Uitspraak
de Minister van Asiel en Migratie, de minister.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
ongegrond;
Rechtbank Den Haag
Eiser, afkomstig uit Syrië, diende op 26 april 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister moest binnen zes maanden beslissen, maar verlengde deze termijn met negen maanden. Eiser stelde de minister op 12 november 2024 in gebreke wegens het uitblijven van een besluit en stelde op 2 december 2024 beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is omdat de ingebrekestelling tijdig was en het beroep meer dan twee weken na ontvangst daarvan is ingediend. Echter, sinds 11 december 2024 geldt een besluit- en vertrekmoratorium voor Syrië, waardoor de beslistermijn met maximaal een jaar is verlengd. Dit moratorium was nog niet van kracht bij de ingebrekestelling, maar wel bij het moment van de uitspraak.
De minister heeft nog niet beslist op de aanvraag, en eiser valt niet onder uitzonderingen van het moratorium. Hierdoor is de beslistermijn opgeschort en het beroep ongegrond. De rechtbank wijst op jurisprudentie van de Raad van State ter ondersteuning van deze uitleg.
Hoewel het beroep ongegrond is verklaard, krijgt eiser een proceskostenvergoeding van €453,50 omdat hij een professionele gemachtigde inschakelde en het beroep terecht was ingediend. De minister wordt veroordeeld tot betaling van deze vergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het uitblijven van een besluit op de asielaanvraag is ongegrond verklaard vanwege het besluitmoratorium, met toekenning van proceskostenvergoeding aan eiser.