaam] B.V. moet worden toegewezen tot een bedrag van € 1.578,28, bestaande uit de kosten voor hotelovernachtingen en aanschaf van een camerabeveiligingssysteem, en moet voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard.
7.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft, gelet op de bepleite vrijspraak, zich op het standpunt gesteld dat alle vorderingen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Subsidiair heeft de verdediging bepleit dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat deze te laat is ingediend en het een onevenredige belasting van het strafproces oplevert.
7.3
Het oordeel van de rechtbank
[aangeefster] en [aangever] , immaterieel
Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan naar het oordeel van de rechtbank worden vastgesteld dat de benadeelde partijen rechtstreeks immateriële schade hebben geleden door het bewezenverklaarde feit. De rechtbank stelt, vanwege de aard en de ernst van de normschending, vast dat [aangeefster] en [aangever] op andere wijze in hun persoon zijn aangetast. De verdachte heeft hen gedurende tien dagen onder intensieve en zware verbale bedreigingen gepoogd af te persen. Voor de bepaling van de hoogte van deze schade zoekt de rechtbank aansluiting bij de Rotterdamse schaal voor smartengeldbedragen en andere persoonsaantastingen, waar bij afpersing in de categorie ‘ernstig’ gedacht moet worden aan schadevergoeding tot € 3.000,-. De rechtbank weegt in deze zaak mee dat het een poging en geen voltooide afpersing betreft, er geen fysieke confrontatie heeft plaatsgevonden en de dreiging beperkt is gebleven tot chatberichten. De rechtbank zal de geleden immateriële schade daarom naar billijkheid vaststellen op een bedrag van € 1.000,-. De rechtbank zal de verzochte immateriële schade voor het overige niet-ontvankelijk verklaren.
[aangever] , materieel
De rechtbank zal de gevorderde materiële kosten van € 5.000,- niet-ontvankelijk verklaren, aangezien deze kostenpost onvoldoende onderbouwd is.
[bedrijfsnaam] B.V.
De vordering, voor zover deze betrekking heeft op de kosten in verband met installatie en aanschaf camerabeveiligingssystemen, is namens de benadeelde partij voldoende onderbouwd. Uit de overgelegde facturen blijkt dat de beveiligingssystemen gedurende de dreiging zijn aangeschaft. Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan dan ook worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bewezenverklaarde feit, ter grootte van het gevorderde bedrag, te weten € 652,91. De rechtbank zal de gevorderde abonnementskosten afwijzen, omdat die kostenpost redelijkerwijs niet aan de verdachte kan worden toegerekend.
De rechtbank zal de gevorderde schadevergoeding voor gederfde inkomsten niet-ontvankelijk verklaren, omdat deze onvoldoende onderbouwd is.
Ook de gevorderde kosten voor de hotelovernachtingen zullen niet-ontvankelijk worden verklaard. De rechtbank is van oordeel dat dergelijke kosten in een zaak als deze zijn aan te merken als directe schade ten gevolge van het gepleegde feit, maar er zijn geen facturen overlegd waaruit kan blijken dat de bankafschriften inderdaad zien op betaling voor gehuurde hotelkamers, en niet voor andere gemaakte kosten bij het hotel.
De rechtbank zal - gelet op het voorgaande - de vorderingen als volgt toewijzen:
- [aangeefster] , tot een bedrag van € 1.000,-, bestaande uit immateriële schade;
- [aangever] , tot een bedrag van € 1.000,-, bestaande uit immateriële schade;
- [bedrijfsnaam] B.V., tot een bedrag van € 652,91, bestaande uit materiële schade;
De rechtbank zal de volgende verzochte schadepost afwijzen:
- [bedrijfsnaam] B.V., een bedrag van € 573,87, bestaande uit materiële schade.
De rechtbank zal de vorderingen voor het overige niet-ontvankelijk verklaren.
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente als volgt toewijzen:
- [aangeefster] en [aangever] , vanaf 15 september 2025;
- [bedrijfsnaam] B.V., vanaf 16 september 2025 voor zover het € 447,91 aan materiële schade betreft, en vanaf 18 september 2025 voor zover het € 205,- aan materiële schade betreft;
omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die data is ontstaan.
Nu de vorderingen gedeeltelijk worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen tot aan deze uitspraak in verband met de vordering hebben gemaakt. Door de benadeelde partijen is verzocht deze proceskosten toe te kennen aan [bedrijfsnaam] B.V. De rechtbank zoekt daarvoor aansluiting bij het liquidatietarief, uitgaande van tarief I, zaken met een geldswaarde beneden € 10.000,-, en één ingediende vordering met behandeling op zitting. De rechtbank gaat uit van tarief I, omdat de door de benadeelde partijen gevorderde bedragen aan immateriële schadevergoeding onevenredig hoog waren ten opzichte van vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend. De rechtbank zal de gevorderde proceskosten toewijzen en begroot deze op € 1.042,-.
Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Schadevergoedingsmaatregel
De verdachte zal voor het bewezenverklaarde strafbare feit worden veroordeeld en hij is daarom tegenover de benadeelde partijen [aangeefster] en [aangever] aansprakelijk voor schade die door dit feit aan hen is toegebracht. De rechtbank zal aan de verdachte opleggen om aan de Staat te betalen ten behoeve van:
- [aangeefster] , een bedrag van € 1.000,-, bestaande uit immateriële schade;
- [aangever] , een bedrag van € 1.000,-, bestaande uit immateriële schade;
vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 15 september 2025. De rechtbank zal bepalen dat bij niet of onvolledige betaling, gijzeling voor de duur van 20 dagen voor elk van de schadevergoedingsmaatregelen kan worden toegepast. Het toepassen van gijzeling ontslaat de verdachte niet van zijn betalingsverplichting aan de Staat.
De rechtbank zal de schadevergoedingsmaatregel niet opleggen ten behoeve van [bedrijfsnaam] B.V., aangezien het hier gaat om een rechtspersoon, die zelf in staat wordt geacht de schadevergoeding te kunnen innen.

8.Het inbeslaggenomen voorwerp

8.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat het in beslag genomen voorwerp verbeurd wordt verklaard.
8.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft met betrekking tot het in beslag genomen geen standpunt ingenomen
8.3.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal het op de beslaglijst onder 1 genoemde voorwerp verbeurdverklaren. Dit voorwerp is voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien dit voorwerp aan verdachte toebehoort en met behulp van dit voorwerp het bewezenverklaarde feit is begaan.

9.De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen:
- 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36f, 38v, 38w, 45 en 317 van het Wetboek van Strafrecht;
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

10.De beslissing

De rechtbank:
verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:
ten aanzien van feit 1:
poging tot afpersing;
verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van
12(
TWAALF)
MAANDEN;
bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot
4(
VIER) MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
legt op de maatregel dat de veroordeelde voor de duur van
2 (TWEE) JARENop geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met
- [aangeefster] , geboren [geboortedatum 2] 1989;
- [aangever] , geboren [geboortedatum 3] 1971;
beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
1 (EEN) WEEKvoor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van
6 (ZES) MAANDEN;
Vorderingen tot schadevergoeding
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partijen [aangeefster] , [aangever] en [bedrijfsnaam] B.V. deels toe en veroordeelt de verdachte om te betalen:
- een bedrag van € 1.000,-, bestaande uit immateriële schade, aan [aangeefster] , vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 15 september 2025 tot de dag waarop deze vordering is betaald;
- een bedrag van € 1.000,-, bestaande uit immateriële schade, aan [aangever] , vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 15 september 2025 tot de dag waarop deze vordering is betaald;
- een bedrag van € 652,91, bestaande uit materiële schade, aan [bedrijfsnaam] B.V., vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 16 september 2025 voor zover het € 447,91 aan schade betreft, en vanaf 18 september 2025 voor zover het € 205,- aan schade betreft;
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [bedrijfsnaam] B.V. voor het gevorderde bedrag van € 573,87 af;
bepaalt dat de benadeelde partijen voor het overige niet-ontvankelijk zijn in de vorderingen tot schadevergoeding;
veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij [bedrijfsnaam] B.V. gemaakt, tot op heden begroot op € 1.042,-, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
Schadevergoedingsmaatregel
legt aan de verdachte op de verplichting om aan de Staat te betalen een bedrag van € 1.000,-, bestaande uit immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 15 september 2025 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [aangeefster] ;
bepaalt dat als het verschuldigde bedrag niet volledig wordt betaald of kan worden verhaald, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 20 dagen; de toepassing van gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
legt aan de verdachte op de verplichting om aan de Staat te betalen een bedrag van € 1.000,-, bestaande uit immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 15 september 2025 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [aangever] ;
bepaalt dat als het verschuldigde bedrag niet volledig wordt betaald of kan worden verhaald, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 20 dagen; de toepassing van gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat gehele of gedeeltelijke betaling van het verschuldigde bedrag aan de benadeelde partijen de betalingsverplichtingen aan de Staat in zoverre doet vervallen, en dat gehele of gedeeltelijke betaling van het verschuldigde bedrag aan de Staat de betalingsverplichtingen aan de benadeelde partijen in zoverre doet vervallen;
verklaart verbeurd het op de beslaglijst onder 1 genoemde voorwerp, te weten: 1 STK telefoonautomaat, Zwart, Samsung A50;
wijst af het verzoek van de verdediging tot het verrichten van nader onderzoek aan de Samsung Galaxy A05 en de Samsung Flip.
Dit vonnis is gewezen door
mr. F.M. Guljé, voorzitter,
mr. M. Rootring, rechter,
mr. G.A. van Essen, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. M. den Besten, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 december 2025.