ECLI:NL:RBDHA:2025:2790

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 februari 2025
Publicatiedatum
25 februari 2025
Zaaknummer
NL24.46932
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na gegrondverklaring samenhangend beroep asiel

Verzoekster heeft bij besluit van 22 november 2024 een afwijzing ontvangen op haar opvolgende asielaanvraag, bestreden bij de rechtbank Den Haag. Zij heeft beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 14 januari 2025 behandeld. Tijdens de zitting was verzoekster aanwezig met haar gemachtigde en een tolk, terwijl de minister zich liet vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Het onderzoek werd op die zitting gesloten.

Op 25 februari 2025 heeft de rechtbank uitspraak gedaan over het samenhangende beroep en dit gegrond verklaard. Hierdoor was een voorlopige voorziening niet langer nodig, en is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoekster ter hoogte van €907,-.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen vanwege gegrondverklaring samenhangend beroep; minister veroordeeld tot proceskostenvergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.46932

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoekster,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. D. de Vries),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. D. Boer).

Procesverloop

1. Bij besluit van 22 november 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de opvolgende asielaanvraag van verzoekster afgewezen als kennelijk ongegrond.
1.1.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld [1] en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening, samen met het beroep op 14 januari 2025 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Ook is een tolk verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Het onderzoek is op de zitting gesloten.

Overwegingen

2. Bij uitspraak van vandaag, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende beroep van verzoekster, en dat beroep gegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Omdat het samenhangende beroep gegrond is verklaard, krijgt verzoekster wel vergoeding van haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 907,-. [2]

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 907,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J. van Bruggen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.NL24.46931.
2.1 punt voor het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1.