Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:27728

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 december 2025
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
C/09/687275 / HA ZA 25-556
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:94 BWArt. 6:119 BWArt. 6:162 BWArt. 6:96 lid 3 BWArt. 7:653 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beperking concurrentiebeding en matiging boete voor overtreding door zzp’er

HappyNurse Service Center B.V. vordert handhaving van een concurrentie- en relatiebeding uit een managementovereenkomst met [gedaagde 1] B.V. en [gedaagde 2], waarbij laatstgenoemde als regiomanager werkzaam was. Na beëindiging van de overeenkomst trad [gedaagde 2] in dienst bij concurrent PIDZ, wat volgens HappyNurse een overtreding van het beding oplevert. HappyNurse vordert onder meer een verbod op werkzaamheden bij PIDZ en betaling van een contractuele boete.

De rechtbank oordeelt dat het concurrentiebeding rechtsgeldig is, maar de duur van 36 maanden na beëindiging onredelijk lang is. Gelet op de omstandigheden, waaronder de leeftijd en ervaring van [gedaagde 2], wordt de geldigheidsduur beperkt tot 12 maanden. De indiensttreding bij PIDZ vormt een overtreding van het beding, waardoor de boete verschuldigd is.

De gevorderde boete van €192.500 wordt echter buitensporig geacht in verhouding tot de schade, die onvoldoende is onderbouwd. De rechtbank matigt de boete tot €25.000, vermeerderd met wettelijke rente. Vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen. De proceskosten worden toegewezen aan HappyNurse, met een beperking tot het matigingsbedrag. In reconventie wordt de geldigheidsduur van het beding beperkt en overige vorderingen afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank beperkt het concurrentiebeding tot 1 jaar en matigt de boete tot €25.000 wegens overtreding door de zzp’er.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
Zaaknummer: C/09/687275 / HA ZA 25-556
Vonnis van 31 december 2025
in de zaak van
HAPPYNURSE SERVICE CENTER B.V., te Den Haag,
eiseres in conventie, gedaagde in reconventie,
hierna te noemen: HappyNurse,
advocaat: mr. N. Koene,
tegen

1.[gedaagde 1] B.V., te [vestigingsplaats] ,

hierna te noemen: [gedaagde 1] ,

2.[gedaagde 2] , te [woonplaats] ,

hierna te noemen: [gedaagde 2] ,
gedaagden in conventie, eisers in reconventie,
hierna samen ook te noemen: [gedaagden] ,
advocaat: mr. D.F.P. van Arkel.

1.Waar gaat de zaak over?

[gedaagden] voerden op basis van een overeenkomst van opdracht werkzaamheden uit voor HappyNurse. Enkele maanden na het einde van die overeenkomst is [gedaagde 2] bij concurrent PIDZ in dienst getreden. Daarmee heeft [gedaagde 2] het concurrentiebeding overtreden. Het concurrentiebeding is echter te ruim geformuleerd en wordt op basis van de redelijkheid en billijkheid beperkt. Ook de verbeurde boete wordt gematigd.

2.De procedure

2.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- de dagvaarding van 20 juni 2025 met producties 1 tot en met 19,
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie van 10 september 2025 met producties 1 tot en met 7,
- de conclusie van antwoord in reconventie van 5 november 2025 met producties 20 tot en met 22,
- aanvullende productie 8 namens gedaagden in conventie, eisers in reconventie.
2.2.
Op 14 november 2025 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden.

3.De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
3.1.
HappyNurse is een onderneming die zich (onder meer) bezighoudt met het uitzenden en bemiddelen van werknemers en zzp’ers in de zorgsector. HappyNurse maakt daarbij gebruik van een franchiseformule en heeft zowel eigen vestigingen als franchisevestigingen verspreid over heel Nederland.
3.2.
[gedaagde 1] was van 1 oktober 2012 tot 19 juni 2023 franchisenemer van de HappyNurse-vestigingen in [plaats 1] en [plaats 2] . [gedaagde 2] is bestuurder van [gedaagde 1] .
3.3.
Per 19 juni 2023 hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ’s zakenpartner de heer [naam 1] hun vestigingen verkocht aan HappyNurse en zijn de onderliggende franchiseovereenkomsten geëindigd. De overeengekomen koopprijs werd door HappyNurse voldaan in wekelijkse betalingen aan [bedrijfsnaam] B.V. (hierna ook: [bedrijfsnaam] ), een vennootschap waarvan [gedaagde 1] en [naam 1] bestuurder zijn.
3.4.
Aansluitend aan de verkoop hebben [gedaagde 1] en HappyNurse een managementovereenkomst gesloten (de Managementovereenkomst). Op basis hiervan ging [gedaagde 2] met ingang van 19 juni 2023 voor de duur van 18 maanden als regiomanager werkzaamheden verrichten in opdracht van HappyNurse. In de Managementovereenkomst is over de rol van [gedaagde 2] onder meer het volgende opgenomen:

Artikel 1. De rol van Opdrachtnemer en de daarbij behorende werkzaamheden
1.
De heer [gedaagde 2] zal namens Opdrachtnemer werkzaam zijn in de rol van “Regio Manager”.
2.
De werkzaamheden voor Opdrachtnemer bestaan uit het managen van de vestiging [plaats 3] , [plaats 4] , [plaats 1] en [plaats 2] (hierna: “de Werkzaamheden”).
3.
Opdrachtnemer zal zich bij de uitvoering van de Werkzaamheden houden aan de instructies van de directie van HappyNurse, alsmede aan de toepasselijke wet- en regelgeving en de van toepassing zijnde cao bepalingen. Opdrachtnemer zal het HappyNurse pricingbeleid opvolgen. Voorts is Opdrachtnemer verantwoordelijk voor een adequate invoering van de nieuwe uitzendsoftware HappyOne ten behoeve van de in lid 2 van dit artikel genoemde vestigingen.
[…]
3.5.
De Managementovereenkomst bevat ook het volgende concurrentie- en relatiebeding:

Artikel 9.Non-concurrentie
1.
Het is zowel Opdrachtnemer als de heer [gedaagde 2] verboden om zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Opdrachtgever gedurende de looptijd van deze Managementovereenkomst, alsmede gedurende een periode van 36 (zesendertig) maanden nadat de Managementovereenkomst, om welke reden dan ook en door wie dan ook, is geëindigd, binnen Nederland, een soortgelijk bedrijf als dat van Opdrachtgever en haar dochtervennootschappen te exploiteren of (mede) op te richten of daarbij direct of indirect, zelfstandig of in dienstverband of in de vorm van een vennootschap, betrokken of werkzaam te zijn of hierin deel te nemen door het bezit van aandelen of financiële, dan wel andere zakelijke, belangen te hebben bij een soortgelijk bedrijf.
2.
Onder “een soortgelijk bedrijf als Opdrachtgever” moet onder meer (deze opsomming is niet limitatief) worden begrepen: activiteiten op het gebied van het inlenen en uitzenden van arbeidskrachten, zzp-bemiddeling, werving, selectie, detachering, outplacement, interim-management, opleiding en trainingen in de zorg en en [sic.] voorts andere activiteiten op het gebied van arbeidsbemiddeling al dan niet in franchisevorm.
Artikel 10.Relatiebeding
1.
Het is zowel Opdrachtnemer als de heer [gedaagde 2] verboden om gedurende de looptijd van deze Managementovereenkomst alsmede gedurende een periode van 36 (zesendertig) maanden nadat de Managementovereenkomst, om welke reden dan ook en door wie dan ook, is geëindigd, hetzij direct, hetzij indirect, met relaties van Opdrachtgever hoe dan ook een relatie te onderhouden.
2.
Relaties zijn alle bedrijven en organisaties, zowel natuurlijke als rechtspersonen, aan wie Opdrachtgever of dienst rechtsopvolger, dan wel aan Opdrachtgever gelieerde ondernemingen, in de twee jaar voorafgaand aan het einde van deze Managementovereenkomst producten of diensten heeft geleverd, of van heeft afgenomen en of een offerte heeft uitgebracht, dan wel waarmee zij een (franchise-)overeenkomst is aangegaan, dan wel gesprekken over het aangaan van een (franchise-)overeenkomst heeft gevoerd.”
3.6.
Op overtreding van de artikelen 9 en 10 van de Managementovereenkomst is een boetebeding van toepassing:

Artikel 11.Boetebeding
Bij niet nakoming of overtreding van de in artikelen 8, 9 en 10 van deze Managementovereenkomst omschreven verplichtingen verbeurt Opdrachtnemer dan wel de heer [gedaagde 2] zonder dat voorafgaande sommatie of ingebrekestelling nodig is, een onmiddellijk opeisbare boete van € 25.000,- ineens, alsmede een bedrag van € 2.500,- voor elke dag dat de overtreding voortduurt. De boete zal verschuldigd zijn door het enkele feit van de overtreding en laat onverlet het recht van Opdrachtgever om nakoming van de betreffende bepaling(en) te verlangen en/of schadevergoeding te vorderen.
3.7.
De Managementovereenkomst is getekend door [gedaagde 1] , HappyNurse en “als blijk van gehoudenheid aan het bepaalde in artikelen 8, 9, 10 en 11 van deze Managementovereenkomst” ook door [gedaagde 2] .
3.8.
Op 12 juni 2024 zijn HappyNurse en [gedaagde 1] door middel van een allonge bij de Managementovereenkomst (allonge) onder meer overeengekomen dat:
  • de overeengekomen werkzaamheden van [gedaagde 2] als regiomanager per 1 september 2024 zullen eindigen;
  • [gedaagde 2] zich tot de einddatum van de overeenkomst (19 december 2024) beschikbaar zal houden voor het uitvoeren van werkzaamheden voor HappyNurse voor maximaal 40 uur per week;
  • de niet in de allonge aangepaste artikelen uit de Managementovereenkomst onverkort van kracht blijven.
3.9.
Met ingang van 19 december 2024 is de Managementovereenkomst door tijdsverloop geëindigd.
3.10.
Op 28 januari 2025 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [gedaagde 2] en de heer [naam 2] ( [naam 2] ), algemeen directeur van HappyNurse. Tijdens dat gesprek hebben zij het gehad over het voornemen van [gedaagde 2] om in dienst te treden bij PIDZ en over het in de Managementovereenkomst opgenomen concurrentie- en relatiebeding.
3.11.
In een e-mail van 30 januari 2025 aan [gedaagde 2] heeft [naam 2] onder meer geschreven dat HappyNurse heeft besloten het verzoek van [gedaagde 2] om ontheffing van het concurrentiebeding af te wijzen. Reden hiervoor is dat PIDZ net als HappyNurse actief is op “zowel het brede terrein van de arbeidsbemiddeling met name op het gebied van het ter beschikking stellen van arbeidskrachten alsook op het gebied van het bemiddelen van zzp'er”, dat beide ondernemingen zich specifiek op de zorgbranche richten en “op dezelfde uitzendkrachten en zzp'ers” en contact hebben met “dezelfde zorgorganisaties en werken bovendien met een franchiseformule en franchisenemer.”
3.12.
Vervolgens is tussen partijen een geschil ontstaan over de vraag of de (voorgenomen) indiensttreding van [gedaagde 2] bij PIDZ een overtreding oplevert van het concurrentiebeding zoals opgenomen in de Managementovereenkomst.
3.13.
Per 1 februari 2025 is [gedaagde 2] in dienst getreden bij PIDZ.
3.14.
Sinds 10 februari 2025 heeft HappyNurse de wekelijkse betalingen aan [bedrijfsnaam] gehalveerd.
3.15.
Op 24 maart 2025 heeft een zitting in kort geding plaatsgevonden waarvan op 8 april 2025 vonnis is gewezen. De voorzieningenrechter heeft – onder meer – [gedaagde 1] en [gedaagde 2] veroordeeld tot naleving van het concurrentiebeding tot 19 december 2025 op straffe van een dwangsom, het concurrentiebeding per 19 december 2025 geschorst, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] verboden in dienst te treden van PIDZ en HappyNurse geboden de wekelijkse betalingen aan [bedrijfsnaam] te hervatten.

4.Het geschil

in conventie
4.1.
HappyNurse vordert – zakelijk weergegeven – bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
  • I. te verklaren voor recht dat de verplichtingen uit de artikelen 9 en 10 van de Managementovereenkomst gelden tot 19 december 2027;
  • II. [gedaagden] te verbieden tot 19 december 2027 enige handeling in strijd met artikelen 9 en 10 van de Managementovereenkomst, waaronder indiensttreding bij PIDZ of een daaraan gelieerde onderneming, op straffe van een dwangsom van € 1.000 per (deel van een) dag;
  • III. [gedaagden] te veroordelen tot betaling van € 192.500 aan contractuele boetes, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 februari 2025, althans vanaf 13 maart 2025;
  • IV. [gedaagden] te veroordelen tot vergoeding van de buitengerechtelijke kosten van € 2.700 (exclusief btw), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding;
  • V. [gedaagden] te veroordelen tot de proceskosten en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na de uitspraakdatum.
4.2.
HappyNurse legt daaraan – samengevat – ten grondslag dat [gedaagden] het in de Managementovereenkomst opgenomen concurrentiebeding heeft overtreden doordat [gedaagde 2] van 1 februari 2025 tot en met 8 april 20225 in dienst is geweest van PIDZ, een concurrent van HappyNurse. Hierdoor is de contractuele boete verbeurd van € 25.000 ineens en € 2.500 per dag dat de overtreding aanhoudt. Vanwege die overtreding heeft HappyNurse bovendien belang bij handhaving van artikelen 9 en 10 zoals opgenomen in de Managementovereenkomst.
4.3.
[gedaagden] menen dat [gedaagde 2] het concurrentiebeding niet heeft overtreden en de boete daardoor niet is verbeurd, dan wel dat die boete dient te worden gematigd. Ook voert hij als verweer dat artikelen 9 en 10 nietig zijn omdat artikel 7:653 BW Pro naar analogie van toepassing is, dan wel dat die bedingen beperkt dienen te worden op grond van de redelijkheid en billijkheid.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
4.5.
[gedaagden] vorderen dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
  • I. het tussen partijen overeengekomen non-concurrentiebeding en/of relatiebeding nietig verklaart dan wel de werking daarvan beperkt naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid;
  • II. verklaart voor recht dat HappyNurse onrechtmatig jegens [gedaagde 2] heeft gehandeld door de betwiste boetes te verrekenen met de koopsom van de franchisevestigingen van [gedaagde 2] en daarom schadeplichtig is welke schade dient te worden opgemaakt en vereffend bij staat;
  • III. HappyNurse veroordeelt in de proceskosten en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na de uitspraakdatum.
4.6.
[gedaagden] leggen daaraan – samengevat – ten grondslag dat artikelen 9 en 10 uit de Managementovereenkomst nietig zijn, dan wel dienen te worden beperkt omdat toepassing van deze artikelen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is en dat het grondrecht van [gedaagde 2] op het vrij kunnen verrichten van arbeid zwaarder weegt dan het belang van HappyNurse bij handhaving van deze artikelen. Dan wel dat artikel 7:653 BW Pro naar analogie van toepassing is. Wat betreft de verklaring voor recht hebben [gedaagden] gesteld dat zij hier nog belang bij hebben ondanks dat HappyNurse de koopsom inmiddels inclusief wettelijke rente heeft betaald. Omdat de verrekening ongerechtvaardigd was heeft [gedaagde 2] namelijk schade geleden.
4.7.
HappyNurse voert aan dat artikelen 9 en 10 rechtsgeldig zijn overeengekomen tussen twee professionele partijen, er geen sprake was van een arbeidsovereenkomst, ook niet naar analogie en dat de reikwijdte van artikelen 9 en 10 noodzakelijk is voor de bescherming van een concreet en zwaarwegend bedrijfsbelang van HappyNurse. Bij de verklaring voor recht hebben [gedaagden] geen belang nu HappyNurse heeft betaald.
4.8.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

in conventie en reconventie
Geldigheid concurrentie- en relatiebeding beperkt tot 1 jaar
5.1.
Tussen partijen staat vast dat de Managementovereenkomst rechtsgeldig tot stand is gekomen en dat het een overeenkomst van opdracht betreft. De looptijd van het concurrentie- en relatiebeding in de Managementovereenkomst zijn beide 36 maanden, dus 3 jaren, na het einde van de Managementovereenkomst. Deze bedingen zijn gaan gelden op 19 december 2024 en in beginsel zijn [gedaagden] dus tot 19 december 2027 aan deze bedingen gebonden.
5.2.
Vooropgesteld wordt dat het concurrentiebeding niet is opgenomen in een arbeidsovereenkomst maar in een overeenkomst van opdracht. De uitvoering van de overeenkomst van opdracht vertoont kenmerken van een arbeidsrelatie, maar [gedaagden] erkennen dat tussen partijen een overeenkomst van opdracht is beoogd en tot stand is gekomen. Artikel 7:653 BW Pro is dus niet van toepassing op de verhouding tussen partijen. Voor een analoge toepassing van artikel 7:653 BW Pro, zoals door [gedaagden] is betoogd, vindt de rechtbank geen steun in de wet of in de rechtspraak. [1]
5.3.
Of het concurrentiebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is in de zin van 6:248 lid 2 BW en daarom beperkt moet worden, moet terughoudend worden beoordeeld. Daarbij dient in aanmerking te worden genomen dat het aan iedereen toekomende recht om vrij te kunnen kiezen welke arbeid hij wenst te verrichten, een belangrijk en grondwettelijk vastgelegd recht (artikel 19 lid 3 Gw Pro) is. Er moet een afweging worden gemaakt tussen het grondwettelijk recht op vrije arbeidskeuze van [gedaagde 2] enerzijds en het belang van HappyNurse bij integrale handhaving van het concurrentiebeding ter bescherming van haar businessmodel en de franchiseformule anderzijds. Bij deze afweging spelen alle feiten en omstandigheden van het geval een rol. [2]
5.4.
Anders dan [gedaagden] aanvoeren, is het concurrentiebeding niet te breed geformuleerd wat betreft de reikwijdte daarvan, zoals omschreven in artikelen 9 lid 2 en 10 lid 2 van de Managementovereenkomst. HappyNurse heeft namelijk in kort geding, in de stukken in deze procedure en ter zitting bevestigd dat het beding er alleen op ziet dat [gedaagde 2] niet in dienst treedt bij partijen die arbeidsbemiddelingsdiensten bieden in de zorg. [gedaagde 2] mag dus wel gaan werken bij een arbeidsbemiddelingsbedrijf in een andere sector en hij mag ook binnen de zorg werken bij bedrijven die niet aan arbeidsbemiddeling doen. Met die uitleg zijn deze bedingen voldoende specifiek en niet te ruim geformuleerd.
5.5.
De looptijd van de bedingen acht de rechtbank wel te ruim. De in artikelen 9 lid 1 en 10 lid 1 van de Managementovereenkomst opgelegde verboden gelden voor een periode van 36 maanden na het einde van de samenwerking tussen partijen. In dergelijke bedingen is dat niet een gebruikelijke termijn en ook binnen HappyNurse niet. Voor regio- en vestigingsmanagers die in dienst zijn bij HappyNurse geldt namelijk een periode van 12 maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst. Bovendien heeft het verbod een geografische bereik van geheel Nederland, hetgeen binnen HappyNurse ook niet gebruikelijk is. Tijdens de mondelinge behandeling is naar voren gekomen dat de bedingen van andere werknemers geografisch zijn beperkt tot de regio waarin zij actief waren. De aan [gedaagde 2] opgelegde bedingen brengen aanzienlijke beperkingen mee waardoor [gedaagde 2] gedurende drie jaren geen werkzaamheden kan verrichten in de branche waarin hij ervaring heeft opgedaan, terwijl die niet per se gebruikelijk zijn in de branche en ook niet binnen HappyNurse.
5.6.
Mede in het licht van het verweer van [gedaagden] heeft HappyNurse onvoldoende concreet gemaakt welk belang met de 36 maanden voor het concurrentiebeding is gediend. Over dat belang heeft HappyNurse in de stukken aangevoerd dat de kennis van [gedaagde 2] op basis van zijn werkzaamheden uit hoofde van de Managementovereenkomst is verbreed ten opzichte van de kennis die hij als franchisenemer al had. Tijdens de mondelinge behandeling benadrukte HappyNurse juist dat de looptijd van 36 maanden gerechtvaardigd was, vanwege de 12-jarige ervaring van [gedaagde 2] als franchisenemer en omdat hij zijn vestigingen heeft verkocht. HappyNurse heeft onvoldoende onderbouwd om welke concrete kennis het nu gaat en waarom de duur van het concurrentiebeding daarom verdrievoudigd zou moeten worden ten opzichte van de looptijd van 12 maanden van het concurrentiebeding dat voor [gedaagde 2] als franchisenemer gold en voor alle overige (interne) regiomanagers van HappyNurse geldt. Bovendien is [gedaagde 2] feitelijk maar 1 jaar werkzaam geweest in de rol van regiomanager, was hij aan het einde van de Managementovereenkomst 59 jaar oud en liggen zijn kansen in een andere branche gezien zijn leeftijd en ervaring lager. De rechtbank ziet daarom niet in waarom uit de overstap van franchisenemer naar het vervullen van een interne functie zou moeten volgen dat HappyNurse belang heeft bij bedingen van een looptijd van 36 maanden. De rechtbank kan wel volgen dat met die overstap [gedaagde 2] ook kennis over andere vestigingen in Nederland heeft vergaard en aanvullende kennis over de bedrijfsbrede strategie van HappyNurse, wat uitbreiding van het geografische gebied van het concurrentiebeding rechtvaardigt.
5.7.
HappyNurse heeft niets aangevoerd wat de duur van 36 maanden van het relatiebeding rechtvaardigt, terwijl dat wel op haar weg lag.
5.8.
HappyNurse heeft daarom onvoldoende belang bij ongewijzigde instandhouding van de duur van het concurrentie- en relatiebeding, terwijl [gedaagde 2] , mede gelet op zijn leeftijd en ervaring, een aanzienlijk belang heeft de duur van deze bedingen te beperken. Naar het oordeel van de rechtbank brengt al het voorgaande mee dat het billijk is om [gedaagde 2] niet meer dan een periode van 12 maanden aan de bedingen te houden. Het gaat hier namelijk om een contractuele inperking van het grondrecht van vrije arbeidskeuze. De rechtbank zal de geldigheidsduur van de bedingen beperken tot 19 december 2025.
Conclusie in conventie en reconventie
5.9.
In reconventie zal de rechtbank het onder I gevorderde ten dele toewijzen in die zin dat de duur van het in artikelen 9 en 10 van de Managementovereenkomst opgenomen concurrentie- en relatiebeding wordt beperkt tot 19 december 2025.
5.10.
De in conventie gevorderde verklaring voor recht onder I en het verbod onder II zullen gelet hierop worden afgewezen. Voor zover die vorderingen zien op de tijdsduur tot 19 december 2025 heeft HappyNurse geen zelfstandig belang door het tijdsverloop.
In conventie
[gedaagde 2] heeft het concurrentiebeding overtreden
5.11.
Tussen partijen staat vast dat PIDZ een concurrent is van HappyNurse en daarom moet worden aangemerkt als een “soortgelijk bedrijf” in de zin van het concurrentiebeding uit de Managementovereenkomst. Dit betekent dat [gedaagde 2] door indiensttreding bij PIDZ het concurrentiebeding heeft overtreden. Dat hij (mogelijk) geen concurrerende werkzaamheden verrichte bij PIDZ doet daar niet aan af. Het beding ziet erop dat hij niet bij een soortgelijk bedrijf in dienst mag treden, ongeacht de functie die hij bij dat soortgelijke bedrijf vervult.
Matiging van de boete tot € 25.000
5.12.
Omdat [gedaagde 2] het concurrentiebeding van 1 februari 2025 tot en met 8 april 2025 (in totaal 67 dagen) heeft overtreden, is hij ook de contractuele boete uit artikel 11 van Pro de Managementovereenkomst verschuldigd. Dit betekent dat [gedaagden] in beginsel een boete van € 25.000 ineens en € 2.500 x 67 dagen is verschuldigd. Dit komt neer op € 192.500.
5.13.
[gedaagde 2] heeft verzocht om matiging van de boete. Het eerste lid van artikel 6:94 BW Pro geeft de rechter de bevoegdheid een contractuele boete op verlangen van de schuldenaar te matigen als de billijkheid dit klaarblijkelijk eist. Aan deze voorwaarde kan voldaan zijn in het geval dat de bedongen boete in verhouding tot de schade als gevolg van de overtredingen buitensporig is. [3] De maatstaf in artikel 6:94 BW Pro brengt mee dat de rechter pas als de toepassingen van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt, van zijn bevoegdheid tot matiging gebruik mag maken. [4] Daarbij zal de rechter moeten letten op alle omstandigheden van het geval, waaronder:
de aard van de overeenkomst,
de inhoud en de strekking van het beding,
de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete,
e omstandigheden waaronder het beding is ingeroepen, en
ook de hoedanigheid van partijen mag worden meegenomen. [5]
a.
Aard van de overeenkomst
5.14.
In deze zaak is de boete op grond van artikel 11 van Pro de Managementovereenkomst door [gedaagden] verschuldigd bij overtreding van het concurrentiebeding dat in artikel 9 van Pro de Managementovereenkomst is opgenomen. De Managementovereenkomst is tot stand gekomen nadat [gedaagde 2] zijn franchisevestigingen verkocht aan HappyNurse en in dienst trad als regiomanager.
b.
Inhoud en strekking van het beding
5.15.
Het concurrentiebeding ziet op het in dienst treden en blijven bij een bedrijf dat, net als HappyNurse, actief is op het gebied van arbeidsbemiddeling in de zorg. De boete voor overtreding hiervan bedraagt € 25.000 ineens en € 2.500 voor elke dag dat deze overtreding voortduurt. De strekking hiervan is het beschermen van het bedrijfsdebiet van HappyNurse en haar franchisenemers.
c.
De verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete
5.16.
De gevorderde boete van € 192.500 komt overeen met meer dan 32 maal het bruto maandinkomen van [gedaagde 2] als regiomanager bij HappyNurse.
5.17.
HappyNurse heeft gesteld dat haar schade in ieder geval bestaat uit
€ 100.000 aan advocaat- en proceskosten. De rechtbank verwerpt deze schadeberekening. Dergelijke kosten vallen namelijk onder verrichtingen uit de artikelen 237 tot en met 240 Rv. Deze kosten worden door de artikelen 6:96 lid 3 BW en 241 Rv uitgesloten voor schadevergoeding en zijn slechts toewijsbaar op basis van de regels betreffende proceskosten. [6] Dergelijke kosten kunnen dus niet als schade worden aangemerkt.
5.18.
Voor het overige heeft HappyNurse haar schade niet geconcretiseerd. HappyNurse stelt dat PIDZ kort na indiensttreding van [gedaagde 2] met een vergelijkbaar IT-platform is gaan werken als het IT-platform HappyOne van HappyNurse en dat zij heeft aangekondigd haar dienstverlening uit te breiden met uitzenden en detacheren van zorgpersoneel. De rechtbank volgt HappyNurse niet. In het jaarverslag van PIDZ van 2024, dus vóór de indiensttreding van [gedaagde 2] in februari 2025, schrijft PIDZ al met deze twee punten aan de slag te gaan. HappyNurse heeft gelet daarop het causaal verband tussen de indiensttreding van [gedaagde 2] en de schade niet onderbouwd. HappyNurse heeft de gestelde schade ook niet geconcretiseerd. Uit niets blijkt verder dat [gedaagde 2] kennis over de ontwikkeling en werking van HappyOne heeft overgedragen. Bovendien heeft [gedaagde 2] er op gewezen dat de uitbreiding van de dienstverlening naar uitzenden en detacheren van zorgpersoneel een natuurlijk gevolg is van de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA). De kennis die hij daarover namens PIDZ in een webinar heeft gedeeld, bestaat ook uit algemene kennis die voortvloeit uit de Wet DBA. Tot slot heeft [naam 2] ter zitting zelf aangegeven dat die uitbreiding ook geen ‘rocket science’ is.
5.19.
HappyNurse heeft dus onvoldoende onderbouwd dat zij (financiële) schade heeft geleden, terwijl het wel op haar weg lag schade te onderbouwen.
d.
De omstandigheden waaronder het beding is ingeroepen
5.20.
De Managementovereenkomst is vanwege de afloop daarvan geëindigd op 19 december 2024. Eind januari 2025 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [gedaagde 2] en HappyNurse waarin [gedaagde 2] verzocht om ontheffing van het concurrentiebeding omdat hij een baan bij concurrent PIDZ had gevonden. Enkele dagen na dit gesprek heeft HappyNurse [gedaagde 2] geïnformeerd het concurrentiebeding te zullen handhaven en daarmee [gedaagde 2] afgeraden om in dienst te treden bij PIDZ. Desondanks is [gedaagde 2] op 1 februari 2025 in dienst getreden bij PIDZ.
5.21.
Na verzending van enkele sommatiebrieven is HappyNurse een kort geding gestart om een voorlopig verbod te krijgen voor [gedaagde 2] ’s werkzaamheden bij PIDZ. Pas na het vonnis in kort geding heeft [gedaagde 2] zijn werkzaamheden bij PIDZ gestaakt.
e.
De hoedanigheid van partijen
5.22.
[gedaagde 2] verrichtte als zzp’er werkzaamheden voor HappyNurse vanuit zijn BV. Hij handelde bij het aangaan van de Managementovereenkomst niet als werknemer, maar ook niet als bedrijf. Partijen hebben ter zitting bevestigd dat [gedaagde 2] bij het aangaan van de Managementovereenkomst niet is gewezen op de verruiming van het concurrentiebeding en dat er niet over de Managementovereenkomst is onderhandeld.
5.23.
Toen [gedaagde 2] bij PIDZ aan de slag ging, was hij zich ervan bewust dat hij het concurrentiebeding overtrad, nu HappyNurse hem daarop had gewezen.
Conclusie
5.24.
Op basis van de hiervoor genoemde omstandigheden komt de rechtbank tot het oordeel dat onverkorte toepassing van het boetebeding leidt tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat. HappyNurse heeft haar schade onvoldoende onderbouwd, terwijl de gevorderde boete meer dan 32 maandsalarissen van [gedaagde 2] bij HappyNurse beslaat. De rechtbank zal de boete daarom vergaand matigen. De rechtbank acht een matiging tot nihil echter niet gepast, omdat [gedaagde 2] met zijn indiensttreding bij PIDZ het concurrentiebeding bewust heeft overtreden. Door dit te doen bestond er in ieder geval kans op schade waardoor HappyNurse moest optreden om haar rechten en die van haar franchisenemers te beschermen. Een matiging van de boete tot een bedrag van € 25.000 vermeerderd met wettelijke rente acht de rechtbank gepast. De vordering onder III zal tot dat bedrag worden toegewezen.
5.25.
De gevorderde wettelijke rente over de boete wordt toegewezen vanaf de datum van dagvaarding in deze procedure. HappyNurse heeft [gedaagden] hier namelijk niet eerder schriftelijk voor aangemaand. [7]
Buitengerechtelijke incassokosten
5.26.
HappyNurse vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van € 2.700. Deze kosten zijn niet onderbouwd en lijken beperkt te zijn gebleven tot het verzenden van enkele (sommatie)brieven. De daaraan verbonden kosten moeten worden geacht te zijn begrepen onder de proceskosten en worden dus op basis van artikelen 6:906 lid 3 BW en 241 Rv uitgesloten van vergoeding als buitenrechtelijke proceskosten. Het bedrag van € 2.700 is daarom niet toewijsbaar. Vordering IV zal worden afgewezen.
Proceskosten
5.27.
[gedaagden] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) in conventie betalen. De proceskosten van HappyNurse worden berekend op basis van het toewijsbare boetebedrag van € 25.000. Het meerdere, in het bijzonder het griffierecht dat is geheven op basis van een vordering van € 192.500, moet HappyNurse voor haar eigen rekening nemen. De proceskosten van HappyNurse worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
123,73
- griffierecht
2.995,00
- salaris advocaat
1.532,00
(2 punten × € 766)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
4.828,73
5.28.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
in reconventie
5.29.
In randnummer 5.9 is overwogen dat de rechtbank het onder I gevorderde ten dele zal toewijzen in die zin dat de duur van het in artikelen 9 en 10 van de Managementovereenkomst opgenomen concurrentie- en relatiebeding wordt beperkt tot 19 december 2025.
[gedaagden] hebben geen belang bij de gevorderde verklaring voor recht onder II
5.30.
[gedaagden] hebben het belang bij een verklaring voor recht als gevorderd onder II niet toereikend onderbouwd. De vordering zal daarom worden afgewezen.
Proceskosten
5.31.
Partijen zijn over en weer in het (on)gelijk gesteld. Daarom draagt iedere partij de eigen proceskosten in reconventie.

6.De beslissing

De rechtbank
in conventie
6.1.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om aan HappyNurse een bedrag te betalen van € 25.000, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 20 juni 2025, tot de dag van volledige betaling,
6.2.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de proceskosten van € 4.828,73, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
6.5.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
6.6.
beperkt de geldigheidsduur van het in artikelen 9 en 10 van de Managementovereenkomst opgenomen concurrentie- en relatiebeding tot 19 december 2025,
6.7.
wijst het meer of anders gevorderde af,
6.8.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt,
6.9.
verklaart dit vonnis wat betreft de beslissing onder 6.6 uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.T.H. Janssen en in het openbaar uitgesproken op 31 december 2025.

Voetnoten

1.Zie onder meer HR 9 juli 1990, ECLI:NL:HR:1990:AC0964.
2.Zie Hof ’s-Hertogenbosch 8 januari 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013BY8162.
3.HR 11 februari 2000, NJ 2000, 277.
4.HR 27 april 2007, NJ 2007, 262 e.v.
5.HR 13 juli 2012, ECLI:NL:HR:2017:2012:BW4986, NJ 2012, 459.
6.HR 12 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1600.
7.Hoge Raad 5 september 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD3127.